Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Interregionale arbeidsmigratie

De droom van het vrije verkeer van personen in de EU is bijna gerealiseerd. Straks de Roemenen en de Bulgaren nog en dan heeft niemand meer een vergunning nodig om hier te werken, althans minder dan drie maanden. Wie voor het langere werk gaat vindt toch de onvermijdelijke bureaucratie op zijn pad.

Joep Schrijvers | 23 juni 2008 | 8-12 minuten leestijd

Wie heeft ze niet gezien: de rammelbakken, derdehands BMW’s en bestelbusjes op de Europese autobanen van oost naar west. Voor de meeste mensen is dat het zichtbare deel van wat in het EU-beleidsjargon de interregionale arbeidsmigratie is gaan heten. Polen, Roemenen en Bulgaren komen hierheen om de tekorten op onze arbeidsmarkten aan te vullen en een hoger inkomen te verdienen.

Wat cijfers
In Nederland werken ongeveer zo’n 100.000 Polen per jaar in de seizoensarbeid en in projecten. Het merendeel (60 procent) is hier via uitzendbureaus, de rest heeft werk op eigen kracht gevonden. De gedachte is dat deze tijdelijke migranten in de tuinbouw en de bouw werken is niet helemaal waar. Heel veel Polen werken in de zorgsector, de horeca en andere vormen van dienstverlening. En eigenlijk weet niemand precies wat iedereen doet. De monitors zijn nog niet helemaal gefinetuned.

Ook settelen steeds zich meer Polen definitief in ons land: de familie komt over, de kinderen en het nieuwe leven begint. In de afgelopen tien jaar hebben zich ongeveer 35.000 Polen hier gevestigd. Waren het eerst vooral de vrouwen die hier voor permanent kwamen (de poolse importbruiden), sinds 2005 is de balans doorgeslagen naar de mannelijke kant. De relationele migratie is door de economische opgevolgd. Deze Polen wonen niet zoals ik dacht en waarschijnlijk heel veel anderen ook denken in de vier grote steden maar in de periferie: het Westland, de tuinbouwgebieden rond Enkhuizen en in Brabant. Wanneer Van Heemst, wethouder in Rotterdam, de noodklok luidt over de te grote aantallen Polen in de oude wijken in zijn stad heeft hij het over de tijdelijke arbeiders en niet over de ‘echte’ migranten.

De Europese Unie juicht de interregionale arbeidsmigratie toe. Het komt, zoals in heel wat verklaringen wordt gezegd, de concurrentiekracht en het sociale karakter van de EU ten goede. In een wereld van globalisering en vergrijzing dient de Europese burger flexibel te zijn. De Polen en Bulgaren zijn de pioniers van het nieuwe Europa.

Deze flexibele arbeidsmarkt komt niet zonder slag of stoot tot stand. De belangen zijn groot en verschillend en de negatieve neveneffecten onvoorspelbaar en ook worden deze onderschat. Er zijn vier grote problemen bij de intra-Europese migratie. Het eerste dat opgelost leek, steekt de kop weer op, twee andere liggen op de snijtafel van beleidsvorming maar het belangrijkste krijgt alleen zijn bespreking in wat kritische denktanks en bij geleerde, demografische clubjes.

Probleem 1: herkomstbeginsel via sluipweg
Het eerste probleem ontstond toen Bolkestein, de architect van de liberalisering van de dienstverlening de richtlijn opstelde die naar hem vernoemd werd. Deze regelde oorspronkelijk dat iedereen mocht werken waar hij wilde onder de regels en sociale voorzieningen van het land van herkomst. Tegen dat herkomstprincipe liepen vele sociale bewegingen waaronder de Europese Vakbond te hoop. Het zou leiden tot een verslechtering van de arbeidspositie van iedereen omdat de goedkope arbeidscondities van de arme Europese landen de norm zouden worden.

Het wantrouwen tegen Europa zoals deze het meest pregnant verwoord werd door de SP moet tegen deze achtergrond worden bezien. Tegenwoordig gelden de regels en wetten van het land van bestemming. De angst voor de neerwaartse spiraal was opgelost. Een Poolse werknemer in Nederland valt sindsdien onder het Nederlandse arbeidsrecht.

Toch is het herkomstprincipe niet helemaal verdwenen. Vorig jaar besloot een Europese rechter dat werknemers niet altijd onder de regels van het land waarin ze werken, vallen. Dat is alleen het geval wanneer die regels kracht van wet hebben zoals in Nederland de CAO. Met dit vonnis dreigt het herkomstprincipe weer via de achterdeur binnen te komen.

Inmiddels heeft Donner op vragen uit de kamer gereageerd dat er voor Nederland amper gevaar dreigt. De bescherming van werknemers wordt in ons land door de wet geregeld zoals het minimumloon, vakantiegeld, arbeidstijden, arbeidsomstandigheden en dergelijke. Wel kunnen nieuwe plannen om de bescherming van werknemers te verminderen zoals de commissie Bakker die uitbroedt gevolgen hebben voor werknemers in dienst van een buitenlandse organisatie. We kunnen hierover in de komende periode allerlei discussies verwachten.

Probleem 2: Malafide uitzendbureaus
Tijdens de aanloop van de liberalisering van de arbeidsmarkt werd al gezegd dat heel wat Polen en andere nieuwe Europeanen met uitzendbureaus en koppelbazen te maken zouden krijgen. Men schatte in dat de huisvesting, betaling en afdracht van premies door malafide tussenpersonen slecht geregeld zouden worden. Men vreesde een periode van uitbuiting, misleiding en fraude.

De EU sprak uit dat hiertegen streng opgetreden zou moeten worden, de nationale arbeidsinspecties moesten een belangrijke rol krijgen en voorlichting zou van vitaal belang zou zijn. We spreken 2005 en 2006. Europese gelden werden vrijgemaakt om de controles te intensiveren. Het heeft nog niet veel geholpen. Het is de verdienste van de vakbond CNV dat in de afgelopen maand de malafide uitzendbureaus, de uitbuiting en slechte huisvesting weer op de agenda kwamen.

Men schat in dat ongeveer tweederde van de tijdelijke Polen in meer of mindere mate slachtoffer is van malafide praktijken. Of deze getallen kloppen is niet goed na te gaan maar zij kunnen wel geïnterpreteerd worden als indicatie voor de ernst van het probleem. Samen met de bonafide uitzendbranche organiseerde de CNV in mei in Boxtel een banenbeurs om de werkbemiddeling weer transparant en fair te krijgen.

Donner had in april zijn Poolse ambtgenoot over om deze zaken te spreken en in gezamenlijke verklaring zeiden beide bewindslieden toe beter toe te zien op de detachering van Polen in Nederland.

Probleem 3: oude wijken
Het derde probleem stelde de al eerder genoemde wethouder Van Heemst van Rotterdam aan de orde in de Volkskrant van 30 mei jl. Hij vindt dat er teveel tijdelijke Polen, Bulgaren en Roemenen in de arme wijken van Rotterdam zijn. De schatting is meer dan 10.000. Hun huisvesting is slecht, overbewoond en brandgevaarlijk. Zij integreren amper, hebben taalachterstanden en zorgen voor overlast: "Mensen werken hard. En sluiten de dag af met een stevige hoeveelheid bier. Dat loopt wel eens lelijk uit de hand", aldus de wethouder. Cijfers van blauwe Polen noemde hij niet, dus of het alcoholprobleem groter of kleiner is dan de rest van de Nederlandse bevolking is onduidelijk. Hij concludeert zijn betoog met de constatering dat de Europese liberalisering een groot goed is maar dat de rekening, de lasten, niet op de lokale gemeenschappen moeten worden afgewenteld.

In december vorig jaar voelde de Kamer Donner al aan de tand over deze kwestie. Hij relativeerde de omvang van de problemen omdat zij alleen in een paar grote steden voorkomen en verwees naar een evaluatie die in deze maand (juni 2008) het licht moet zien. Opvallend én tekend was zijn opmerking op het verwijt dat hij zich niet met de gevolgen van het vrije verkeer van personen bezighield. Hij was de minister van arbeidsmarkt en niet van de gevolgen. Een vorm van lokettistisch denken.

Probleem 4: ontwrichting in Polen
Er is een vierde en belangrijk probleem gekoppeld aan de interregionale arbeidsmarkt, dat evenwel onvoldoende aandacht krijgt: de ontwrichtende werking van arbeidsmigratie in de landen van herkomst.

Laten we eerlijk zijn, nagenoeg niemand wil zijn familieleven, zijn relatie vormgeven in een long distance partnership. Toch is dit wat veel Oost-Europese werknemers aan den lijve ondervinden. Meerdere maanden per jaar weg van hun gezinnen en sociale gemeenschappen. Deze ontwrichting is extra groot omdat de Polen niet zoals de Nederlanders uitgebreide sociale voorzieningen kennen. De familie en de gemeenschap zijn daar geen units voor zelfontplooiing en romantische liefde maar een economische overlevingseenheid. Wanneer daar vele werknemers wegtrekken, dan komen deze self supoprting gemeenschappen in gevaar en dreigt ondanks het meerdere inkomen toch het spook van verpaupering en losgeslagenheid.

Deze ontwrichting is al waarneembaar. Omdat werknemers wegtrekken komen de bouw en de gezondsheidszorg in gevaar. Inmiddels staan bouwprojecten stil door een gebrek aan bouwvakkers die in Nederland werken en zijn afdelingen van ziekenhuizen gesloten omdat dokters en verpleegkundigen elders hun heil zoeken. Geef ze ongelijk, als je als arts in Polen 400 euro per maand kunt verdienen ben je gek als je niet naar die regio’s vertrekt waar je het twintigvoudige kunt scoren. Zo leidt de interregionale migratie in Europa tot een verschuiving van hoofd, handen én harten. De werknemers trekken van oost naar west en de problemen van west naar oost.

De achtergrond van deze ontwrichting is de krimpende arbeidsmarkt en de krimpende bevolking in heel Europa. De interregionale migratie is hiervoor géén oplossing. Het leidt alleen tot een verplaatsing van het probleem. De opmerking van Donner dat alle Polen hier van harte welkom zijn om de krimp op onze arbeidsmarkt op te vangen getuigt van eenzelfde provincialistisch sentiment als dat van de SP die de Oost-Europese werknemers het liefst buiten de deur zou willen houden. Beide gaan alleen voor de Nederlandse economie en vergeten Europa’s ‘big picture’.

Sociale agenda Europa
Binnenkort komt de Europese Commissie met een hernieuwde Europese Sociale Agenda. Sinds de akkoorden van Lissabon in 2000 heeft de EU aangegeven zowel te streven naar een sterkere vrije markt maar ook naar een sociaal Europa. Ook het Europese Parlement heeft op gezette tijden gehamerd op een combinatie van (interregionale) flexibiliteit van werknemers én de mogelijkheid van een stabiel gezinsleven. Tot nu toe heeft vooral de liberalisering de meeste aandacht gekregen en is deze geïmplementeerd. De nieuwe sociale agenda zal in ieder geval de vier hierboven aangestipte problemen opnieuw aan de orde moeten stellen. De Commissie en het Europarlement moeten met geld en programma’s net zo voortvarendheid aan de slag als bij de liberalisering van de markt.

1) De heimelijke introductie van het herkomstbeginsel moet door wet- en regelgeving gerepareerd moeten worden. Niet de slechtse arbeidsvoorwaarden maar de beste moeten leidend zijn.

2) Een Europees minimuminkomen en CAO-wetgeving moet oneerlijke concurrentie tegengaan.

3) De inspectie van de werkomstandigheden van tijdelijke migranten moet versterkt worden.

4) Het Europees Sociaal Fonds moet substantieel meer geld vrijspelen voor de steden en plattelandsgemeenten waar de migratie tot spanningen leidt zoals in Rotterdam. Je kunt niet als Europese bestuurder liberale beginselen introduceren en de bevolking met de lasten opzadelen. Dus geen: benefits globally, damage locally.

5) De regionale ontwrichting door flexibiliteit is alleen tegen te gaan als er in Europa meer inkomensgelijkheid komt. De economische noodzaak om te vertrekken zal afnemen en daarmee de brain- en heartdrain.

6) De tekorten op de Europese arbeidsmarkt moeten vooral opgevangen moeten worden met technologische en organisatorische innovatie, door selectieve afstoting van economische bedrijvigheid en door immigratie van buiten de Europese Unie. Interne migratie is geen oplossing maar een verschuiving van problemen.

En last but not least: het provincialisme van Nederland zal vervangen moeten worden door meer Europees denken. Daarom ga ik binnenkort toch eens lekker Pools eten.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden