Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Richard Nisbett

‘Vermijd het sollicitatiegesprek’

Ons denkvermogen is onvoldoende meegegroeid met de eisen van het informatietijdperk, stelt University of Michigan-psycholoog Richard Nisbett in Denkkracht. Daardoor kunnen zelfs weldenkende mensen er stompzinnige ideeën op nahouden. ‘Bepaalde vormen van domheid hebben niets met IQ te maken.’

Jeroen Ansink | 7 november 2016 | 5-6 minuten leestijd

U stelt dat het lezen van uw boek ons IQ niet zal verhogen, maar ons wel slimmer maakt. Wat bedoelt u daarmee?
Er zijn aspecten van intelligentie die niet door IQ-testen worden opgepikt. Het is erg genoeg dat massa's Republikeinen niet in klimaatverandering geloven, maar er zijn ook Democraten die er bijvoorbeeld heilig van overtuigd zijn dat vaccinaties tot autisme leiden. Dat fabeltje is de wereld ingeholpen door een charlatan die uiteindelijk zijn medische vergunning verloor, en toch blijven zelfs weldenkende mensen soms halsstarrig weigeren om hun kind te laten inenten. Dit heeft niets te maken met IQ, maar is wel een vorm van domheid.

Wat zijn de grootste lacunes in ons denkvermogen?
De meest hardnekkige is dat we onze cognitieve fouten niet onderkennen. En zelfs als we dat wel doen, weten we vaak niet hoe we daarmee om moeten gaan. Stel je bijvoorbeeld voor dat je als aankomend student moet kiezen tussen twee universiteiten. Het onderwijs is van een vergelijkbaar niveau, de campussen zijn ongeveer even ver weg, en je kent mensen aan beide instellingen. Je vrienden zijn enthousiast over universiteit X, maar over instelling Y hoor je minder goede verhalen. Je besluit om zelf een kijkje te nemen, en komt juist tot de tegenovergestelde conclusie. De professoren en studenten die je ontmoet op campus X zijn saai en nors, terwijl ze op campus Y een oprechte belangstelling in je tonen. Naar welke universiteit zou je voorkeur uit moeten gaan? Mensen die geen statistiek hebben gevolgd zouden campus Y adviseren. Per slot van rekening kies je een alma mater waar je je zelf goed bij voelt, ongeacht wat je vrienden vinden. Ze zien daarbij echter over het hoofd dat een bezoek van één dag geen representatieve steekproef vormt. Het zou kunnen dat je op campus X net de verkeerde hoogleraar tegen het lijf bent gelopen, of dat de studenten van slag zijn omdat hun sportteam de dag ervoor heeft verloren. Je vrienden kunnen daarentegen buigen op honderden dagen van ervaring, waardoor ze een veel genuanceerder oordeel kunnen vellen. Het dagelijkse leven zit vol met dit soort statistische misverstanden. We beseffen doorgaans niet hoeveel fouten er in onze observaties sluipen.

Waar komt dat door?
De intellectuele druk die de maatschappij op ons legt is sneller toegenomen dan ons aanpassingsvermogen het heeft kunnen bijhouden. Aan het begin van de Industriële Revolutie was het vaak nog voldoende als je kon lezen en schrijven, en eventueel de beginselen van de logica onder de knie had. Maar in het informatietijdperk is daar een hele rits aan cognitieve vereisten bijgekomen, zoals het vermogen tot abstract denken en kansberekenen, hoe je data moet verzamelen en analyseren, en misschien belangrijker nog, hoe je patronen die er níet zijn dient te vermijden. Daarvoor heb je een heel nieuw assortiment aan denkgereedschap nodig, zelfs al ben je geen kenniswerker.

Een herkenbaar dilemma dat u aanstipt is dat van het solliciatiegesprek. Kandidaat 1 heeft de meeste ervaring en de beste geloofsbrieven, maar kandidaat 2 komt slimmer over en is energieker. Wie kies je?
Een sollicitatie is bij uitstek een voorbeeld van hoe je waarnemingsvermogen je in de luren kan leggen. Hoe positief of negatief een gesprek ook aanvoelt, er blijkt nauwelijks een correlatie tussen hoe je iemand beoordeelt en hoe die persoon uiteindelijk zal functioneren. Dat betekent dat je nooit een sollicitatiegesprek moet voeren, tenzij je over geen enkele informatie over je kandidaat beschikt. Maar meestal is er sprake van een uitgebreid cv met diploma's, aantoonbare prestaties en referenties, waardoor je altijd moet kiezen voor de beste kandidaat op papier. Daarmee is niet gezegd dat het makkelijk is om naar dit advies te leven. Ik kan je precies zeggen waarom een sollicitatie in jouw geval een complete tijdsverspilling is, maar als ik zélf een kandidaat interview, dan weet ik aan het eind van het gesprek precies wat voor vlees ik in de kuip heb, haha. Waarmee ik alleen maar wil aangeven dat ik net zo feilbaar ben als ieder ander mens.

U betrapt zichzelf ook op dit soort fouten?
Aan de lopende band. Ik kan me nog herinneren dat ik als twintiger tien dagen in Londen doorbracht. Het was een prachtig bezoek met elke dag een hemelsblauwe lucht, en ik vertrok met het idee dat Engelsen toch maar zeurpieten waren om altijd over het weer te klagen. Pas toen ik twintig jaar later voor eenzelfde periode in de stad moest zijn begon ik te begrijpen wat ze bedoelden.

Dat klinkt niet erg bemoedigend.
Het besef van je cognitieve tekortkomingen is niet genoeg. Je moet ook de discipline hebben om je gevoel opzij te zetten. Dat is hoe ik destijds de overstap van Yale naar de University of Michigan heb kunnen maken. Alles wat ik over deze universiteit had gehoord was positief. Aan mijn aanstelling ging echter een sollicitatiegesprek vooraf dat verschrikkelijk uitpakte. De minst interessante figuur van de faculteit nam al mijn tijd in beslag, en zijn collega bleef maar doorzeveren over honkbal. Maar omdat ik had voorgenomen om me door niets of niemand te laten beïnvloeden, nam ik de baan toch aan, al was het met lood in de schoenen. Achteraf bleek dat een uitstekende beslissing. De doodsaaie collega liet zich gemakkelijk vermijden, en ik heb met geen mens meer over honkbal hoeven praten.

U geeft een honderdtal ideeën om tot een beter denkvermogen te komen. Welke tip is het nuttigst?
Als ik afga op de reacties van lezers is dat het concept van verzonken kosten. Dat komt erop neer dat je een hopeloos project moet laten vallen, ook al heb je er nog zoveel in geïnvesteerd. Dit denken als een boekhouder komt voor niet-economen vaak als een eureka-moment. Maar waarom zou je een slechte film afkijken als je je geld toch al kwijt bent?

Over Jeroen Ansink
Jeroen Ansink (Utrecht, 1970) is financieel-economisch journalist. Sinds 1998 woont en werkt hij in New York, aanvankelijk als correspondent voor FEM Business, later ook voor bladen als HP/De Tijd, Management Team, Forum en Fortune.com. Voor Managementboek schrijft hij interviews, recensies, en summaries. Ansink voltooide een vrij doctoraal in de Letteren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (adoptierichting geschiedenis) en behaalde het certificaat Business Journalism aan de Wharton Business School aan de Universiteit van Pennsylvania.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden