Wie weleens start met het lezen van voorwoorden, dankwoorden of zelfs het colofon van een boek, gunt zichzelf soms de dieperliggende betekenis ervan. Zo heeft Bas Kodden een prachtige cover gekozen. Wie de betekenis ervan leest, ziet nog beter hoe die aansluit bij de inhoud.
Het beeld toont gebroken keramiek dat met goud wordt hersteld. Kintsugi, een Japanse kunstvorm waarbij breuklijnen niet worden verborgen, maar juist extra waarde krijgen. Een prachtig symbool voor een boek over teamveiligheid.
Ook het woord vooraf pakt mij als lezer meteen. Want hoe vaak gaan we onze verantwoordelijkheden uit de weg, vooral wanneer de spanning oploopt?
Leiders zijn er dan niet meer of faciliteren onbedoeld dat er over mensen wordt gepraat, geroddeld en uiteindelijk misschien zelfs gepest. Wie het hardst roept of het slimst manipuleert, bepaalt de toon in een team wanneer de leidinggevende niet meer zichtbaar aanwezig is.
Al op pagina 11 was ik overtuigd: Teamveiligheid is verplichte kost voor onze studenten.
Teamveiligheid en de relatie met de Arbowet
Wat mij meteen opvalt, is hoe dicht Kodden soms bij de eisen uit de Arbowetgeving komt.
Zijn driehoek vertoont opvallende overeenkomsten met de manier waarop een risico-inventarisatie voor psychosociale arbeidsbelasting wordt opgebouwd. Ook Kodden begint bij de context en kijkt vervolgens naar de invloed daarvan op teamgedrag, individueel gedrag en de organisatie.
De Arbowet voegt daar nog techniek aan toe. Misschien kunnen we die techniek in dit boek herkennen in de competenties waarmee Kodden afsluit. Want daaraan ontkomt een leidinggevende uiteindelijk niet.
Uren maken. Heel veel uren. Competenties ontwikkel je nu eenmaal niet door er alleen over te lezen.
balans tussen angst, ego en empathie
Kodden stelt dat wegkijken bij gedoe geen neutrale houding is. Tegelijkertijd is uiteindelijk de opbrengst van het team leidend en niet de favoriete leiderschapsstijl van de leidinggevende.
Een leider worstelt volgens hem voortdurend met angst, ego en empathie. Wanneer een leidinggevende bij ongemak kan blijven én duidelijkheid weet te bieden, is hij volgens Kodden geslaagd.
Veiligheid ontstaat niet doordat alles mag. Veiligheid ontstaat doordat helderheid wordt geboden. De leider is in zijn ogen de architect van de voorwaarden.
De wetenschappelijke basis had breder gemogen
Bij de wetenschappelijke onderbouwing blijf ik af en toe hangen. Kodden verwijst opvallend vaak naar zijn eigen onderzoek. Dat is vanzelfsprekend verdedigbaar wanneer een auteur voortbouwt op eerder werk. Toch had juist bij een onderwerp als teamveiligheid een bredere wetenschappelijke basis het boek nog sterker gemaakt.
Jammer genoeg lijkt hij bijvoorbeeld het onderzoek van KU Leuven naar sociale veiligheid niet te hebben meegenomen.
Dat vind ik een gemiste kans. Juist daar wordt vanuit een meer systemische benadering gekeken naar de context waarin sociale onveiligheid ontstaat. Niet alleen naar de persoon of het gedrag van de leider, maar ook naar de omstandigheden en structuren die bepaald gedrag mogelijk maken.
Voor de wetenschappelijke onderbouwing had dat het boek extra kracht gegeven.
Gedrag bespreekbaar maken in plaats van personen
Daarna pak ik de draad weer volledig op. Kodden komt met uitspraken waarvan ik direct denk: ja, precies dit.
Maak gedrag bespreekbaar, niet de persoon.
Effectieve leiders weten volgens hem wanneer ze moeten vertragen, begrenzen, gedrag benoemen en wanneer ze bewust even niets moeten doen.
Ook deze blijft hangen: ‘Empathie zonder begrenzing ondermijnt de veiligheid.’
En verderop: ‘Veiligheid zonder prestatienorm biedt geen veiligheid, maar vrijblijvendheid.’
Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Wat ik sterk herken, is zijn constatering dat wat moeiteloos lijkt, in werkelijkheid vaak het resultaat is van vele uren training en ontwikkeld vakmanschap.
Bilaterale gesprekken kunnen sociale veiligheid ondermijnen
Het hoofdstuk over bila's vond ik bijzonder sterk.
Voordat je het weet, faciliteer je als leidinggevende via bilaterale gesprekken het praten óver anderen. Daarmee ontstaat gemakkelijk ruimte voor roddelen en sociale onveiligheid.
Kodden hanteert daarom twee heldere principes voor een bila:
- Het gaat altijd over jezelf.
- Als het niet over jezelf gaat, is het altijd positief.
Simpel en tegelijkertijd behoorlijk confronterend voor veel organisaties.
Vakbekwaamheid is belangrijker dan leiderschapsstijl
Kodden is bovendien wars van het idee van volledige zelfsturing. Teams kunnen zich op momenten prima zelf organiseren, maar alleen binnen duidelijke kaders.
Daar ben ik het volledig mee eens.
Aan het einde van Teamveiligheid benadrukt hij het belang van zelfkennis. Leidinggevenden moeten leren omgaan met conflicten, verschillen en ongemak. Juist dat voorkomt handelingsverlegenheid wanneer het spannend wordt.
Op één punt verschil ik toch echt met hem van mening. Kodden stelt dat je verantwoordelijkheden kunt overdragen. Volgens mij kan dat niet. Je kunt taken en bevoegdheden delegeren, maar de eindverantwoordelijkheid blijft uiteindelijk bij de leider.
Uiteindelijk draait het niet om goede bedoelingen. En ook niet om het aantal leiderschapsboeken dat iemand heeft gelezen.
Alles draait uiteindelijk om vakbekwaamheid.
Mooi gezegd, Kodden.
Teamveiligheid wordt wat mij betreft verplichte kost voor iedereen die met sociale veiligheidsvraagstukken worstelt.