Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Diagnose zorginnovatie - de essentie

De betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg staan onder druk. Technisch gezien kan er steeds meer en de vraag naar zorg, door steeds kritischer wordende zorgconsumenten, is in principe oneindig. De zorgkosten groeien de pan uit en we zijn een steeds groter deel van ons inkomen kwijt aan zorg. Dat kan niet langer zo door gaan, daar is iedereen het over eens. Naast de invoering van marktwerking en het doorvoeren van forse bezuinigingen, moet de oplossing vooral komen van innovatie. We moeten de zorg anders, beter en goedkoper inrichten en innovatie kan daarbij helpen.

Sjors van Leeuwen | 2 september 2015

Maar innoveren in de zorg is lastig, dat wijst onderzoek keer op keer uit. De oorzaken zijn talrijk en divers. De invoering van eHealth en andere zorginnovaties zoals het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) gaan dan ook niet zo snel als verwacht. Het antwoord ligt in het versterken van de innovatiekracht van de zorgsector met focus op specifieke aandachtsgebieden. Dat schrijven Philip Idenburg en Michel van Schaik in hun vuistdikke boek ‘Diagnose Zorginnovatie - Over technologie en ondernemerschap’. De auteurs schreven eerder de boeken 'Diagnose 2025' en ‘Diagnose Diabetes’ over de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg en diabeteszorg en preventie. Diagnose Zorginnovatie heeft als ambitie het bevorderen van de innovatiekracht van de Nederlandse zorgsector. Door helder te maken wat de belemmeringen zijn voor innovatie en hoe technologie de zorg kan helpen vernieuwen. Het boek is het resultaat van een uitgebreid tweejarig ‘leerproces’ waaraan een groot aantal zorgprofessionals, wetenschappers, experts en organisaties hebben meegewerkt zoals BeBright, Rabobank, Achmea, Philips, KPN, Nutricia, De Lage Landen en TNO. Minister Schippers schreef het voorwoord. Om de scope van hun onderzoeksproject behapbaar te houden hebben de deelnemers gekozen voor vier (chronische) ziektebeelden en aandoeningen, te weten COPD, hart- en vaatziekten, kanker en ouderdomsgerelateerde aandoeningen. Deze ziektebeelden komen veel voor (hoge prevalentie), nemen in omvang sterk toe (hoge incidentie), hebben een grote invloed op de kwaliteit van leven en het welbevinden van patiënten (impact) en gaan gepaard met hoge kosten en een hoge kostengroei (betaalbaarheid). Innovatie kan juist op deze gebieden van grote betekenis zijn, mits ze toegevoegde waarde biedt voor patiënten, zorgorganisaties en maatschappij. Zorginnovaties moeten leiden tot meer kwaliteit van leven, meer zelfredzaamheid en efficiëntere en effectievere zorg. Het boek begint met uitgebreide aftrap met een voorwoord, introductie van deelnemers, samenvatting, inleiding en leeswijzer. Daarna volgen de twee kerndelen van het boek. In deel 1 komt in honderd pagina’s het theoretisch kader aan bod. De auteurs beschrijven hoe de gezondheidszorg zich heeft ontwikkeld van een Pater-systeem (verzorgingsstaat) naar het huidige Ego-systeem (marktwerking). En hoe medische technologie en innovaties in de zorg zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld en welke obstakels daarbij optreden. Verschillende vormen van zorginnovatie passeren de revue zoals medische technologie, eHealth, zorg op afstand, sociale media, m-Health, serious gaming, big data, biotech en nutritech (voeding). De auteurs introduceren twee nieuwe modellen. Allereerst het Cyclisch Innovatie Model (CIM) om aan te geven dat innovatie niet een eenmalig project is, maar een permanent innovatieproces. Dit model kent vier lagen: het individu, de sociale context, de samenleving en economie, de zorgsector zelf en tenslotte de arbeidsmarkt. Het tweede model is de ZorgwaardeCyclus als vervanger van de zorgwaardeketen. Want het omgaan met gezondheid en welbevinden is in de praktijk vooral een patiëntgedreven, dynamisch en cyclisch proces en niet zozeer een aanbodgedreven, voorspelbaar en lineair proces. Binnen de ZorgwaardeCyclus spelen vier partijen een rol als het gaat om uitvoering van de zorg: de patiënt met persoonlijk gezondheidsmanagement, de zorgprofessionals in cure en care en de informele zorg door familie en mantelzorgers. Als laatste volgt in deel 1 via mooie infographics een overzicht van alle trends en ontwikkelingen op het gebied van COPD, hart- en vaatziekten, kanker en ouderdomsgerelateerde aandoeningen. In deel 2 komen in veertig pagina’s belangrijke innovatiebarrières, het nieuwe innovatieparadigma (meer zorgkwaliteit tegen lagere zorgkosten), de verschillende soorten innovaties (technologisch, businessmodel, sociaal en wetenschappelijk) en ondernemend innoveren (open innovatie) langs. Ook wordt het Eco-systeem geïntroduceerd. Hierbij draait het niet om een verzorgingsstaat (Pater-systeem) of marktwerking (Ego-systeem), maar om een systeem waarin vanuit gemeenschappelijke belangen, de inhoud, het vakmanschap, de samenwerking en de ‘outcome’ centraal staan (Eco-systeem). Het boek sluit af met een conclusie en een bottom-up en top-down innovatie-agenda. Samen goed voor twintig pagina’s. Een volgens de auteurs opvallende uitkomst van het project, is dat er veel waarde valt te creëren door in te zetten op innovaties die ‘low tech’ en ‘high touch’ zijn. Niet investeren in uitvindingen en technische hoogstandjes, maar bestaande technologieën slim combineren tot oplossingen met toegevoegde waarde die snel grootschalig kunnen worden uitgerold en toegepast. Op basis van dit inzicht is er voor de vier gekozen domeinen een bottom-up innovatie-agenda opgesteld met twaalf kansrijke zorginnovatiethema’s. Deze thema’s worden kort en bondig ingeleid: stimuleren gedeelde besluitvorming, personalized nutrition, tegengaan van roken, nieuwe zorgwoonvoorzieningen, vooraf voorspellen van hart- en vaatziekten, individueel gerichte zorg, potentieel van personalized medicine voor kankerpatiënten benutten, technologieontwikkelingen voor hart- en vaatziekten stroomlijnen, veilig medicijngebruik, versterken zelfregie patiënt, stroomlijnen ziekteproces van hart- en vaatziekten en e(m)powerment van patiënt en eerste lijn. Jammer genoeg ontbreken bij deze innovatiethema’s concrete voorbeelden van succesvolle zorginnovaties (best practices) die er ongetwijfeld zijn. Dat had dit onderwerp een stuk aansprekender gemaakt. De top-down innovatie-agenda bestaat uit aanbevelingen voor het versterken van de innovatiekracht van bestaande spelers in de zorgsector. De auteurs gaan kort in op zaken als opleidingen, open innovatie, innovatiecultuur, innovatieproces en de toepassing van het Innovatie Maturity Model. De auteurs pleiten ook voor het oprichten van een Netwerk voor Open Zorginnovatie (NOZI) dat zich moet gaan bezighouden met het ontwikkelen van grootschalig uitrolbare innovaties. Dit onderdeel refereert direct aan de centrale ambitie van het boek, maar komt er met tien pagina’s en enkele globale kanttekeningen en aanbevelingen bekaaid vanaf. Waardoor het boek enigszins als de bekende nachtkaars uit gaat. Want je wilt als geïnteresseerde lezer niet alleen een diagnose horen, maar ook welke behandelingen mogelijk zijn en welke behandeling in jouw geval het beste is. ‘Diagnose Zorginnovatie’ is een mooi uitgevoerd boek met veel achtergrondinformatie dat vooral als naslagwerk geschikt lijkt. Het geeft een uitgebreid overzicht van ontwikkelingen, kansen, bedreigingen, uitdagingen en organisaties die een rol spelen op zorginnovatiegebied. Hoewel het begrip innovatie in vrijwel iedere zin voorkomt, ontbreekt opvallend genoeg een scherpe en concrete definitie. Ook komen de verschillende type innovaties (incrementeel, radicaal, verkennend, ontwrichtend) en hoe daar mee om te gaan niet aan bod. Aan de menselijke factor als mogelijke belemmering en succesfactor wordt weinig aandacht geschonken. Dit terwijl veel innovaties mislukken omdat ze gebruikers te weinig voordeel bieden of omdat de benodigde gedragsverandering te groot is. Het boek geeft vooral inzicht, maar biedt geen concrete aanpak of stappenplan. Het is dus de vraag in hoeverre de vele spelers in de zorgsector door dit boek gestimuleerd worden om actief bij te dragen aan de innovatiekracht van hun eigen organisatie en die van de Nederlandse zorgsector. De meerwaarde voor de deelnemers zal vooral gelegen hebben in het tweejarig leerproces dat aan dit boek vooraf ging. De auteurs sluiten het boek af met de constatering dat de noodzaak om de zorgsector fundamenteel te hervormen groter is dan ooit. Dat is niet zozeer een bedreiging, maar een geweldige kans om het innovatiepotentieel, dat ruimschoots aanwezig is in de Nederlandse zorgsector, optimaal in te zetten. Daarvoor moeten wel de nodige obstakels overwonnen worden en de innovatiekracht van de Nederlandse zorgsector versterkt worden. Samen werken aan de ‘Way to greatness’ van de Nederlandse gezondheidszorg, wie wiI dat nu niet? Ik sluit mij graag bij deze oproep aan.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden