Recensie

Grip op je energie - ‘Bewust keuzes maken en grenzen bewaken’

In Grip op je energie laat Emma Op den Kamp zien dat effectief functioneren niet alleen draait om tijd, maar vooral om de energie die je beschikbaar hebt. Recensent Louis Thörig onderzoekt hoe energiezelfkennis, persoonlijke ritmes en bewuste herstelmomenten kunnen helpen om betere keuzes te maken. Een praktisch boek dat uitnodigt om direct met je eigen energiemanagement aan de slag te gaan.

Louis Thörig | 28 september 2026 | 5-7 minuten leestijd

Tijd is schaars, tijd is geld en tijd is meetbaar. Dat idee zit diep verankerd in onze manier van werken en denken. We delen onze tijd op in dagen, weken en maanden en maken to-dolijsten om onze planning en voortgang te bewaken.

Maar wat als we tijd niet alleen zien als iets dat we moeten managen, maar ook als iets dat we kunnen ervaren? Een dag-, week- of maandplanning helpt om structuur en overzicht aan te brengen, maar zegt niet altijd iets over de kwaliteit van de tijd die we besteden. Evenmin maakt een planning zichtbaar hoeveel energie bepaalde activiteiten ons kosten. In tegenstelling tot tijd is energie een abstract begrip waarvoor geen eenduidige, direct meetbare eenheid bestaat.

Energiemanagement

We ervaren energie bovendien op verschillende manieren. Zo onderscheiden we lichamelijke, mentale, emotionele en sociale energie. Al deze vormen beïnvloeden hoe we onze tijd besteden en hoe we ons gedurende de dag voelen en functioneren.

In Grip op je energie benadert Emma Op den Kamp het onderwerp op een herkenbare manier. Ze geeft praktische handvatten om persoonlijke energievalkuilen en -pieken te herkennen en laat zien hoe je bewuster met je energie kunt omgaan, in plaats van je tijd zo efficiënt mogelijk in te delen. Het boek helpt je herkennen wat energie geeft en wat energie kost, om vervolgens keuzes te maken die beter aansluiten bij wat je nodig hebt. Dat noemt Op den Kamp energiemanagement.

Haar voorbeelden en adviezen maken duidelijk dat een volle agenda niet per se het grootste probleem is. Ook gewoontes, verwachtingen en gedachten kunnen veel energie vragen. Daarmee zet het boek je aan het denken over je eigen dagelijkse energiepatronen.

Lepels als maatstaf voor energieniveau

We kennen allerlei woorden om ons energieniveau te beschrijven: moe, fit, leeg, op, gaar, scherp, sloom of overprikkeld. Toch is niet altijd duidelijk wat er precies met onze energie aan de hand is.

Om energie concreter te maken, gebruikt Op den Kamp de lepeltheorie, ontleend aan The Spoon Theory van Christine Miserandino. De metafoor maakt inzichtelijk dat energie een beperkte hulpbron is. Iedereen heeft lepels, maar niet iedereen heeft er evenveel. Alles wat je doet, kost een bepaalde hoeveelheid lepels.

Elke dag begin je met een bepaalde hoeveelheid energie. Activiteiten als werken, boodschappen doen, reizen en sociale contacten verbruiken daarvan een deel. Wanneer de beschikbare energie op is, zijn rust en herstel nodig. Hoeveel energie iemand heeft, verschilt bovendien per dag. Slaap, stress, prikkels, lichamelijke inspanning en onverwachte gebeurtenissen spelen daarbij allemaal een rol.

De bedoeling van de lepeltheorie is niet om letterlijk lepels te tellen. De metafoor helpt vooral om bewuster te kijken naar de energie die activiteiten vragen, prioriteiten te stellen en tijdig rustmomenten in te bouwen. Daarnaast kan ze begrip kweken voor verschillen tussen mensen: wat voor de één een kleine inspanning is, kan de ander veel energie kosten.

Energiezelfkennis en de energiecyclus

Een ander belangrijk begrip in het boek is energiezelfkennis: het vermogen om je eigen energieritme te herkennen, te respecteren en er bewust naar te handelen. Het gaat om inzicht in wat energie geeft of kost, hoe je energieniveau gedurende de dag en per situatie verandert en welke behoeften, grenzen en herstelmomenten daarbij horen.

