Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Een vies woord

Vraag: wat hebben een inktvisjager, een bakfietsmaker en een garnalenkweker overeen? Antwoord: het zijn alle drie innovatieve ondernemers. Ze worden, samen met negen andere ondernemers, een adviseur (Syntens-directeur Piet van Staalduinen) en een investeerder (‘Dragon’s Den’ Willem Sijthoff), door Job Franken en Judith Stoop geïnterviewd in het boek Bakfiets, garnaal en stormparaplu.

Rob Hartgers | 22 juni 2009 | 2-3 minuten leestijd

Franken en Stoop willen door interviews met ondernemers achterhalen wat de essentie is van innovatief ondernemerschap. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Een aantal van de geïnterviewde ondernemers verzet zich tegen het label ‘innovatief’. Veelzeggend is de uitspraak van Gilbert Curtessi, die met zijn Happy Shrimp Farm veel aandacht heeft gekregen in de media: ‘Het woord innovatie vind ik, net als duurzaamheid, eigenlijk een beetje een vies woord. Het zijn modewoorden. (...) Ik run een bedrijf, geen innovatiecentrum.’ Zelfs Piet van Staalduinen kan geen heldere definitie geven van innovatie: ‘Er zit wat sleetsheid in het woord, denk ik. Het ligt heel dicht bij goed ondernemerschap. (...) Maar het is lastig hoor. Je moet maar eens op onze website kijken, we proberen het met mate te gebruiken.’

Ondanks de verwarring over de precieze betekenis van innovatie zijn de meeste interviews de moeite waard. Het verhaal van Pim Betist, die een goede baan bij Shell verruilde voor een onzeker bestaan als startend ondernemer, is inspirerend. Zijn vriendin dumpte hem, hij verhuisde van een appartement aan de Amsterdamse grachten naar een tochtige antikraakwoning, maar bleef vertrouwen houden in zijn bedrijf SellaBand. Door fans via een website rechtstreeks te laten investeren in hun favoriete artiesten, heeft Betist de muziekindustrie flink opgeschud. Inmiddels hebben de fans (‘believers’ in de terminologie van SellaBand), gezamenlijk zo’n drie miljoen euro geïnvesteerd in hun favoriete bands en heeft Betist partnerships opgezet met grote partijen als Amazon, Deutsche Telekom en Heineken.

Van een heel andere orde is de ‘Floormanager’ van oude rot Martin Kok. De Westlander begon met een schildersbedrijf, bouwde dat uit tot een keten van woonwinkels met een grote afdeling voor kantoormeubilair- en stoffering. Toen Kok in een kantoor met achttienhonderd mensen tapijt moest leggen terwijl de bureaus er al stonden, kwam hij op het idee voor een apparaat waarmee bureaus en kasten eenvoudig kunnen worden opgetild. Hij vroeg een patent aan en laat nu meerdere Floormanagers ontwikkelen, die wil hij onderbrengen bij franchisenemers. ‘Het is een gat in de markt’, denkt Kok.

Helaas reiken de ambities van Franken en Stoop verder dan het interviewen van innovatieve ondernemers. Ze willen niets minder dan tot de kern komen van het innovatief ondernemerschap. In het derde deel van het boek worden de uitspraken van de twaalf ondernemers daarom onderworpen aan een ‘repertoireanalyse’. Dat klinkt deftig, maar stelt weinig voor. De interviews worden herkauwd en hier en daar wordt een uitspraak uitgelicht. De conclusies die Franken en Stoop trekken zijn weinig verrassend: innovatieve ondernemers zijn bereid tot het nemen van risico’s, hebben een open houding en werken klantgericht.

De energie die in deze ‘analyse’ is gestoken, had beter kunnen worden besteed aan het verder uitwerken en uitbreiden van de interviews. Die zijn interessant, maar aan de korte kant en slordig geschreven. In een enkel geval bekruipt je als lezer het gevoel dat de interviewers niet goed begrijpen waar de ondernemers mee bezig zijn. Dat is jammer, want ondanks de devaluatie van het woord innovatie, blijft het een onderwerp dat serieuze aandacht verdient.

Over Rob Hartgers

Rob Hartgers is freelance journalist.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden