‘En jij? Wat voor werk doe jij?’ De bekende openingsvraag als we een feestje vieren of ergens aan het netwerken zijn. Maar als je vraagt: ‘En, hoe geef jij je leven zin?’, kun je rekenen op een verbijsterde reactie. Werk bepaalt onze identiteit, punt.
Geen probleem toch? Tot je je realiseert dat alleen maar werken geen garantie is voor een fijn leven: ruim twintig procent van de werkende beroepsbevolking ervaart burn-outklachten door het werk, volgens het RIVM en TNO, voor jongvolwassenen (25 tot 34 jaar) loopt dat op tot ruim 28%. In 2013 had nog maar 13% burn-outklachten.
Dat oplopende aantal burn-outs komt niet alleen door toenemende druk op het werk, maar vooral door de combinatie van dat werk met andere tijdslurpers, denk aan een druk gezin, plus mantelzorg en een volle sociale agenda, aldus het RIVM. Sowieso lijden steeds meer mensen onder de toenemende prestatiedruk, in lijn met de versnelling in de hele maatschappij: we zijn zelfs letterlijk sneller gaan bewegen, praten en ademhalen, zoals de Duitse filosoof Hartmut Rosa tien jaar geleden al beschreef in Leven in tijden van versnelling.
We staren ons collectief blind op werk, maar waarom eigenlijk? Volgens alarmerend onderzoek van Gallup onder een grote groep werkenden vindt maar een klein deel van hen vervulling in het werk: wereldwijd is dat 21%, in Nederland slechts 16%.
Meersporigheid leidt tot rijker leven
Wat te doen? Hoe kun je werk zodanig vormgeven en inpassen in je leven, dat het je niet beperkt maar steunt? Er is toch meer in ons leven dan werk? Met die vragen liep Fauzia Mahomedradja, beleidsadviseur bij het Rotterdamse Albeda, al een tijdje rond. Ze raakte in gesprek met Rogier van der Wal, lector ethisch werken bij Fontys Hogeschool: ‘We kenden elkaar niet, maar hadden meteen een mooi gesprek. Al snel ontdekten we dat we veel dezelfde vragen en idealen deelden. Zoals dat er meer is dan werk, dat een zinvol leven uit meerdere sporen hoort te bestaan. In onze samenleving laten we werk erg zwaar wegen, maar hebben we steeds minder ruimte voor alles wat daarbuiten valt. Denk aan zorg, creativiteit, rust, zingeving, vrijwilligerswerk, leren zonder direct nut. Door juist meerdere van deze sporen te volgen, kom je tot een rijk leven. Natuurlijk mag werk daarin belangrijk zijn, maar niet allesbepalend’, zegt Mahomedradja.
Hun gesprek smaakte naar meer en mondde uit in het boek Meer dan werk. De ondertitel is veelbelovend: ‘Hoe een veelzijdig leven je vrijheid, balans en betekenis teruggeeft’. Die veelzijdigheid bereik je door meerdere ‘ontwikkelsporen’ tegelijk te bewandelen, stelt Mahomedradja: ‘Besteed tijd aan het zorgen voor anderen, je ouders, je kinderen of andere mensen in je omgeving. Doe creatieve dingen als schilderen, schrijven of muziek maken; het creatieve spoor biedt een manier om jezelf uit te drukken en buiten gebaande paden te denken. Doe vrijwilligerswerk, waardoor je in aanraking komt met totaal andere levens, verhalen en problemen. Blijf in balans door te werken aan je rust en gezondheid. Onderzoek ook het spoor van zingeving, levensbeschouwing en ideologie. Dat hoeft echt geen grootse zoektocht te zijn, maar het kan betekenis geven aan wat je doet en waarom je dat doet.’
Kortom, door die andere sporen ook aandacht te geven, maak je je ‘werkspoor’ relatief wat minder belangrijk en zwaar. ‘Vandaar ons pleidooi om die meersporigheid voluit te omarmen.’
Acht uur per week
Een van de kernideeën van Meer dan werk is het bewust reserveren van minimaal acht uur per week voor je eigen ontwikkeling. Mahomedradja: ‘Tijd die je kunt investeren in meerdere sporen: in je vaardigheden, je gezondheid, je creativiteit en je omgeving.’
Maar de meeste mensen hebben het toch al zo druk? Waar halen ze die extra uren vandaan, zonder burn-outachtige klachten te krijgen? ‘Er zijn voldoende methoden om door efficiënter te werken juist tijd vrij te spelen. Bovendien kun je maar een uur of vier tot vijf per dag écht intensief en geconcentreerd werken, zo blijkt uit onderzoek. Je hebt ook uren nodig waarin je andere dingen doet, of gewoon wat loopt te dagdromen. Voor een meersporig leven heb je energie nodig, daarom is het belangrijk om op tijd rust te nemen. Het lukt toch niemand om de boog de hele dag gespannen te houden? Terwijl je rust, staat je brein niet stil en kun je makkelijker weer nieuwe ideeën krijgen.’
Als mensen lopen te klagen dat ze ergens geen tijd voor kunnen vrijmaken – laat staan voor die genoemde acht uur – wijst Mahomedradja ze graag fijntjes op hun schermtijd: ‘De meeste mensen schrikken zich rot als ze hun gemiddelde schermtijd zien. Alleen al op dat vlak valt echt veel tijdwinst te halen.’
Minder werken, meer creativiteit
Ook op organisatieniveau valt er volgens haar veel winst te halen: ‘We kennen allemaal het voorbeeld van AFAS, het softwarebedrijf dat in 2024 overging op een werkweek van vier dagen. De productiviteit van de medewerkers heeft er niet onder geleden, en AFAS daagt hen uit om de vijfde dag te werken aan hun eigen ontwikkeling, denk aan vrijwilligerswerk of mantelzorg. Achmea, Luscii en Loyals experimenteren ook met kortere werkweken. Uit onderzoek van KPMG bleek dat de productiviteit van werknemers er niet onder leed als ze teruggingen naar een vierdaagse werkweek. Ze komen uitgeruster naar hun werk en tonen zich veel creatiever! Het zou goed zijn als meer organisaties dit model, waarbij output belangrijker is dan aanwezigheid, zouden overnemen.’
Maar dat kan toch niet zomaar in iedere sector? ‘Dat klopt. Zo is dat in het mkb lastig te organiseren. Maar je kunt het ook zoeken in zo nu en dan een uurtje extra besteden aan ontspannende activiteiten, lezen of bijvoorbeeld wandelen. Een optimale werkdag telt tussen de vier en zes uur, maar dat is maatschappelijk helaas nog lang niet geaccepteerd.’
Mahomedradja wijst ook op de verantwoordelijkheid die werknemers zelf hebben: ‘Je moet niet afwachten wat jouw werkgever doet. Veel organisaties bieden bijvoorbeeld uitgebreide opleidingsmogelijkheden, maar lang niet alle werknemers maken daar gebruik van. Dat vind ik doodzonde, want zo blijf je op hetzelfde niveau hangen en ben je niet, of minder, actief op meerdere sporen.’
In dit verband wijst ze ook op het belang van mentorschap op de werkvloer: ‘Het is fijn als werknemers kunnen sparren met een ervaren collega, een mentor met wie ze kunnen reflecteren op hun werk. Ik heb dat zelf gedaan toen ik voor het eerst een baan als toezichthouder kreeg aangeboden. Ik heb toen een ervaren toezichthouder gevraagd om vier keer per jaar met mij koffie te drinken. Ik zie hem als een mentor, hij heeft me enorm geholpen met mijn vragen over deze voor mij nieuwe rol.’
Leer van Gen Z
Mahomedradja en Van der Wal adviseren iedereen, van jong tot oud, om tijd vrij te maken voor meersporig denken en doen. Opvallend is hun constatering dat jongeren daar vaak ontvankelijker voor zijn dan ouderen, met de kanttekening dat het denken in generaties makkelijk zorgt voor onterechte stereotyperingen.
Mahomedradja: ‘Gemiddeld genomen staat Gen Z meer open voor zelfreflectie, voor het zoeken naar zingeving en daarmee een andere benadering van werk, dan hun oudere collega’s. Zij stellen echt andere eisen aan hun werk in combinatie met wat ze verder doen. Daarbij praten ze met het grootste gemak over hun mentale gezondheid. Ook verlangen ze naar betekenis en authenticiteit. Soms kun je wel wat aanmerken op hun werkmentaliteit; we hebben allemaal wel eens werk gedaan dat we niet leuk vonden. Maar al met al vind ik Gen Z een voorbeeld voor oudere generaties: reflecteer en durf een standpunt in te nemen. Weet wat je wilt. Zet niet al je kaarten op het werk, maar durf meerdere sporen te bewandelen. Dat zorgt voor meer rust, vrijheid en betekenis.’