Energie wisselt van nature tussen focus en activiteit enerzijds en rust en herstel anderzijds. Het doel is volgens Op den Kamp daarom niet om voortdurend een hoog energieniveau te hebben, maar om schommelingen tijdig te herkennen en erop te reageren.

Daarvoor gebruikt ze een energiecyclus in drie stappen: opmerken, begrijpen en aanpassen. Welke signalen merk je bij jezelf op? Waar komen ze vandaan? En wat kun je vervolgens anders doen? Misschien moet je eerder stoppen, een activiteit anders voorbereiden of bewust ruimte voor herstel creëren.

Zo wordt zichtbaar welke activiteiten en omstandigheden energie geven of juist uitputten, wanneer je het productiefst bent en welke signalen wijzen op verminderde belastbaarheid. Dat maakt het mogelijk activiteiten bewuster te plannen en grenzen beter te bewaken.

Energiemanagement afstemmen op je dagritme

Omdat ons energieniveau gedurende de dag verandert, is het volgens Op den Kamp verstandig activiteiten af te stemmen op de momenten waarop je de meeste energie hebt. Daarbij speelt je persoonlijke dagritme een belangrijke rol.

De auteur onderscheidt verschillende typen, waaronder vroege vogels, krachtige starters, middagdiesels, einde-van-de-dag-knallers en nachtdieren. Sommige mensen functioneren vroeg op de dag het best, anderen hebben tijd nodig om op gang te komen of krijgen juist later op de dag een energiepiek.

Taken die veel concentratie vragen, kun je bijvoorbeeld plannen op momenten waarop je het meest alert bent. Daarnaast zijn voldoende slaap, beweging en ontspanning belangrijk. Door inspanning af te wisselen met rust, plan je niet alleen je tijd, maar houd je ook rekening met de manier waarop lichaam en hersenen energie gebruiken.

Energiemanagement is bovendien een proactief proces. Het betekent dat je vooruitkijkt en probeert in te schatten hoeveel energie een activiteit zal kosten. Daarbij maakt het verschil of iets vooral sociale, lichamelijke, mentale of emotionele energie vraagt – of een combinatie daarvan.

Persoonlijkheid en sociale energie

Ook persoonlijkheid heeft invloed op de manier waarop iemand met energie, prikkels en de omgeving omgaat. Een duidelijk voorbeeld is de manier waarop mensen reageren op sociale situaties. Sommige mensen zijn relatief extravert, anderen meer introvert.

Het is echter te eenvoudig om te stellen dat sociale interactie introverte mensen vooral energie kost en extraverte mensen juist energie geeft. Hoe iemand een sociale situatie ervaart, hangt van meerdere factoren af, zoals de intensiteit van de prikkels, de betekenis van het contact en de behoefte aan rust, afwisseling of stimulatie.

Achter in het boek staat een korte test waarmee lezers een aantal persoonlijke eigenschappen kunnen verkennen. Het is geen officiële persoonlijkheidstest of diagnose, maar een hulpmiddel om te herkennen welke neigingen bij jezelf sterker op de voorgrond treden en welke invloed die kunnen hebben op je energie.

Praktische handvatten voor meer grip op je energie

Grip op je energie zet je aan het denken over de manier waarop je met je eigen energie omgaat. Op den Kamp laat op een duidelijke en praktische manier zien hoe belangrijk het is om bewust keuzes te maken en grenzen te bewaken. Vooral voor mensen die vaak het gevoel hebben dat ze geleefd worden, voortdurend energie tekortkomen of het lastig vinden om ‘nee’ te zeggen, biedt het boek herkenbare inzichten en bruikbare handvatten.

Dankzij de toegankelijke schrijfstijl en praktische voorbeelden blijft het bovendien niet bij lezen alleen: het boek nodigt uit om daadwerkelijk met je eigen energiemanagement aan de slag te gaan.

Over Louis Thörig
Louis Thörig is voormalig docent Organisatiewetenschappen aan de afdeling Organisatiewetenschappen, Faculteit der Sociale en Geesteswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Hij heeft zijn MBA behaald bij Business School Nederland, de Action Learning MBA. Hij is viermaal jurylid geweest van het managementboek van het jaar. Verder is Thörig amateurmusicus.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

    Personen

      Trefwoorden

        Artikelen