Interview

Marjolijn Wijnants

‘Ondernemers moeten hun aandacht actief beschermen’

Marjolijn Wijnants kent als ondernemer twee uitersten: periodes waarin ze bruist van energie en ideeën en periodes waarin overprikkeling haar creativiteit en concentratie vrijwel stillegt. Een opdrachtgever die ADHD bij haar herkent, zet haar aan tot onderzoek. Vanuit haar achtergrond in onderwijs en ondernemerschap onderzoekt ze waarom juist creatieve ondernemers kwetsbaar kunnen zijn voor overprikkeling. Ze schrijft er Ondernemen met een overprikkeld brein over. Een gesprek.

Bas Hakker | Mirjam van der Linden | 18 september 2026 | 6-9 minuten leestijd

In Ondernemen met een overprikkeld brein schrijf je over ondernemers die te maken hebben met overprikkeling. Waar begon dat verhaal voor jou?

Bij mijn eigen manier van ondernemen. Na de PABO behaalde ik een Master Special Educational Needs en een Master Educational Leadership. Bijna vijftien jaar runde ik verschillende praktijklocaties voor leerondersteuning. Daar hielpen we kinderen en jongeren die vastliepen in hun leerontwikkeling, onder wie kinderen met dyslexie, ADHD of autisme.

Toen corona uitbrak en de scholen sloten, stortte mijn verdienmodel in en in dezelfde periode overleed mijn jongere zus. Ik schoolde me om in tekstschrijven en contentmarketing en startte een contentmarketingbureau waardoor ik dagelijks met ondernemers in contact kwam. Tegelijkertijd liep ik zelf vast. Ik zag overal kansen, begon aan nieuwe dingen en mijn hoofd stond voortdurend aan. Tot een opdrachtgever zei: ‘Marjolijn, volgens mij heb jij ADHD.’ Die opmerking zette iets in gang.

Je kende ADHD en andere vormen van neurodivergentie al vanuit het onderwijs. Wat ontdekte je bij ondernemers?

Ik begeleidde jarenlang kinderen en jongeren met ADHD, autisme en dyslexie, maar had die kennis nooit op mezelf toegepast. Toen ik er met ondernemers over begon te praten, hoorde ik opvallend vaak dat ze ADHD of dyslexie hadden. Anderen herkenden kenmerken als ‘snel denken’, ‘sterk associëren’, ‘hyperfocus’, ‘veel ideeën hebben’ en moeite met planning en structuur.

Er bestaat onderzoek naar de relatie tussen bijvoorbeeld ADHD-kenmerken en ondernemerschap, maar dat betekent niet dat iedere ondernemer ADHD heeft of dat ADHD automatisch een goede ondernemer van je maakt. Veel interessanter vind ik dat eigenschappen die binnen de ene omgeving problemen geven, in een andere omgeving waarde kunnen creëren. Wie snel associeert, ziet als ondernemer verbanden en kansen. Hyperfocus kan krachtig zijn wanneer je uren aan een eigen idee werkt. Ondernemerschap biedt bovendien autonomie aan mensen die minder goed gedijen binnen vaste structuren.

Toch kunnen juist die eigenschappen ook tegen een ondernemer gaan werken?

Dáár zit de paradox. Als jij tien mogelijkheden ziet waar iemand anders er twee ziet, moet je er ook acht laten liggen. Bovendien zegt niemand tegen een ondernemer om vijf uur: klaar voor vandaag. Er kan altijd nog iets; nog één mail, nog een idee uitwerken, nog even LinkedIn. Technologie versterkt dat, want we dragen ons bedrijf bijna letterlijk in onze broekzak. Een klant appt, er komt een mail binnen, LinkedIn geeft een melding en ondertussen verschijnt alweer een nieuwe AI-tool die je volgens anderen echt moet proberen. Voor een nieuwsgierig en associatief brein vormt iedere prikkel ook een mogelijke kans. Technologie bespaart ons tijd, maar we vullen de vrijgekomen ruimte vaak direct met nieuwe informatie, mogelijkheden en taken. Zo kan juist het brein dat veel kansen ziet ook sneller overbelast raken.

Zijn ondernemers met een overprikkeld brein druk met werk dat hen nauwelijks verder brengt?

Dat gebeurt gemakkelijk. Je opent je laptop om aan een nieuw product te werken, maar eerst kijk je even naar je mail. Een klant stelt een vraag en terwijl je antwoordt, komt er een WhatsApp-bericht binnen en zie je een LinkedIn-melding.

Twee uur later heb je hard gewerkt, maar nog geen minuut aan dat product besteed. We verwarren activiteit gemakkelijk met vooruitgang. Daarom maak ik onderscheid tussen reactief werk en ‘waardewerk’. Bij reactief werk bepaalt wat er op je afkomt waar je aandacht naartoe gaat: mails, berichten, administratie en kleine problemen. Bij waardewerk stuur je zelf je aandacht. Je bepaalt je strategie, ontwikkelt een product, creëert iets, lost een ingewikkeld probleem op of voert een gesprek dat je bedrijf verder brengt. Reactief werk dient zichzelf aan; je mail verschijnt vanzelf, je telefoon trilt. Daarom moeten ondernemers hun aandacht actief beschermen. Zodat ze die kunnen richten op het werk waarmee ze de meeste waarde creëren.

Wat doet overprikkeling met dat vermogen?

Als mijn hoofd ruimte heeft, bruis ik van de ideeën. Ik schrijf, leg snel verbanden en kan me volledig ergens in vastbijten. Raakt mijn hoofd te vol, dan gebeurt het tegenovergestelde. Ik spring van taak naar taak, kan moeilijker bepalen wat belangrijk is en mijn creativiteit neemt af. Onderzoek laat zien dat mentale belasting en burn-outklachten ook onder ondernemers voorkomen, en toch praten we daar relatief weinig over.

Rond ondernemerschap hangt nog sterk het beeld van vrijheid, succes en alles zelf kunnen oplossen. Als ondernemer wordt van je verwacht dat je doorgaat en daardoor kan het lastig zijn om te zeggen: ‘Het gaat even niet, mijn hoofd zit vol en ik slaap slecht.’

Dat wil ik met dit boek ook bespreekbaar maken; een overprikkeld brein zegt niets over hoeveel ambitie of talent iemand heeft. Juist mensen die veel ideeën hebben, kansen zien en veel van zichzelf vragen, kunnen tegen hun grenzen aanlopen. Mijn boodschap is daarom niet dat ondernemers minder ambitieus moeten zijn. De vraag is: hoe zorg je goed voor het brein waarmee je onderneemt? Juist creativiteit, focus, beslissingen nemen en kansen zien, vragen mentale ruimte.

Je onderzocht voor Ondernemen met een overprikkeld brein hoe ondernemers beter kunnen omgaan met aandacht en overprikkeling. Wat ben je met die inzichten gaan doen?

Tijdens het schrijven merkte ik dat ik niet alleen wilde uitleggen wat er gebeurt in een overprikkeld brein, maar ik wilde ondernemers ook praktisch helpen om anders te werken. Daaruit is de BrainFlow Academy ontstaan. Ik help ondernemers met een overprikkeld brein om te ontdekken hoe hun brein en werkdag beter op elkaar kunnen aansluiten. Daarbij gaat het niet alleen over planning of timemanagement. Wanneer kun je goed focussen? Waar verlies je aandacht? Welke prikkels kosten energie? Welke taken passen bij je sterke kanten? Waar heb je structuur nodig en waar juist autonomie? 

Je richt je met de BrainFlow Academy ook op organisaties. Waarom?

Omdat we problemen met aandacht en functioneren snel bij het individu neerleggen. Een medewerker is chaotisch, snel afgeleid of functioneert volgens een leidinggevende niet goed. Vervolgens probeert de organisatie die persoon te veranderen. Maar ik wil dat organisaties ook naar de omgeving kijken. Misschien krijgt iemand informatie via zes kanalen. Misschien vullen vergaderingen de agenda en moet het echte denkwerk tussendoor gebeuren. Of iemand met ADHD, autisme of dyslexie werkt iedere dag in omstandigheden die vooral energie kosten.

Daarom help ik organisaties met beleid rond neurodiversiteit én de praktische implementatie. Want in een beleidsplan schrijven dat je neuro-inclusief wilt werken, verandert nog geen werkdag. Wat betekent neurodiversiteit voor leidinggevenden? Hoe organiseer je informatie en overleg? Welke ruimte geef je verschillende werkstijlen? En hoe benut je de kwaliteiten die verschillende breinen meebrengen? Dat gaat verder dan neurodiversiteit. Je hoeft geen ADHD, autisme of dyslexie te hebben om last te krijgen van een werkdag vol onderbrekingen en informatie. Ieder brein kent grenzen aan aandacht.

Wat wil je uiteindelijk bereiken?

Dat we het brein net zo serieus nemen als technologie, processen en financiën. We investeren in software en zoeken voortdurend naar manieren om efficiënter te werken. Van ons brein verwachten we dat het de hele dag beschikbaar blijft. Maar daar ontstaat onze creativiteit en leggen we verbanden, lossen we problemen op en maken we keuzes.

Voor ondernemers betekent ‘breinbewust werken’ dat ze hun aandacht, energie en creativiteit leren beschermen. Voor organisaties betekent het dat ze neurodiversiteit vertalen naar leiderschap, samenwerking en de dagelijkse werkomgeving. Met Ondernemen met een overprikkeld brein wil ik daarnaast laten zien dat we ook over de moeilijke kant van ondernemerschap mogen praten. Niet alleen over groei, omzet, vrijheid en succes, maar ook over wat ondernemen mentaal van iemand kan vragen. Het gaat niet om minder ambitie of minder technologie. Het gaat erom dat we slimmer omgaan met onze menselijke capaciteit. De volgende stap in productiviteit ligt niet in nóg meer doen, maar in beter kiezen waar we onze beste aandacht aan geven.

Meer ruimte in je hoofd om te ondernemen?
In Ondernemen met een overprikkeld brein laat Marjolijn Wijnants zien hoe je beter omgaat met prikkels, aandacht en energie, zonder je ambitie of creativiteit in te leveren. Ze vertaalt inzichten over het brein naar praktische keuzes voor je werkdag en ondernemerschap. Bestel Ondernemen met een overprikkeld brein bij Managementboek.

Over Bas Hakker
Bas Hakker studeerde marketingcommunicatie en schreef daarna als journalist veel over media en marketing voor Adformatie, MarketingTribune, AD, NRC en Managementboek. Vandaag de dag is hij hoofdredacteur van marketingwebsite Candid.news. Met zijn bedrijf ‘Kleedkamer4’ helpt hij kleine ondernemers met het opbouwen van een klantenbestand.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden

        Artikelen