Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

De ambachtsman

Als Richard Sennett geen blessure aan zijn hand had opgelopen, hadden wij hem nu waarschijnlijk gekend als musicus. Zijn studies geschiedenis en sociologie waren een tweede keus, maar dat doet niets af aan zijn enthousiasme en succes. In 'De ambachtsman' verkent hij het brede terrein van vakmanschap. Hij benadert het onderwerp vanuit de sociologie, plaatst het in een historisch kader en doorspekt zijn betoog met voorbeelden waarin we zijn hobby's (muziek en koken) terugzien.

Anne-Mieke Vermeer | 18 september 2009 | 2-4 minuten leestijd

Aanleiding voor 'De ambachtsman' was een gesprek uit 1962 tussen Richard Sennett en zijn docente Hannah Arendt, filosoof en auteur van 'The Human Condition'. Zij betoogde namelijk naar aanleiding van Los Alamos en de Cubacrisis dat mensen die dingen maken, gewoonlijk niet weten wat ze aan het doen zijn en dat de politiek daarom een leidende rol dient te hebben. Sennett was het niet eens met haar standpunt, maar had blijkbaar 45 jaar ontwikkeling nodig om haar van repliek te kunnen dienen.

Dit boek is dan eindelijk het antwoord aan Arendt: de auteur ziet juist een innige band tussen hand en hoofd en onderzoekt wat het proces van vervaardiging van concrete dingen over onszelf leert. Daartoe bestudeert hij de vakman, die het verlangen heeft om werk goed te doen omwille van het werk.

De auteur neemt ons mee op een ruim 300 pagina's durende verkenningstocht waarin we veel te weten komen over ambachten: waarom Linux-ontwikkelaars zo succesvol zijn, waarom de zilversmeden baat hadden bij het middeleeuwse gildensysteem, waarom niemand Stradivarius heeft kunnen evenaren en het dilemma van het hedendaagse medische personeel. Maar ook de ontwikkeling van het pottenbakkerswiel, waarom het hakmes zo essentieel is voor de Chinese keuken, hoe de ontwikkeling van de baksteen het aanzien van steden veranderd heeft, waarom Loos een beter huis ontwierp dan Wittgenstein, de worsteling van de musicus om technisch vaardig te worden, verschillende manieren waarop een chefkok zijn recept kan doorgeven.

Leuk om te lezen, onderhoudend geschreven, maar dat is uiteindelijk niet waar het Sennett om te doen is. Het zijn slechts vehikels om zijn betoog verder te helpen. En daar waar Sennett zijn punt wil maken, vind ik zijn betoog minder makkelijk leesbaar. Gelukkig helpt Sennett om de grote lijn in het oog te houden door samenvattingen te geven in de paragraaf 'Het project' en aan het slot van het eerste en tweede deel. Het heeft mij erg geholpen daar af en toe naar terug te bladeren.

Omdat Sennett zoveel zegt in dit boek, kan ik slechts een samenvatting van een samenvatting geven. Vakmensen staan centraal in het eerste deel; hoe ze in de problemen komen doordat loyaliteit niet langer gewaardeerd wordt, efficiency belangrijker werd dan vakmanschap en door tegenstrijdige normen voor kwaliteit. Sennett brengt de geschiedenis van de werkplaats in kaart, evenals het effect van machines op het vakmanschap. En hij verkent uitgebreid het materieel bewustzijn van de vakman.

De auteur vervolgt met een deel over het vak, de ontwikkeling van vaardigheden die altijd begint als lichamelijke oefening, verbeeldingskracht die het technisch begrip vergroot, over hoe hand en oog samenwerken, gereedschappen. Sennett rond af met een deel over vakmanschap, dat door motivatie en talent bepaald wordt en over de ethische vragen die de vakman tegenkomt.

Ten slotte keert Sennett terug bij zijn beginpunt, de filosofie, en weerlegt hij de visie van Arendt. De politiek moet de vakman niet sturen; juist in het verwerven van vakmanschap en het leren goed te werken ziet Sennett de basis voor goed burgerschap. Het is eigenlijk wel heel veel tekst om een overleden docent mee van repliek te dienen. Maar het heeft een prachtig boek opgeleverd, dat het verdient om aandachtig gelezen en herlezen te worden.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden