Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Coaching en mentoring: putten uit antieke tradities - Dertig eeuwen individuele begeleiding

0 | 25 juli 2011 | 9-13 minuten leestijd
Het vak coaching doet modieus aan maar heeft al een lange geschiedenis. Uit de klassieke wereld zijn ons prachtige coachingsgesprekken overgeleverd, zoals in de dialogen van Plato en in de brieven van Seneca aan Lucilius. Ook vinden we in het oudste epos van de Westerse beschaving, de 'Odyssee' van Homerus, de eerste Bildungsroman van de coach. Na een plaatsbepaling van coaching en mentoring, volgt in dit artikel een eigenzinnige lezing van de 'Odyssee' en een bespreking van vier waardevolle boeken over coaching en mentoring van eigen bodem. Trends in coaching en mentoring De rol van mentor geniet toenemende populariteit in veel arbeidsorganisaties, die graag met mentoren werken voor werkgerelateerd leren en voor begeleiding van professionals. Ook zien we in de rol van coach, die voorheen vaak weggelegd was voor externe adviseurs en 'pensionerende' managers, steeds meer interne coaches die zich daarvoor speciaal toerusten. Coachen is vandaag de dag een veelgebruikt instrument om van binnenuit organisatievernieuwing mogelijk te maken. In de vertaling van oudere tradities naar nieuwe interventies vallen mij drie belangrijke trends op: 1. Van remedial naar developmental. Het negatieve stigma dat op leidinggevenden rustte die een coach voor hun professionele ontwikkeling nodig hadden, lijkt nu door een positieve status vervangen, geassocieerd met de constatering dat de leidinggevende voor de organisatie blijkbaar belangrijk genoeg is om de investering in coaching te verdienen. 2. Van sectarisch naar integratief. De meeste coachopleidingen, maar ook handboeken en wetenschappelijke artikelen, zijn vanuit één leidende benadering ontwikkeld. Dat leidt er vaak toe dat ze zich op een of andere manier afzetten tegen coaches die zaken op een andere manier aanpakken. Na de grote integratie binnen de psychotherapie in het afgelopen decennium, zoals bij de fusie tussen cognitieve en gedragstherapie tot CBT (cognitive behaviour therapy) en het ontstaan van integratieve therapie, lijkt nu dan eindelijk de tijd weer gekomen waarin we het vak coaching vanuit een integratieve houding kunnen beoefenen. 3. Van kwakzalverij naar vakkundigheid. Dit is misschien wel de meest trage ontwikkeling van de drie, omdat zij gehinderd wordt door de toenemende populariteit van coaching. Het beroep van coach is nog altijd niet beschermd, al zijn er steeds meer coaches die werken volgens een degelijke en transparante gedragscode, zich blootstellen aan regelmatige en professionele supervisie, en een erkende accreditatie bezitten. Mijn eigen organisatie, de Ashridge Business School, heeft bijvoorbeeld sinds vorig jaar een programma dat al haar executive coaches aan intensieve accreditering onderwerpt. Achtergronden en definities: Kocs en Mentor Voor het onderscheid tussen een mentor en een coach is het interessant om terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van beide woorden: Mentor wordt in de 'Odyssee' van Homerus geïntroduceerd als een oude huisvriend van de familie. De godin Pallas Athena maakt van zijn gestalte gebruik als een vermomming, om de zoon van Odysseus, Telemachos, te helpen zijn vader terug te vinden. Zowel Mentor als Athena hebben grote ervaring en kennis van de situatie, en helpen Telemachos en Odysseus met raad en daad. Een typisch voorbeeld van Mentors mentoringstijl vinden we in Zang 22: "Kom, mijn oude vriend, stel je hier naast mij op, kijk naar mijn voorbeeld, en volg het". Coach daarentegen vinden we in het Engelse woordenboek als een 'koets die gewaardeerde personen brengt van waar zij waren naar waar zij willen zijn'. De coach is dus een voertuig, een middel om te komen van A naar B, maar niet iemand die ervaring of kennis inbrengt en aanwijzingen geeft. Dat is voor mij het belangrijkste verschil tussen een mentor en een coach: de één een meer ervaren professional die eigen expertise inbrengt en de ander een instrument voor het leren van de coachee maar zelf niet noodzakelijk bekend met of ervaren in het werk van de coachee. Het woord 'coach' is een leenwoord uit het Hongaars, net als 'koets' afgeleid van de plaatsnaam Kocs, waar in de 15e eeuw al bijzondere koetsen werden gemaakt. Voor mij symboliseert de historie van het woord een geleidelijke accentverschuiving in onze maatschappelijke waardecreatie: - van ambachtelijke productie (Kocs-koetsen); - naar industriële productie (trein-koetsen, bus coaches); - naar kennisintensieve dienstverlening (vanaf 1830: 'coach' is dan Oxford University slang voor een instructeur die de student door het examenproces 'draagt'); - naar emotioneel-intelligente vormen van dienstverlening (executive coaching). Als we uitgaan van de oorsprong van deze woorden, dan is de coach een 'vervoermiddel' om te komen van A naar B, dus een soort 'omvatter' of een container met de coachee als contained in een dyadische relatie. Een coach brengt zelf geen kennis in maar stimuleert en ontwikkelt de kennis van de coachee. De mentor daarentegen is een ervaringsdeskundige, een ervarener professional die de eigen ervaring inbrengt in de mentorrelatie. Een eigenzinnige lezing van Homerus' Odyssee Het is verbluffend hoe veel inzicht ons de 'Odyssee', één van de oudste boeken in de Westerse literatuur, geeft in zoiets moderns als 'mentoring'. Om te laten zien hoe leerzaam het is om af en toe weer contact te maken met de klassieken deel ik graag mijn eigen lezing van de 'Odyssee' van Homerus, die hoogstwaarschijnlijk in de 8e eeuw vóór Christus op schrift is gesteld en handelt over gebeurtenissen die vermoedelijk in de 12e eeuw vóór Christus hebben plaatsgevonden. Als de 'Odyssee' opent is Odysseus al twintig jaar op pad: tien jaar voor de grote oorlog tegen Troje en nog eens tien jaar omdat Poseidon zijn schepen rondslingert over alle wereldzeeën. Athena en Poseidon hadden recht tegenover elkaar gestaan in de Trojaanse oorlog, waar ze elk een andere partij ondersteunden. Athena was haar oom op het laatste moment te slim af met het idee van het 'Trojaanse paard'. Nu, in de aanhef van de 'Odyssee', slaagt Athena er met veel moeite in de andere Goden te overtuigen dat het tijd is om Odysseus toe te staan naar huis te komen. Zijn huis staat op het eiland Ithaka waar zijn trouwe vrouw Penelope en zijn nu amper twintigjarige zoon Telemachos met smart op hem wachten. Odysseus heeft zijn vrouw bij vertrek gevraagd te hertrouwen als hij niet terug zou komen, dus er is een menigte van 'Vrijers' in Ithaka die allemaal dingen naar de hand van koningin Penelope. Zij heeft met allerlei listen dit huwelijk weten uit te stellen, maar het duurt niet lang meer of zij zal moeten toegeven. De Vrijers jagen intussen het familiefortuin erdoorheen. Telemachos, die thuis niet bij machte is hen adequaat weerwoord te geven, besluit op advies van Athena tot een uitbraak, op zoek naar zijn vader. Op zijn reis begeleidt hem Athena, vermomd als Odysseus' goede vriend Mentor. Odysseus komt uiteindelijk eerder aan op Ithaka dan zijn zoon, en samen met Telemachos en Mentor maakt hij een einde aan de overheersing van de Vrijers. Het overgrote deel van de 'Odyssee' verhaalt van de reizen van Telemachos en Odysseus, op een ingenieuze manier met allerlei flashbacks en parallel-cuts. Toch is Athena voor mij de eigenlijke hoofdpersoon van de 'Odyssee'. Waar Odysseus zelf zich als slachtoffer van Poseidon vooral onledig houdt met een opeenvolging van hachelijke, soms kolderieke maar meest heroïsche avonturen die hem stapje voor stapje dichter bij zijn huis en zijn trouwe gade zullen brengen, en waar zijn zoon Telemachos zich alleen maar hoeft bloot te stellen aan een volstrekt veilige reis naar de vredige Pelepponnesos en daar geen enkel concreet resultaat behaalt, onderneemt Athena een grootse en meeslepende verzoening met haar vader Zeus en een strijd op leven en dood met haar woeste oom Poseidon. Athena is de heldin van de 'Odyssee', juist omdat zij haar heroïsche verzoening niet in de rol van protagonist volbrengt, maar in de rol van helper en coach van het huis van Odysseus. Zij neemt daarbij de gedaante van Mentor aan die we dus driemaal tegenkomen: als zichzelf, de brassende Vrijers een weerwoord gevend in de volksvergadering (hoofdstuk 2); als incarnatie van Athena, Telemachos op zijn lange reis begeleidend en helpend (hoofdstukken 5, 6 en 7); nogmaals als incarnatie van Athena, Odysseus voorschrijvend hoe en wanneer hij moet vechten, en vooral: hoe en wanneer hij moet stoppen met vechten om de rust op zijn eiland te laten weerkeren (hoofdstukken 22 en 24). Voor mensen verhaalt de 'Odyssee' van de thuiskomst van Odysseus maar voor Goden verhaalt de 'Odyssee' van de overwinning van de Godin van de vrouwelijke intelligentie en kunsten en de coach Pallas Athena op destructieve mannelijke natuurkrachten gepersonifieerd door Poseidon. Aanbevolen literatuur van Nederlandse bodem Het boek 'Kleine psychologie van het gesprek' geeft in kort bestek een stevige basis voor elke coach en mentor. Vanuit een rijke praktijk als psychoanalyticus onderzoekt de auteur met zijn lezers hoe helpende gesprekken eruit kunnen zien, wat cliënten aan conflicten, dubbelzinnigheden en overdracht mee kunnen nemen naar deze gesprekken en wat de coach zelf voor bagage meebrengt: het 'hulpverlenersyndroom'. Een aanrader voor elke coach! Het boek 'Professionele dilemma's van de coach' is een verademing in de coachingliteratuur. Het boek leest als gecoacht worden: je krijgt geen ultieme antwoorden maar je wordt aan het denken gezet met dilemma's, aforismen en meervoudige perspectieven. De focus op dilemma's was voor mij zeer herkenbaar en vaak ook invoelbaar. De dilemma's vormen een neerslag van de rijkdom van coaching maar ook van de voortdurende aanwezigheid van de superego van de coach: je doet het tenslotte met dilemma's nooit goed! Mij sprak in dit boek vooral de hechte structuur aan met bijvoorbeeld de terugkeer van de zeven hoofddilemma's in de definitie van coaching en met een coachingfragment dat de auteurs telkens vanuit een nieuw perspectief bespreken. Daarnaast geven de auteurs een veelheid aan theoretische kaders, waarin soms lastige zaken helder staan uitgelegd. Wat mij betreft had het boek nog een stap verder kunnen gaan naar onderliggende fenomenen, zoals defensies en overdracht. Het begrip overdracht had eens te meer een bespreking verdiend, daar waarschijnlijk sprake is van overdracht in het terugkerende fragment van een coachingsgesprek. Dat fragment gaat over een manager die moeilijk kan delegeren. Hij vraagt vrijwel onmiddellijk aan de coach: "Ik zou niet weten hoe ik het anders kan aanpakken - heb jij een suggestie?" Een schoolvoorbeeld van relevante overdracht, in dit geval van het onbewust doorgeven van de eigen negatieve ervaring met delegeren aan de coach. Het boek 'Mentoring' houdt zich uitsluitend bezig met de rol van interne mentor, een rol die de auteurs scherp en helder afgrenzen van die van coach en die van de leidinggevende. Zelfs de zeven verschillende rolinvullingen die zij bieden voor de mentor (ervaringsdeskundige, inhoudsdeskundige, corrector van opdrachten, aandrager van praktijksituaties, aandrager van aanvullend materiaal, netwerker met derden, en procesbewaker) vertonen nauwelijks overlap met coachrollen. Zij bespreken de mentor als een soort gildemeester, die (instruerende, ondersteunende en adviserende) taken van de leidinggevende overneemt zonder het beoordelen over te nemen. Ik ondersteun van harte de nadruk die zij leggen op vrijwilligheid en belangeloosheid in de mentorrelatie. Ook waardeer ik naast de vele bekende modellen van communicatie, leidinggeven en teamwork die de revue passeren, de aandacht voor lastiger fenomenen als weerstand, interne blokkades en projectieve identificatie, en voor de subtiele verantwoordelijkheidsverdeling tussen mentor en mentee. Ons eigen 'Coachen met collega's is een overzichtswerk dat het hele vak van interne en externe coaching, mentoring en supervisie, voor en door collega's, in beeld brengt. In het boek onderscheiden we vier radicaal verschillende manieren van coachen: probleemgericht, oplossinggericht, inzichtgericht en persoongericht, die we vervolgen in hun historische wortels maar ook in de richting van de dagelijkse coachingpraktijk. We vragen ons af: wat betekenen die vier manieren van coaching voor onze interventies, voor onze klanten en voor ons mogelijk toepassingsgebied? Dus: wat werkt voor wie? In specifieke werkvormen en vele praktijkvoorbeelden vertalen we alle coachingsbenaderingen naar echte coachingsgesprekken.
Over Erik de Haan

Erik de Haan is van oorsprong fysicus en deed al psychofysisch onderzoek voor zijn PhD in 1994. Hij leidt het Ashridge Centre for Coaching aan de Hult International Business School in het Verenigd Koninkrijk en is tevens hoogleraar Organisatieontwikkeling bij de postgraduate opleiding Executive Coaching van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boeken bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden