‘Nee, AI ís niet intelligent’. Deze boude uitspraak van informaticus Ilyaz Nasrullah in een interview bleef resoneren. Met tegelijkertijd de vraag wat AI dan wél zou zijn. Het antwoord vond ik in Dit is AI: De valse belofte van kunstmatige intelligentie. Het lezen van dit boek bleek een even waardevolle als ontnuchterende ervaring, die ik iedereen gun.
Het lijkt wel alsof er slechts twee kampen zijn als het om AI gaat. Het ene kamp met AI-gelovigen belooft dat het aardse paradijs op de drempel staat, door de aanstaande ontwikkeling van kunstmatige superintelligentie. Het andere kamp, met geheel andersoortige gelovigen, waarschuwt voor AI als existentieel risico dat het voortbestaan van de mensheid bedreigt. Hoe kunnen we zowel het droombeeld als het doembeeld toetsen aan de realiteit? Door te doorgronden wat AI nu eigenlijk wel en niet is.
Zeven hardnekkige mythes over AI
Ilyaz Nasrullah, naast auteur ook tech-columnist, podcastmaker en adviseur, heeft dit voor ons gedaan. Hij ontleedt AI nauwgezet aan de hand van zeven mythes, die de zeven hoofdstukken van zijn boek vormen. Deze mythes zijn niet alleen de goed verkopende verzinsels van het aanstaande paradijs, maar bijvoorbeeld ook die van productiviteit, objectiviteit, autonomie. En uiteraard de mythe van intelligentie, waarbij steevast de indruk wordt gewekt dat AI slimmer is dan wij, aardse schepsels.
Kunstmatige intelligentie als marketingterm
Wat betreft de benaming ‘kunstmatige intelligentie’: die blijkt in 1955 bedacht door een jonge, ambitieuze computerwetenschapper, ene John McCarthy. Hij zocht een ‘tot de verbeelding sprekende term’, die hij kon benutten voor een financieringsaanvraag voor een acht weken durend onderzoeksproject. Kunstmatige intelligentie is dus begonnen als marketingterm, die het bijna zeventig jaar later nog steeds uitstekend doet.
Los van deze ingeburgerde term is er trouwens totaal geen overeenstemming over wat AI nu precies wel en niet is, en of de naam AI de lading wel dekt. De grote techbedrijven hebben er zelfs belang bij om bepaalde AI-modellen juist géén AI te noemen, om zo onder beperkende wetgeving van de EU uit te komen. Wat dit alles nog ingewikkelder maakt, is het feit dat er, bijvoorbeeld onder psychologen, ook geen overeenstemming is over de term ‘intelligentie’. Kortom, verwarring alom.
Toegankelijke ontmaskering van AI-mythes
De andere zes AI-mythes worden op een soortgelijke manier overtuigend ontmaskerd. Nasrullah doet dit op een toegankelijke manier, ook of misschien wel juist voor niet-AI-ingewijden, met talloze voorbeelden. Voor wie de actualiteit een beetje volgt, zijn die voorbeelden deels al bekend. Helemaal niet erg, want ze worden nu wel in de context van de razendsnelle AI-ontwikkelingen geplaatst.
Waarom AI niet menselijk intelligent is
Voor mij is inmiddels wel duidelijk geworden dat AI niet intelligent is, althans niet in de betekenis van menselijke intelligentie, met bewustzijn en begrip van de context. Kort door de bocht is AI een uiterst ingewikkeld algoritme, gebaseerd op een enorme hoeveelheid data en dito statistische relaties.
Zo heeft contentgenerator ChatGPT echt geen begrip van wat het genereert; het berekent slechts het meest waarschijnlijke antwoord op jouw vraag en presenteert dat antwoord in taal. Je ‘chat’ dus echt met een machine, niet met een mens, hoewel die indruk met geavanceerdere modellen steeds meer wordt gewekt. En juist dat is voor mij de reden om kritisch op AI te zijn. Ja, AI kan indrukwekkende problemen oplossen, bijvoorbeeld op het gebied van wiskunde. Ja, AI gaat ons op tal van terreinen vast helpen. Maar AI is niet menselijk en daarmee niet intelligent. Laten we dat blijven uitdragen, want taal doet ertoe.
NB: Genoemd interview met de titel ‘Nee, AI ís niet intelligent’ is van Laurens Verhagen en gepubliceerd in de Volkskrant van 19 september 2026.