Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Machteld Kooij

‘Ga ervoor, wees niet bang’

Leiders en managers zijn vaak doodsbenauwd voor spreken in het openbaar of het geven van interviews. Totaal onnodig, bewijst presentatie- en mediatrainer Machteld Kooij in haar boek Het monster met de gouden ogen - Presentatie én mediatraining. ‘Draai je angst om te spreken of een interview te geven om, zodat je blij bent dat je het publiek of de journalist iets kunt geven.’

Paul Groothengel | 21 juli 2020 | 6-8 minuten leestijd

Wat bedoel je met dat monster met die gouden ogen?
Dat monster staat symbool voor sprekersangst, die we allemaal wel herkennen. Dat de ogen van goud zijn, staat voor de ‘gouden’ beloning als je de presentatie goed doet. In termen van waardering, erkenning, expertstatus, zelfvertrouwen, noem maar op. Dat denkbeeldige monster is te temmen, en in dit boek leer ik je de basisvaardigheden van spreken in het openbaar of van het geven van interviews. Aan de ene kant door te werken aan de inhoud van je betoog, aan de andere kant door te trainen wat je met je stem kunt doen, met je lichaamshouding, tot je kledingkeuze aan toe. En ook hoe je je zelfvertrouwen kunt vergroten zodat je sprekersangst om weet te buigen in een groot plezier om informatie te delen.

Je geeft al vele jaren presentatie- en mediatraining aan leiders en managers. Wat zijn hun meest gemaakte fouten?
Dat ze denken: ik kan al prima praten voor een groep, ik ben niet voor niks op deze positie terechtgekomen. Maar het gaat erom of je met jouw speech de toehoorders, bijvoorbeeld je medewerkers, ook echt weet te boeien en kunt meenemen in je verhaal. Zeker in deze tijd waarin veel medewerkers vanuit huis werken en mogelijk minder binding hebben met hun werkgever. Diezelfde onderschatting zie je ook vaak als men een interview moet geven: ik zie wel wat de journalist vraagt, ik weet er toch sowieso veel meer van dan hij? Met zo’n instelling mis je kansen.

En wat zijn hun grootste angsten?
Die zijn talrijk. Bijvoorbeeld dat je een totale black-out krijgt. Of dat je veel te snel praat, of juist te langzaam. Vaak vergissen mensen zich daarin. Ik laat ze in mijn training opnames zien van henzelf, en dan merken ze dat het meestal reuze meevalt, dat ze helemaal niet ratelen. Een andere angst is dat je, vlak voor je op een podium een speech gaat geven, erachter komt dat je verhaal nog thuis ligt. Zoals mij ooit overkwam. Ik raakte even in paniek, maar realiseerde me toen dat ik het verhaal goed had voorbereid. Daarover gebruik ik een techniek waarbij je je verhaal opdeelt in een klein aantal blokken; in ieder blok maak je een tekeningetje of symbool dat staat voor de inhoud van je tekst. Dan onthoud je het veel makkelijker.

Je sluit ieder hoofdstuk af met een ‘Eerste hulp bij falen’. Wat is de rode draad?
Accepteer dat je hebt gefaald bij een presentatie of in een interview. Vergeef het de techniek, vergeef het jezelf. Wees niet te hard, sterker: wees zacht voor jezelf. Relativeer: de wereld brandt, dit is maar één moment in één interview of voor één groep. Leer ervan, dan is het niet voor niets geweest. En vergeet het. De mensen om je heen vergeten snel, dus waarom jij niet? Overigens heeft falen ook een positieve kant: dan weet je uit ervaring dat je dat altijd heus overleeft, en dat geeft op zich ook weer veel vertrouwen.

Vandaar ook dat gedicht ‘Wees niet bang’ van Freek de Jonge voorin het boek?
Ja. Hij schrijft daarin bijvoorbeeld: ‘Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen. Vastberaden, doelgericht, of aarzelend op de tast’. Hij verwoordt precies wat ik wil zeggen, ga ervoor, wees niet bang. Bereidt alles goed voor, dan gaat het vrijwel altijd goed. Desnoods faal je maar dan faal je ten minste vol allure. Het is belangrijk dat je je angst om te spreken of een interview te geven omdraait. Dat je niet meer bang bent om iets te verliezen, maar dat je blij bent dat je het publiek of de journalist iets kunt geven. Want wat heb je nou eigenlijk te verliezen?

Als ik leiders of managers interview, willen ze me soms iets al te nadrukkelijk geven, namelijk de goed ingestudeerde boodschappen van hun afdeling Communicatie... ze blijven maar zenden en luisteren niet goed naar mijn vragen.
Dat is inderdaad een valkuil, ik ben zelf dan ook allergisch voor het woord ‘kernboodschap’. Het is goed om van tevoren een aantal quotes te formuleren, die je graag wilt overbrengen. Maar blijf wel luisteren naar de vragen van de journalist en ga daar op in. Dreigt een journalist toch af te dwalen, probeert dan met de ombuigtechniek het gesprek terug te buigen naar jouw onderwerp.

Een paar dagen geleden kondigde Sigrid Kaag in meerdere interviews aan dat zij lijsttrekker wil worden van D66. Hoe beoordeel jij hoe zij zich presenteert?
In haar interviews vind ik haar slim en goed. In het Journaal werd haar gevraagd of ze premier wil worden. Ze zei volmondig ja, was even stil en praatte vervolgens rustig door. Dat Nederland een visie nodig heeft, et cetera. Ze pareert vragen van journalisten heel handig. Maar haar speeches kunnen beter. Minder plechtstatig vooral. Of ik haar zou willen trainen? Tuurlijk! Mijn handen jeuken. Ze zou bijvoorbeeld soms wat menselijker en persoonlijker moeten praten, minder afstandelijk. Dat is goed aan te leren, is eigenlijk meer een kwestie van finetunen.

Ben jij met al jouw ervaring nog zenuwachtig als je voor een groep iets moet presenteren, of dagvoorzitter bent op een congres?
Ja hoor, nog steeds. En dat is geen zeldzaamheid: veel gerenommeerde acteurs of musici zijn vlak voor ze op moeten nog zó nerveus, dat ze duizend doden sterven en soms zelfs moeten overgeven. Zelfs Cicero, toch een van de beroemdste sprekers ooit, moest vaak overgeven, in de goot, vlak voor hij op ging.

Je beschrijft ook dat diezelfde Cicero heel handig ‘het wapen van de stilte’ gebruikte. Hoe werkt dat?
Een stilte nemen is een oude truc om de spanning in je betoog op te bouwen. Cicero had geen microfoon en stond in zijn eentje buiten op het forum waar hij de mensen stil moest zien te krijgen. Hoe langer hij zelf stil was, des te zachter werd het geroezemoes. Ook tijdens het spreken is het fijn om stiltes te nemen, het zorgt ervoor dat de toehoorder even kan laten bezinken wat er allemaal is gezegd. Rutte deed dat perfect in zijn eerste toespraak over de corona-maatregelen, half maart. Die stiltes maakten zijn speech krachtiger en plechtiger.

Laatst gingen beelden van de Canadese premier Trudeau de hele wereld over, toen hij ruim twintig seconden stil bleef na een vraag over Donald Trump.
Ja, dat zwijgen maakte veel indruk. Het ontroerde me zelfs. Nee, ik weet niet of het was ingestudeerd. Maar hij bleef opvallend rustig de camera in kijken. Bedacht of niet, het had wel effect.

Welke leider vindt jij een schoolvoorbeeld van een goede presentatie in de media?
De premier van Nieuw-Zeeland, Jacinta Ardern. Dan denk ik met name aan haar speech waarin ze zegt dat haar communicatieteam haar heeft uitgedaagd in drie minuten alle successen van haar regering op te noemen. Dat doet ze vol plezier en heel vermakelijk. Overigens is deze vraag een van de vragen die ik vooraf het meeste vreesde. Waarom? Omdat ik me dan mogelijk te veel in mijn kaarten laat kijken. Ik kan bijvoorbeeld niet iemand noemen die ikzelf getraind heb. Ik adviseer leiders en managers in mijn mediatrainingen altijd: bedenk in voorbereiding op een interview welke vragen de allerergste zouden zijn en bedenk daar een goed, adequaat antwoord op. Dat is handig en het geeft je zelfvertrouwen.

 

Fotografie: Christian van der Kooy

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden