Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

De economie als kind

George Akerlof en Robert Shiller volgen in Animal Spirits Keynes: de economie wordt niet voortgedreven door rationele motieven van eigenbelang, maar door allerlei irrationele emoties, intuïties, impressies en illusies, en deze zijn er juist verantwoordelijk voor dat zij voortdurend op en neer gaat.

Dick Pels | 12 oktober 2009 | 4-6 minuten leestijd

De markt is eigenlijk als een kind dat goed moet worden opgevoed. Daarom is er een overheid nodig die de rol speelt van een mild paternalistische ouder, die het kind onafhankelijkheid gunt om creatief te kunnen zijn en te kunnen leren, maar die ook grenzen durft te stellen. Hij mag niet te autoritair zijn maar ook niet te toegeeflijk, zodat het kind zich niet overgeeft aan zijn Animal Spirits. Overheden dienen zo weinig mogelijk in te grijpen in de creativiteit van de kapitalistische economie. Maar spelregels zijn nodig, want als zij aan zichzelf wordt overgelaten verliest zij zich in excessen.

Dit beeld van het ‘gelukkige thuis’ dat vrijheid geeft maar ook bescherming biedt tegen de animal spirits is van John Maynard Keynes, en was zijn beroemde antwoord op de vorige Grote Depressie. George Akerlof en Robert Shiller, als hoogleraren economie verbonden aan Berkeley en Yale, volgen hun beroemde voorganger in het inzicht dat de economie niet wordt voortgedreven door rationele motieven van eigenbelang die via een onzichtbare hand het goede bewerkstelligen. De kapitalistische economie is veeleer in de ban van allerlei irrationele emoties, intuïties, impressies en illusies, en deze zijn er juist verantwoordelijk voor dat zij voortdurend op en neer gaat.

Animal Spirits is een moeilijk vertaalbaar begrip dat in de Nederlandse titel van het boek dan ook is gehandhaafd, in de hoop dat de ondertitel ‘Hoe instincten in de mens de economie sturen’ meer helderheid schept. Het gaat inderdaad om grillige, spontaan opkomende golven van optimisme of pessimisme of van vertrouwen en wantrouwen, en om gevoelens van rechtvaardigheid, afgunst en wrok, die op een onvoorspelbare manier de economische werkelijkheid meebepalen. De neoklassieke macro-economie heeft het verleerd om met deze factoren rekening te houden, onder invloed van de vrijemarkt-ideologie waarvoor alleen het rationele eigenbelang telt. Daardoor is de overheid teruggevallen in de rol van ‘toegeeflijke ouder’, die de economie alle kansen gaf om te vervallen in grensoverschrijdend gedrag. Wall Street werd ‘dronken’, in de ‘scherpzinnige’ analyse van de wel zeer toegeeflijke George W. Bush.

Akerlof en Shiller bespreken uitvoerig vijf aspecten van deze animal spirits: vertrouwen, redelijkheid (‘fairness’), corruptie en antisociaal gedrag, de geldillusie en het belang van verhalen. De eerste en meest cruciale is het vertrouwen. Dat komt zoals we weten ‘te voet en gaat te paard’. De kredietcrisis is niet een crisis van de rationaliteit, maar eerder een geloofscrisis. Vertrouwen is iets van de onderbuik, maar vormt wel de basis waarop spontane economische beslissingen worden genomen. Net als de Keynesiaanse economische ‘multiplier’ is er sprake van een ‘vertrouwensmultiplier’ die zorgt voor onverhoedse spiraalbewegingen naar beneden of naar boven (economische depressies zijn dus ook psychologische depressies).

Ook gevoelens van rechtvaardigheid (‘fairness’) wegen vaak zwaarder dan rationele economische overwegingen. Het kapitalisme biedt alle ruimte aan duistere motieven, corruptie, kwade trouw en antisociaal gedrag. Het produceert zogenaamd wat de klant wil, maar zorgt er ook voor dat de klant wil kopen wat er door verkopers wordt geproduceerd. Dus als je niet goed uitkijkt, zal iemand jou rotzooi verkopen. Daarom moet de consument worden beschermd tegen manipulatief gedrag en fraude, onbetaalbare leningen, bonusgekte en andere vormen van roofdiergedrag. Een van de oorzaken van de huidige kredietcrisis is dan ook dat de herinnering aan streng overheidstoezicht is vervaagd, en dat veel mensen denken dat ze er gemakkelijk mee wegkomen.

Bovendien lijden mensen aan de ‘geldillusie’: ze laten zich gemakkelijk misleiden omdat ze (bijvoorbeeld bij een loonsverhoging, of bij de invoering van de euro) focussen op nominale geldbedragen in plaats van zich bewust te zijn van de inflatie en hun reële koopkracht. Ten slotte is er de impact van politiek-economische verhalen die zich vastzetten in de beeldvorming. Per saldo is dit toch de belangrijkste factor in de ‘animal spirits’, ook omdat zij grotendeels overlapt met de vertrouwensfactor. Eigenlijk wordt de markt niet door geld maar door verhalen beheerst. Zij sorteren zeer reële effecten, zoals het verhaal over een ‘nieuw internettijdperk’ met enorme winstkansen, dat een groot maar deels ongegrond optimisme kan losslaan. Dergelijke verhalen zijn als virussen die zich van mond tot mond verspreiden. Economisch vertrouwen, of het gebrek eraan, is even besmettelijk als een ziekte. Epidemieën van vertrouwen of wantrouwen ontstaan omdat de ‘besmettingsgraad’ van bepaalde verhalen is veranderd.

Dit denkapparaat wordt door Akerlof en Shiller vruchtbaar ingezet om een groot aantal actuele vragen te beantwoorden. Zo laten zij zien dat alle elementen van de ‘animal spirits’ kunnen worden aangetroffen in grote historische depressies en ook de huidige inzinking van de financiële markten grotendeels verklaart. De rol van centrale banken als vertrouwensmachines, de oorzaken van werkloosheid, de willekeurigheid en wisselvalligheid van spaargedrag, de grilligheid van prijzen en investeringen, de verklaring voor de persistente armoede onder minderheden: er is weinig dat in dit rijke boek aan hun greep ontsnapt. Het zij hun daarom vergeven dat ze af en toe claimen op alle grote economische vragen een definitief antwoord te hebben gevonden: die overmoedigheid rekenen we maar toe aan hun eigen ‘animal spirits’.

Hun belangrijkste conclusie staat echter recht overeind, en zal zowel Obama als Bos inspireren: het kapitalisme moet goed in de gaten worden gehouden, de financiële markten zelfs bijzonder goed, want corruptie, kwade trouw en antisociaal gedrag blijven op de loer liggen. Overheidsregulering van markten is wat het kapitalisme in staat stelt goed te functioneren. Keynes’ vaderlijk advies over het ‘gelukkige thuis’ en een goede opvoeding kan in deze tijden niet vaak genoeg worden herhaald.

Over Dick Pels
Socioloog en filosoof Dick Pels is essayist voor onder andere NRC Handelsblad, de Volkskrant, De Groene Amsterdammer en Hollands Diep. Hij is (hoofd)docent maatschappijtheorie en sociale filosofie aan de universiteiten van Amsterdam en Groningen. Daarnaast is hij een van de oprichters van de progressieve denktank Waterland.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden