Eigenlijk kunnen we nauwelijks bevatten wat AI allemaal kan, laat staan waar het in de toekomst toe in staat zal zijn. Dus maken we ons zorgen. Loopt het niet uit de hand? Wat als ons werk verdwijnt? Wat als we de controle verliezen en AI alles overneemt? In AI met beleid verlegt Meindersma die discussie: ondanks onze angst, vertrouwen we te snel op systemen die overtuigend klinken, maar lang niet altijd gelijk hebben.
voor de hype
Al jaren voor de hype begon, gebruikten we ongemerkt bijna dagelijks AI. Die podcast even transcriberen om er een blog en social mediaposts van te maken. Die paar rimpeltjes even wegpoetsen in Photoshop. (En die moedervlek ook maar meteen…) Die vraag even aan de chatbot stellen. (Maar jeemig, wat is dat ding dom… Ik wil gewoon een medewerker aan de lijn!)
We zijn ons er lang niet altijd van bewust dat we AI gebruiken, en dat is waar de problemen ontstaan. Niet alleen wanneer we stiekem met onze eigen account inloggen bij een AI-tool die we van de baas niet mogen gebruiken, maar vooral wanneer we überhaupt niet meer weten dat we AI gebruiken.
risico’s
In AI met beleid laat Meindersma zien dat we antwoorden vaak te snel voor waar aannemen, en waardoor dat komt. Ze bespreekt de risico’s van nepnieuws, hoe de confirmation bias ervoor zorgt dat AI-agents vooral bevestigen wat we zelf al dachten, en hoe blind vertrouwen in analyse- en selectietools tot grove fouten en persoonlijke drama’s kan leiden.
Want door AI-gebruik is het vaak allang niet meer de vraag of er sprake is van een menselijke fout of van een systeemfout. Als we ervan uitgaan dat dergelijke intelligente systemen onfeilbaar zijn, bestaat het gevaar dat we blind naar de output handelen en systeemfouten en menselijke fouten zich opstapelen. En dat kan grote gevolgen hebben.
gemakzucht en nalatigheid
Als jurist redeneert Meindersma niet zozeer vanuit de geest van de wet: wat mag uitdrukkelijk niet, en wat zou binnen het grotere geheel eventueel aanvaardbaar kunnen zijn? Ze gaat uit van de letter van de wet, maar vervolgens kijkt ze verder. Wat wordt met deze wet- en regelgeving beoogd? Wat zijn de risico’s van niet naleven? En waar ligt de grens tussen gemakzucht en nalatigheid?
Meindersma draagt niet alleen de juristenpet, maar ook die van een AI-gebruiker die snapt wat er onder de motorkap gebeurt. De AI-verordening en de AVG komen uitgebreid aan bod, maar AI met beleid is allesbehalve een droge handleiding. Het boek vertaalt complexe vraagstukken naar begrijpelijke taal en praktische keuzes, aan de hand van voorbeelden die de boodschap tastbaar maken.
Zoals het antwoord van een AI-agent op de vraag of je baby’s water mag geven bij warm weer, waarmee Meindersma illustreert dat een antwoord feitelijk kan kloppen, maar toch tot verkeerde of zelfs schadelijke conclusies kan leiden. Want ja, water drinken is op zich onschadelijk, maar omdat het de dorst stilt en de maag vult, bestaat het gevaar dat baby’s erdoor ondervoed raken.
een beetje na blijven denken
We denken al snel dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Tsja, dat de antwoorden niet altijd helemaal kloppen, dat weten we wel. Maar als we een beetje na blijven denken, komen we een heel eind, toch? En ja, privacy… Dat is toch meer iets voor grote bedrijven? In AI met beleid laat Meindersma echter overtuigend zien waarom die laconieke houding niet altijd onschuldig is.
En omdat een recensie over AI natuurlijk niet compleet is zonder minstens één door AI opgepoetste conclusie: precies dát zou zomaar eens de sleutel kunnen zijn tot dé belangrijkste én misschien zelfs wel dé meest fundamentele boodschap van dit boek. Niet dat AI steeds slimmer wordt, maar dat wij moeten voorkomen dat we zelf gemakzuchtiger worden. Want uiteindelijk is kritisch denken niet zomaar een vaardigheid of competentie, maar dé essentiële, onmisbare en allesbepalende kracht die het verschil maakt tussen AI simpelweg gebruiken en AI werkelijk bewust en met volledige regie inzetten, én er ook daadwerkelijk op een verantwoorde manier mee leren samenwerken.