Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Preview

De afrekening - Hoe ING langs de rand van de afgrond scheerde

Rendement ging voor risicobeheer. Deze assertieve strategie bracht ING jarenlang winsten voor de aandeelhouders en bonussen voor de bankiers, maar ten tijde van de financiële crisis duwde dit de bank-verzekeraar over de rand van het ravijn.

Roel Janssen | 24 oktober 2019 | 3-5 minuten leestijd

In 2008 behoorde ING tot de twintig grootste financiële instellingen ter wereld. Drie weken nadat in New York zakenbank Lehman Brothers bankroet was gegaan, vroegen bestuurders van ING bij De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën dringend overheidssteun aan om het bedrijf te redden. Omvallen was geen optie.

In mijn recent verschenen boek, De afrekening, hoe ING langs de rand van de afgrond scheerde beschrijf ik wat zich als in een waargebeurde financiële thriller achter de schermen heeft afgespeeld.

In eerste instantie besloot de overheid tot een kapitaalinjectie van 10 miljard euro. Bij de aankondiging hiervan zat ING topman Michel Tilmant, die kort daarvoor nog gedreigd had dat hij het hoofdkantoor van ING zou verplaatsen naar Brussel of Londen, ongemakkelijk ingeklemd tussen DNB-president Nout Wellink en minister van Financiën Wouter Bos.

Hiermee was de ondergang van ING niet afgewend. De rot zat in de balans van ING. Het eigen vermogen werd weggevaagd door afboekingen die ING moest doen op een portefeuille van risicovolle Amerikaanse hypotheken. Midden in de financiële crisis verloren die in hoog tempo hun marktwaarde.

ING was een pionier op het gebied van internetsparen. ING Direct was in zekere zin een voortzetting in het internettijdperk van het aloude spaarbankboekje van de Rijkspostspaarbank, waarmee generaties Nederlandse spaarders waren opgegroeid. Het bood een standaardproduct tegen lage kosten en een aantrekkelijke rente. Het werd een wereldsucces.

In enkele jaren trok ING Direct USA 100 miljard dollar spaargeld aan en was daarmee de grootste internetbank van de Verenigde Staten. Wetgeving eiste dat een aanzienlijk deel hiervan in de Amerikaanse woningmarkt werd geïnvesteerd. ING Direct kocht samengestelde hypotheekpakketten, zogenoemde Alternative A hypotheken, die een hoger risico hadden en een hoger rendement boden. Aan de vooravond van het uitbreken van de financiële crisis was ING de een na grootste belegger ter wereld in dergelijke Alt A-hypotheken.

De Nederlandse toezichthouder, De Nederlandsche Bank liet het begaan en het management van ING onderschatte wat er kon gebeuren als de marktwaarde van deze hypotheken zou instorten.

Een Nederlandse financiële analist die zich had toegelegd op de analyse van de risico's verborgen in de Amerikaanse Alt A-hypotheken, wees ING Direct, de accountant van ING en De Nederlandsche Bank op de dreigende verliezen. Zijn waarschuwingen werden in de wind geslagen.

Anderhalve maand later, een dag voordat dat Wellink, Bos en premier Balkenende de nationalisatie van ABN Amro bekend maakten, vroeg de top van ING om noodsteun van de overheid.

Maar de kapitaalinjectie bleek onvoldoende om ING uit de gevarenzone te halen. De Alt A-portefeuille moest van de balans van ING gehaald worden. Met een deal van 22,5 miljard euro, die eind januari 2009 werd bereikt, nam de overheid 80 procent van de Alt-A portefeuille over tegen 90 procent van de nominale waarde. Dat was ver boven de marktwaarde van dat moment.

Toen zelfs dat onvoldoende leek om ING te redden, bereidde het ministerie van Financiën in het diepste geheim een wet voor om ING met een pennenstreek van de koningin te kunnen nationaliseren.

Alle reddingsacties van Europese banken moesten worden goedgekeurd door het Directoraat-Generaal Mededinging van de Europese Commissie in Brussel. Zo ook de steun van in totaal 32,5 miljard euro aan ING. DG COMP stelde zich onverzoenlijker op dan Financiën en DNB. De Europese ambtenaren eisten dat ING in omvang gehalveerd werd en dat de prijs die ING voor haar redding betaalde, fors omhoog ging.  Hierdoor verdiende de Nederlandse schatkist geen 3 miljard, maar 4,5 miljard op de twee reddingsacties.

De Nederlandse overheid had ING van de ondergang gered, maar het Directoraat-Generaal Mededinging in Brussel bepaalde de prijs die daarvoor betaald moest worden. Niet op het Frederiksplein in Amsterdam, niet aan het Korte Voorhout in Den Haag, maar in de Rue Joseph II in Brussel werd over het lot van ING beslist.

Roel Janssen (1947) is journalist en schrijver van zowel non-fictie als spannende boeken. Hij werkte ruim dertig jaar voor NRC Handelsblad, onder meer als correspondent in Zuid-Amerika en Brussel en als politiek-economisch redacteur. Met de thriller De tiende vrouw won hij de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige misdaadboek. Hij is de auteur van De afrekening.

Over Roel Janssen
Roel Janssen (1947) is financieel-economisch journalist en schrijver. Hij was tot 2010 financieel-economisch redacteur van NRC Handelsblad. Hij is auteur van de succesvolle thrillers: 'De struisvogelcode', 'Het Mercatorcomplot' - beide bekroond met drie sterren in de VN's Detective & Thrillergids. 'De tiende vrouw' werd in 2007 bekroond met De Gouden Strop. Roel Janssen heeft een aantal boeken over economie geschreven. Begin 2011 verscheen 'Grof Geld', een kroniek van zeven eeuwen financiële schandalen en speculaties in Nederland. Recentelijk verscheen van zijn hand 'Wellink aan het woord', waarin Nout Wellink zijn verhaal vertelt over de turbulente afgelopen jaren bij de Nederlandsche Bank. Op het ogenblik werkt Janssen aan een boek over de euro twintig jaar na het verdrag van Maastricht, gebaseerd op interviews met de hoofdrolspelers uit die tijd. Tegenwoordig is hij als senior advisor verbonden aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) en is hij lid van de advisory board van OMFIF, een financiële denktank in Londen.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden