Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Het verlangen naar voorkomen

‘Het verlangen naar voorkomen’. Dat is de paradoxale titel van dit sterke en actuele boek van politiek filosoof en bestuurskundige Rik Peeters. Verlangen staat immers voor iets willen. Dit boek gaat over het tegenovergestelde, over wat we als burgers niet willen, zoals ongelukken of rampen, criminaliteit en ziekte. En over de toenemende rol die de overheid daarin de laatste jaren speelt, met de beste bedoelingen. Moeten we dat wel willen?

Martin van Staveren | 23 maart 2015

De kern van het boek 'Het verlangen naar voorkomen' zit verpakt in de ondertitel: 'Hoe het preventieparadigma de overheid verandert'. Auteur Rik Peeters is in 2013 gepromoveerd op dit onderwerp. Wat blijkt? In allerlei domeinen, variërend van terrorismebestrijding tot gezondheidszorg, zet de overheid meer en meer in op het proberen te voorkomen van ongewenste gebeurtenissen. Dat kan een terroristische aanslag zijn, maar ook het ontstaan van welvaartsziekten door ongezond leven. In termen van risicobeheersing betekent dit een omslag van gevolgbeperking naar het verkleinen of uitbannen van de kans van optreden. Dit alles door middel van preventie. Peters houdt dit begrip preventie vanuit allerlei perspectieven tegen het licht. Hij geeft aan hoe preventie enerzijds het gevolg is van maatschappelijke veranderingen, en anderzijds wat daarvan de gevolgen zijn voor onze rechtstaat en verzorgingsstaat. Daarover zo meer. Intermezzo’s uit de praktijk, zoals het uit de hand gelopen Facebook-feestje in Haren – Project X – verrijken dit alles. Wie kan tegen preventie zijn? Door potentiële problemen bij de bron aan te pakken kunnen ze niet optreden. Hiermee wordt leed voorkomen en geld bespaard. So far, so good. Echter, Peters heeft het niet voor niets over het preventieparadigma. Het is een collectieve zienswijze geworden in onze maatschappij, die uitgaat van één essentiële en discutabele aanname. Dat is maakbaarheid, de veronderstelling dat de toekomst kenbaar is en door gericht handelen kan worden gestuurd vanuit het heden en verleden. Met andere woorden, er zit een mechanistische denkwijze van directe oorzaak – gevolg relaties in verborgen. Uit deze veronderstelling zijn de laatste jaren allerlei initiatieven vanuit de overheid ontplooid, die variëren van preventief fouilleren in uitgaansgebieden tot keukentafelgesprekken in gezinnen met pubers, ofwel potentieel vroegtijdige schoolverlaters. Het is maar zeer de vraag of met dergelijke preventieve activiteiten toekomstige gebeurtenissen in de gewenste richting kunnen worden gestuurd, en of de prijs die er (onbewust) voor betaald wordt niet te hoog is. Wat hier namelijk nauw mee samenhangt is wat Peters de ‘expansieve logica’ van preventie noemt. Het is nooit genoeg! Er kan altijd meer en eerder wordt gedaan om een potentiële gebeurtenis met ongewenste effecten, ofwel een risico, te voorkomen. En wanneer mag het weer wat minder, wanneer worden bijvoorbeeld extra veiligheidsmaatregelen weer ingetrokken? Niet alleen gaat hier heel veel capaciteit en dus geld en tijd inzitten, die niet aan andere zaken kunnen worden besteed. Ook leidt het tot een afname van privacy en een forse toename aan procedures en protocollen, waarvan de opvolging moet worden gecontroleerd. Aandacht voor compliance, zoals dit tegenwoordig wordt genoemd. Want red je er maar uit als verantwoordelijke, als zich in een probleemgezin een drama voltrekt en de protocollen blijken niet te zijn gevolgd. Dit leidt tot wat ik noem ‘indekgedrag’. Het voldoen aan het protocol, wat een middel zou moeten zijn om doelen te bereiken, wordt een doel op zich. Het resultaat? Toenemende bureaucratisering, met daarbij de angst om verantwoordelijkheid te nemen. Hoe nu verder? Aan het eind van het boek geeft Peters aan dat de ‘oprukkende preventiestaat’ een blijvertje is. Zwart-wit denken helpt niet, we moeten leren omgaan met preventie. Dit betekent de voordelen en nadelen continue tegen elkaar blijven afwegen. Dit sluit naadloos aan op mijn visie op omgaan met risico’s, in plaats van alle mogelijke risico’s proberen te beperken. Omgaan met risico’s houdt een expliciete keuze in, om iets te doen, of om niets te doen aan onderkende risico’s. Soms is het middel immers erger dan de kwaal. Dat is misschien wel het moeilijkste voor iedereen die werkzaam is in het openbaar bestuur en bij publieke organisaties, om af en toe niets te doen, met de beste bedoelingen.

Over Martin van Staveren

Martin van Staveren is adviseur, auteur, docent en spreker. Hij ontwikkelde het gedachtegoed voor risicoleiderschap. Met zijn bureau VSRM helpt hij organisaties doelgericht om te gaan met risico’s én kansen in complexe situaties. Eerder schreef hij onder andere Risicogestuurd werken (2015), Risicoleiderschap (2018) en Iedereen Risicoleider (2020).

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden