Je bent het type dat graag de kont tegen de krib gooit: je houdt niet van leiderschapsboeken, schrijf je. Waarom niet?
Die tegendraadsheid zit in de aard van het beestje, ben ik bang. In traditionele leiderschapsboeken is vaak sprake van een geïdealiseerde werkelijkheid, gebaseerd op modellen. In mijn beleving staan die te ver van de werkelijkheid af. Ik vraag me altijd af voor wie die boeken zijn bedoeld.
Wat is jouw sterke punt? Waarom schakelen voetbalclubs jou in om te helpen bij het ontwikkelen van teams?
Voetbalclubs hebben tegenwoordig veel mensen met diepgaande expertise en beschikken over allerlei digitale hulpmiddelen. We kunnen alles meten, we hebben schitterende dashboards. Maar daardoor dreigen we wel te verleren hoe we zelf moeten kijken en observeren.
We weten precies wanneer iemand in het rood komt te zitten, maar waardoor het komt? Je moet ook weten wanneer iemand drie slechte nachten heeft gehad. Je moet het weten wanneer zijn zoon net is geopereerd. Ook dat is onderdeel van de werkelijkheid. Met al die technologie die tot onze beschikking staat, hebben we nog wel eens de neiging om ons te verschuilen achter expertise. Maar elke leider moet in staat zijn het hele plaatje te zien en vanuit de context te observeren. Dat probeer ik coaches bij te brengen.
Te vaak wordt de schuld van een slecht functionerend team bij de leider gelegd, schrijf je. Jij wijst naar het systeem. ‘Het systeem wil niet dat we echte interesse voor mensen hebben.’ Wat bedoel je daar precies mee?
Als een coach nieuw binnenkomt bij een voetbalclub, heeft hij vijf assistenten, een aantal mensen die verantwoordelijk zijn voor het medische gedeelte, nog een groepje dat de data verzamelt, en nog zo’n wijsneus zoals ik: dat is een enorme groep mensen die je automatisch krijgt toegewezen en die je moet gaan managen. Voordat die coach dan de tijd heeft om zijn spelers te observeren, gaat er heel wat tijd overheen. Terwijl dat toch een van de belangrijkste taken is van een nieuwe coach. Eigenlijk nemen die managementtaken te veel tijd van de nieuwe coach in beslag, waardoor zijn belangrijkste taak naar de achtergrond verdwijnt.
Kunnen we die systemen niet veranderen?
Dat is lastig. Voetbalclubs doen elkaar na en als de ene club een grote afdeling data-analyse heeft, volgt de andere club als vanzelf. Ze willen niet achterblijven bij de concurrentie. Het probleem is dat we altijd maar bezig zijn dingen toe te voegen, en dat we zelden iets wegstrepen. We zijn onszelf aan het overvoeren.
Daarom denk ik dat het heel belangrijk kan zijn om spelers en coaches te ontlasten. Als mensen hebben we maar een beperkte capaciteit om dingen tot ons te nemen. Meer dingen weglaten zou ons dichter bij de kern brengen. We moeten ontlasten voordat we weer gaan belasten, zeg ik wel eens.
In het verleden werkte je onder meer voor Go Ahead Eagles en Feyenoord. Hoe ben je bij Ajax terechtgekomen?
Ik ken Jordi Cruijff, de technisch directeur, al iets langer. We hebben samengewerkt bij het nationale elftal van Indonesië, waar ik ook als teamontwikkelaar bij betrokken was. Bij Feyenoord had ik een andere rol en werkte ik uitsluitend voor de academie.
Maar ik kom het best tot m’n recht als er echt iets op het spel staat. Dus keek ik met een schuin oog naar andere kansen. Ik hou van druk, die kan mij niet hoog genoeg zijn. Toen zich de mogelijkheid aandiende om voor Ajax te gaan werken, heb ik die meteen aangegrepen.
Het verbaast me niet dat je graag in de vuurlinie staat. Je hebt ook niet veel op met de te modieuze uitleg van psychologische veiligheid, als ik je goed begrijp.
Een woord als verbinding is inmiddels inderdaad een doodgeslagen begrip. We zijn bang geworden om elkaar aan te spreken, we durven niet meer de confrontatie aan te gaan. We blijven aan de veilige kant zitten. Maar dat is niet wat Amy Edmondson bedoelde met psychologische veiligheid. Het ging er haar om dat je fouten mocht maken zonder meteen voor je baan te vrezen. Dat betekent niet dat je elkaar niet meer mag aanspreken.
In het voetbal moet je elkaar soms de waarheid vertellen om tot betere prestaties te komen. Je kunt een conflict best op een gezonde manier met elkaar uitvechten. Sommige spelers hebben echt behoefte aan een schop onder hun kont. Ik heb op het trainingsveld ontelbare opstootjes meegemaakt. Die zijn na tien minuten ook weer voorbij.
Je noemt jezelf een ‘outside leader’. Wat bedoel je daar precies mee?
Als zzp’er sta je automatisch een beetje buiten de organisatie, en dat heeft bepaalde voordelen. Ik heb geen belangen waar ik rekening mee hoef te houden, dus ik kan met een neutrale blik observeren en advies geven. Dat past ook bij mijn persoonlijkheid.
Patroonherkenning is een van jouw belangrijkste instrumenten. Geen magie, geen mystiek, maar duizenden uren observeren. Wat hebben die jou geleerd?
Als je een heel seizoen observeert hoe spelers zich gedragen, hoe ze hun shirtje weghangen en hoe ze met elkaar omgaan, dan kun je zoveel leren. Hun oogopslag, hun motoriek, de manier waarop ze met elkaar praten: al die dingen kunnen je iets leren over die spelers. In feite zijn dat data die je opslaat. Ze worden misschien niet zichtbaar in een dashboard, maar je kunt ze wel gebruiken als het nodig is.
In Scoren met teamwork beschrijf ik hoe ik merkte dat er iets mis was met m’n zoon. Ik heb hem zien opgroeien en ik weet hoe hij reageert bij pijn. Toen hij op een dag bij me kwam met klachten over buikpijn, wist ik dat er meer aan de hand was. En dat bleek uiteindelijk ook: een blindedarmontsteking. De artsen wisten aanvankelijk niet wat er aan de hand was, maar omdat wij wisten dat er echt iets mis was, bleven ze zoeken. Dat vertelde de arts van het AMC me later ook. Soms kunnen ze het nog niet zien aan het bloed, maar gaan ze af op de ouders, omdat die zien dat er echt iets aan schort.
Zo beschrijf ik in het boek ook de wasvrouw van Go Ahead Eagles, Carla, die al jaren bij de club rondloopt en precies weet wanneer er iets aan de hand is met een speler. Zij heeft geen data nodig, zij ziet het gewoon aan zo’n jongen. Dat geef ik dus ook mee aan de coaches met wie ik werk: soms moet je gewoon die laptop even wegleggen en de spelers echt met je eigen ogen observeren.