trefwoord
Huwelijksgemeenschap: vermogensrecht tussen echtgenoten
De huwelijksgemeenschap vormt de kern van het Nederlandse huwelijksvermogensrecht. Sinds de wetswijziging van 2018 is de wettelijke gemeenschap van goederen niet langer automatisch algeheel, maar beperkt. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de praktijk: notarissen, advocaten en fiscalisten moeten precies weten welke goederen en schulden wél en welke niét in de gemeenschap vallen. Op deze pagina brengen we de belangrijkste vakliteratuur samen over de huwelijksgemeenschap, van dogmatische verhandelingen tot praktische handleidingen voor de afwikkeling bij echtscheiding.
Het wettelijk stelsel sinds 2018
Waar echtgenoten vroeger bij gebrek aan huwelijkse voorwaarden automatisch in algehele gemeenschap van goederen trouwden, geldt sinds 2018 een beperkte gemeenschap. Alleen wat tijdens het huwelijk gezamenlijk wordt opgebouwd, valt er nog in; voorhuwelijks vermogen en erfenissen of giften blijven in beginsel privé. Deze stelselwijziging wordt uitvoerig geduid in het standaardwerk over het huwelijksvermogensrecht.
W.G. Huijgen
De gemeenschap als bijzondere rechtsfiguur
Juridisch gezien is de huwelijksgemeenschap een van de meest voorkomende vormen van gemeenschap in het vermogensrecht. De regels uit boek 3 van het Burgerlijk Wetboek over gemeenschappen in het algemeen zijn dan ook onmisbaar om de huwelijksgemeenschap goed te doorgronden, zeker wanneer de gemeenschap door echtscheiding wordt ontbonden.
Steven Perrick
De ontbonden huwelijksgemeenschap behoort tot de meest voorkomende bijzondere gemeenschappen die de rechtspraktijk kent.
Uit: Asser 3-V Gemeenschap
Verdeling en afwikkeling bij echtscheiding
In de praktijk komt de huwelijksgemeenschap vooral op scherp te staan bij een echtscheiding. Dan moet worden vastgesteld wat er precies in de gemeenschap valt, hoe de verdeling plaatsvindt en welke fiscale gevolgen daaraan kleven. Deze fase vraagt om gedegen kennis van zowel het civiele als het fiscale recht.
Stel bij een echtscheiding altijd eerst nauwkeurig de peildatum en de samenstelling van de gemeenschap vast, vóórdat de verdeling ter hand wordt genomen. Onduidelijkheid hierover is een veelvoorkomende bron van langdurige geschillen.
Uit: Compendium EchtscheidingJohan Zuiderwijk
Conclusie
De huwelijksgemeenschap mag dan op het eerste gezicht een overzichtelijk leerstuk lijken, in de praktijk blijkt zij vol voetangels en klemmen te zitten. De wetswijziging van 2018, de fiscale gevolgen bij scheiding en de aansluiting op het algemene gemeenschapsrecht maken het tot een onderwerp dat voortdurende verdieping vraagt. De hier besproken werken van onder meer Huijgen, Perrick en Zuiderwijk bieden samen een compleet beeld: van de dogmatiek tot de dagelijkse afwikkelingspraktijk. Voor iedereen die beroepsmatig met huwelijksvermogensrecht te maken heeft, is deze literatuur onmisbaar gereedschap.