Kun je nog wel mens-zijn in een wereld waarin we steeds verder omringd én vergeleken worden met machines? De ondertussen beroemde psychiater Iain McGilchrist waarschuwt dat dit steeds minder zeker wordt en dat de effecten van AI op de menselijke ziel ons bevattingsvermogen ver te boven gaan. Dat verklaart volgens hem ook de vreemde onverschilligheid die veel mensen tonen.
We leven al eeuwen in een machinemaatschappij
Maar ik zie nog een reden waarom zoveel mensen zo onverschillig lijken tegenover de grote veranderingen die gaande zijn: we leven al eeuwen in een machinemaatschappij. De huidige ‘AI-revolutie’ is slechts een versnelling daarvan, niet een nieuwe ontwikkeling. En hetzelfde geldt voor de vervreemding van ons mens-zijn die hiermee gepaard gaat.
Wat betekent die vervreemding? Antropologisch onderzoek geeft een radicaal antwoord: verlies van onmiddellijkheid. Verlies van het directe contact met ons levende, voelende lijf en onze natuurlijke omgeving. Alsof er een laagje – of scherm – tussen ons en de wereld in komt te staan.
Het tegenovergestelde van onmiddellijkheid is bemiddeling: dat is precies wat technologie en in het bijzonder onze schermen en sociale media doen. Media, meervoud van ‘medium’, betekent in het Latijn iets tussenliggends. Een ‘middel’.
Sociale media (en andere technologie zoals AI) bemiddelen onze directe ervaring van het leven. En dus vervreemden ze ons van ons mens-zijn.
De echte revolutie draait niet om AI
Hoewel de bazen van Big Tech je graag doen geloven dat we in het tijdperk van AI leven, is dit in werkelijkheid slechts meer van hetzelfde: meer mechanisering, meer automatisering, meer bemiddeling.
Daarom gaat AI nooit onze belangrijkste problemen oplossen, hoe superintelligent deze ook wordt. De oorzaken van onze grootste crises - samen de ‘polycrisis’ genoemd - beginnen en eindigen bij onszelf, bij ons eigen mens-zijn. De diepere crisis is die van ons mens- en wereldbeeld, dat reeds vergaand gemechaniseerd is geraakt.
De echte revolutie is niet die van AI, maar een revolutie in de oorspronkelijke zin van dat woord: een ‘omkering’. We leven op dit moment in een omgekeerde wereld, waarin de machine centraal is komen te staan. De echte revolutie (omkering) begint door het leven zélf weer het middelpunt te maken van onze wereld.
Van buiten naar binnen – en weer terug
In deel 2 van Mens-zijn in de machinemaatschappij neem ik je daarom mee naar een nieuwe, organische filosofie afkomstig van filosoof Eugene Gendlin. In tegenstelling tot onze moderne wetenschap, die van buiten naar binnen kijkt, leert hij ons van binnen naar buiten kijken.
Het nieuwe en organische wereldbeeld dat we nodig hebben in deze tijd, begint vanuit ons eigen levende lijf. De plek waar wij het leven zélf ervaren.
Gendlin ontwikkelde dit tot een unieke toegepaste filosofie (bekend als ‘focusing’) waarmee we de onmiddellijke en belichaamde ervaring van ons mens-zijn terugvinden. Deze ervaringsgerichte methode geeft ons toegang tot de wijsheid van ons levende lijf, dat altijd op weg is naar méér leven. Deze directe ervaring van ons levensproces ontketent vernieuwing en ontwikkeling op elk vlak van ons leven: professioneel, persoonlijk, maar ook cultureel en collectief.
Leven en werken vanuit menselijke meerwaarde
In deel 3 passen we Gendlins filosofie toe op de psychosociale ontwikkeling van onze menselijke vermogens. Denk hierbij aan kernvermogens zoals verbondenheid, autonomie en intimiteit. Deze hebben we hard nodig in het omgaan met de complexiteit van onze huidige wereld.
Maar zoals de Nederlandse filosoof Joep Dohmen in zijn meesterwerk Iemand zijn schrijft, lijdt onze machinemaatschappij aan pedagogische verwaarlozing op elk niveau. Volgens onderzoek ontwikkelt dan ook maar een derde van de volwassenen hun autonomie, terwijl dat steeds meer gevraagd wordt in het moderne (werk)leven.
Nog minder mensen, slechts één procent, ontwikkelen het vermogen tot echte intimiteit, het vermogen niet alleen autonoom en ‘jezelf’ te zijn, maar ook om jezelf (over) te geven aan iets groters. Iets dat het individualistische presteren, produceren en consumeren van de machinemaatschappij overstijgt.
Intimiteit is de essentie van het nieuwe, organische wereldbeeld dat in opkomst is en uitgaat van relatie, interactie, integratie, wederzijdse afhankelijkheid en soortgelijke kwaliteiten. Hoe meer mensen die ontwikkeling doormaken, hoe sneller we de oude machinemaatschappij kunnen achterlaten, omwille van een levensvoorwaartse samenleving - goed voor mens én natuur.
Dat klinkt groots, maar het begint zo dichtbij als onze eigen hartslag. Door thuis te komen in ons eigen lijf: het levende universum, in de unieke vorm van jouw mens-zijn.
Wat blijft er van onze menselijke meerwaarde over als machines een steeds grotere rol krijgen in ons leven en werk? In Mens-zijn in de machinemaatschappij onderzoekt Bas Snippert hoe we opnieuw verbinding kunnen maken met ons mens-zijn en onze vermogens tot autonomie, verbondenheid en intimiteit kunnen ontwikkelen. Bestel Mens-zijn in de machinemaatschappij bij Managementboek en ontdek hoe een menselijker toekomst bij onszelf kan beginnen.