Als professional krijg je vroeg of laat te maken met omstandigheden die je niet zelf kiest. Een reorganisatie die veel onzekerheid met zich meebrengt, een project dat ontspoort, een teamlid dat maanden uitvalt of je eigen energie die na een zwaar jaar op is. Je kunt die omstandigheden vaak niet veranderen. Wel kun je kiezen hoe je met de situatie omgaat. Hoe je denkt en handelt, kun je trainen!
Ik leerde dat op een plek waar je het niet zou zoeken: thuis op de bank, met een drie jaar durende hersenschudding. Twee jaar later helpen die lessen mij het volstrekte tegenovergestelde van ziek zijn te bereiken: ik zwem van Engeland naar Frankrijk in zeventien en een half uur non-stop.
vijf uur extra zwemmen
Zonder wetsuit, slechts gehuld in een badpak, zoals de officiële regels dat voorschrijven. Onderweg gaf ik ruim vijf uur lang over van het zoute water, miste ik het getij, waardoor Frankrijk weer uit zicht dreef en ik vijf uur extra moest zwemmen, en scheurde ik zonder het te weten het kraakbeen in allebei mijn heupen. Sinds de eerste oversteek in 1875 haalden nog geen 3200 mensen officieel de overkant. Minder dan er op de top van de Mount Everest hebben gestaan.
De enige reden dat ik nu bij de selecte club van kanaalzwemmers behoor, is dat ik tijdens mijn ziekteproces een aantal cruciale lessen opdeed.
Van hersenschudding naar herstel
Op 14 februari 2022 zat ik bij de huisarts. Precies een jaar na een val op het ijs, en een kleine negen maanden nadat ik ook nog eens van mijn fiets was gereden. Twee hersenschuddingen. Ik kon aan tafel geen gesprek volgen en had elke dag hoofdpijn. Een jaar lang had ik gewacht op de belofte dat ik binnen het jaar vanzelf zou herstellen. Dat jaar was om. De volgende stap: leren mijn klachten te accepteren.
Ik liep die spreekkamer uit met één besluit. Ik zou beter worden dan ik die dag was, al was het maar een beetje.
Wachten tot de omstandigheden beter werden, had me niets opgeleverd. Wat wel hielp, was verrassend klein. Mentale veerkracht bleek voor mij een conditie die ik in piepkleine stapjes opbouwde. En de belangrijkste les ging over stoppen in plaats van doorgaan.
Waarom grenzen bewaken juist vooruitgang oplevert
Om mijn grenzen te bewaken, werkte ik met een wekker. Zestien minuten naar een scherm kijken. Tweeëndertig minuten koffiedrinken met een vriendin. Ging de wekker, dan bleef ik vaak toch nog even zitten. Ik zag zo weinig mensen, wie wist wanneer de volgende keer zou komen?
Die extra minuten voelden als winst. Maar loop je als beginner tien keer een minuut hard en ga je daar twee minuten overheen, dan is dat twintig procent meer dan je aankunt. Hoe kleiner je basis, hoe harder elke overschrijding binnenkomt. Ik leende energie van morgen en veegde de dag erna weer mijn agenda leeg.
Uiteindelijk leerde ik mijn wekker op tachtig procent van mijn grens zetten. Ik hield me eraan, ook als het pijn deed om midden in een gesprek op te staan. Het voelde als inleveren, maar het werkte als sparen: omdat ik niet steeds uitgeput was, kon ik veel vaker een stapje omhoog.
Heb je op een dag dertig procent te geven en geef je dertig procent, dan heb je alles gegeven. Voor het Kanaal voegde ik zo elke week tien procent aan mijn zwemafstand toe. In het begin ging het over meters. Maanden later over kilometers per week.
In het Kanaal zelf uitte het zich in puur focussen op de volgende slag. Zaken waar ik niets aan kan doen, zoals het veranderende getij, houd ik buiten mijn focusgebied. Of ik het wel of niet haal, is niet meer relevant. Ik houd me alleen bezig met de dingen die mij vooruithelpen.
Mentale veerkracht trainen: één kleine stap per dag
En nu jij: Kies één item waarover je 's avonds in bed ligt te piekeren: een vastgelopen veranderproject of misschien je eigen belastbaarheid. Bepaal welke stap je morgen opnieuw kunt zetten om de situatie een klein beetje te verbeteren. Zet een wekker om er een bepaald aantal minuten of uren aan te werken. En houd je aan die grens, zowel als je wilt opgeven als wanneer je juist wilt doordenderen. De dag erna heb je weer een nieuwe poging! Wanneer je weer begint te piekeren, vertel je je brein dat het morgen een nieuw tijdsblok krijgt.
Leid je een team, dan geldt het ook voor hen. Wie maar dertig procent heeft, reken je niet af op honderd. En wie constant, dag na dag, 130 procent geeft, rem je af naar honderd procent.
De oversteek was achteraf het zichtbare stuk van een veel langer traject. Drie jaar oefenen in mijn woonkamer met mijn gedachten en het eindeloos bestuderen van de neurowetenschap. Nu ik helemaal beter ben, ben ik blij dat ik erdoorheen gegaan ben. Slag voor slag.