Wie de allerlaatste aflevering van Zomergasten heeft gezien, kan het niet ontgaan zijn: psychiater Jim van Os is zeer kritisch op de reguliere geestelijke gezondheidszorg en vooral op de DSM, het overzicht van vastgestelde diagnoses van psychische aandoeningen. In Wat psychisch lijden is, en waarom je niet ziek bent bij mentale moeilijkheden houdt hij een pleidooi om je bij klachten niet door een diagnose te laten bepalen en zelf de regie te nemen bij je herstel.
Van diagnose naar persoonlijk profiel
Je bént niet depressief, autistisch of welk label dan ook, stelt Van Os. Zo’n label helpt je in ieder geval niet, omdat iedereen andere klachten en omstandigheden heeft die tot zo’n label kunnen leiden. Je hébt klachten, je bent extra gevoelig op een aspect van je leven. En dat is altijd persoonlijk.
Iedereen heeft een profiel, met gevoeligheden die als schuiven op een mengpaneel verschillend kunnen staan. Geen twee mensen zijn hetzelfde. Van Os onderscheidt zeven ‘schuiven’: de cognitieve (hoe je denkt en leert), de emotionele, gedragsmatige, sociale, lichamelijke, zintuiglijke (hoe verwerk je prikkels?) en de factor waakzaamheid, die gaat over je slaapritme en energie.
En hoe verder de schuif ‘open’ is, hoe hoger de gevoeligheid op die factor is. En hoe gevoeliger, hoe vatbaarder voor ontregeling. Maar er is ook een goede kant: gevoeligheid is een indicator van talent. Ze horen bij elkaar.
Van patiënt tot regisseur van je mentale gezondheid
Wat doe je als je niet lekker in je vel zit? De meest logische stap lijkt een afspraak met de huisarts, die je doorverwijst naar de ggz. Met nadruk stelt Van Os dat huisartsen en de ggz heus niet per se fout zijn, maar er zijn zo veel meer mogelijkheden voor herstel. Die je niet reduceren tot patiënt, maar je de regie geven over jouw mentale gezondheid.
Van Os schrijft niet het hele reguliere circuit af. Hij geeft een prachtig voorbeeld van hoe zijn huisarts hem met een luisterend oor en een placebomedicijn goed geholpen heeft. Hij maakt wel de nodige voorbehouden. Van behandelprotocollen is bijvoorbeeld nauwelijks bekend of ze ook echt werken. De grootste succesfactor, blijkt uit onderzoek, is het contact met een ander mens.
Ook medicijnen zijn niet per se slecht, maar Van Os stelt dat het placebo-effect niet uitgevlakt mag worden en dat verstandig afbouwen er nogal eens bij inschiet.
Herstel van psychisch lijden: uit de groef van oude patronen
De belangrijkste vraag is volgens Van Os niet ‘wat heb je?’, maar ‘wat is er gebeurd?’. Gevoeligheden worden getriggerd door gebeurtenissen, en die geven inzicht in wat nodig is. Context eerst, dan symptomen.
Dan kun je ook buiten het medische circuit steun en heling vinden. Een gesprek met lotgenoten, yoga, een coach (als yogadocent en coach ben ik het natuurlijk enorm met Van Os eens) kan veel helpen om uit de groef van oude patronen en gedachten te komen. Dat geldt ook voor een ritueel met psychedelica (mits onder deskundige begeleiding):
Wandelmaatjes en gesprekken met lotgenoten
Leer jouw persoonlijke profiel kennen en weet hoe je goed voor jezelf kunt zorgen. Een wandelmaatje zoeken, gesprekken voeren met lotgenoten, fysiek of online, zingen bij een koor, vrijwilligerswerk doen waarvan veel mensen al enorm kunnen opknappen. Maar nogmaals: er is geen standaardrecept dat voor iedereen werkt.
Wat psychisch lijden is is een strijdbaar en praktisch boek. Met voorbeelden uit zijn eigen leven schrijft Van Os niet alleen vanuit zijn professie, maar ook vanuit ervaringsdeskundigheid.
Wie voelt dat het niet zo goed gaat, krijgt concrete handvatten om de regie te nemen over het herstel. Coaches en andere begeleiders krijgen waardevolle inzichten en handvatten voor hun werk. Een boek dat aanzet tot denken en actie.