Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

De ideale werkgever: dat ben je zelf! - Arbeid wordt een volwassen product

Rudy van Stratum | 26 november 2002 | 7-9 minuten leestijd

Ik ontving een uitnodiging voor een congres. Een congres dat inmiddels heeft plaatsgevonden en dat in het teken stond van de krapte op de arbeidsmarkt. Het congres was een initiatief van een grote werkgeversorganisatie die met haar achterban eens in debat wilde over hoe we in deze tijden van groei en welvaart goede werknemers kunnen binden aan onze bedrijven. Het antwoord op deze vraag is natuurlijk: wees een interessante werkgever en doe aan interessant werkgeversschap. Maar wat houdt dat eigenlijk in? Het kwartje is in ieder geval nog niet overal gevallen De openingszin van de uitnodigingsbrief aan de wanhopige werkgevers luidde als volgt: 'Het vinden van arbeidskrachten is voor werkgevers het grootste probleem van dit moment. De arbeidsmarkt is bijzonder krap te noemen. Er is veel te weinig instroom en mensen wisselen sneller en meer van baan.' Toch raar. Neemt arbeid nu zo'n uitzonderlijke positie in in de wereld van het creatief ondernemen? Maar vervang arbeid eens door (financieel) kapitaal. Je krijgt dan: 'Het vinden van financieel kapitaal is voor werkgevers het grootste probleem van dit moment. De kapitaalmarkt is bijzonder krap te noemen. Er is veel te weinig nieuw kapitaal en banken trekken steeds vaker hun kapitaal tussentijds terug.' Elke ondernemer met economenbloed zou een dergelijk statement weghonen. Kapitaal schaars? Kapitaal is per definitie schaars. Als kapitaal schaars is dan moeten de banken de rente verhogen! Kunnen de ondernemers die hogere rente dan niet meer opbrengen, zegt u? Leve het kapitalisme, dat heet nu marktwerking, laat marginale bedrijven ophouden te bestaan, zij bieden te weinig toegevoegde waarde en beloven te weinig rendement. Arbeid wordt blijkbaar anders behandeld dan kapitaal. Welke ondernemer is immers serieus voorstander van loonsverhogingen? Veel ondernemers zien hun werknemers nog niet als echte klanten die verleid moeten worden. Waar moeite voor moet worden gedaan. Een paar maanden geleden hoorde ik elke morgen op de radio zo'n spotje van een stoere ondernemer die personeel zocht. 'Ik ben ambitieus. Ik ben nu de grootste van Nederland in mijn business. En ik wil de grootste van Europa worden. Ben jij ook zo'n dynamische tijger die met mij de markt wil veroveren?', of woorden van die strekking. Maar probeer eens in de schoenen van die werknemer te gaan staan. Wat kan mij het nu schelen dat deze meneer van het spotje de grootste van Europa wil worden? Ik kan me het schompes werken om zijn aandelenwaarde te maximaliseren. Hoe zit het met mijn belang? What's in it for me? Moderne werknemers tuinen hier niet meer in. De knop moet om. Een werkgever verkoopt niet alleen goederen of diensten, een werkgever verkoopt ook vacatures. Een werkgever zal moeite moeten doen om zijn aandeel op de markt voor menselijk talent te vergroten. Hij zal marktaandeel van zijn concurrenten af moeten snoepen zoals hij dat ook gewend is te doen op de markt voor goederen en diensten. Arbeid is het nieuwe kapitaal Het kwartje is nog niet gevallen omdat veel ondernemers denken dat de schaarste aan goed personeel tijdelijk is. Het gaat wel weer over. En zeg nou zelf, personeel is en blijft een kostenpost. Maar het gaat niet over. En personeel is geen kostenpost die zo snel mogelijk moet worden weggeautomatiseerd. Het efficiency-denken is nog lang niet verdwenen uit onze ondernemersgenen. Het is het oude productie-denken dat hoort bij de eerste helft van de twintigste eeuw. Alles moest routinematig en met machines. Alles moest goedkoop en massaal. Het is de tijd van de onderdrukking en van de techniek en van de vaste regeltjes, van de arbeidsdeling en van de specialisatie. Arnold Cornelis beweert in 'De logica van het gevoel' en in 'De vertraagde tijd' dat we nu aan de vooravond staan van een nieuw tijdperk. Een tijdperk waarin de regeltjes niet meer werken omdat er behoefte bestaat aan inzicht. Inzicht wil zeggen dat de geldigheid van de regeltjes afhankelijk wordt gemaakt niet van de vraag of de werknemer doet wat hem wordt gevraagd maar van de vraag of het probleem wordt opgelost. Volgens Cornelis maakt de zwijgende mens van het regelsysteem plaats voor de creatieve mens van de communicatie en van de innovatie. Ook Arie de Geus beweert in 'De levende onderneming' dat bedrijven de mist in gaan doordat het heersende denken en de taal van het management te bekrompen is en gebaseerd op de taal van de economie. Arbeid is in het model uit de economielessen gewoon input in de productiefunctie van de ondernemer die streeft naar maximalisatie van de 'aandeelhouderswaarde'. Volgens De Geus blijken succesvolle en langlevende ondernemingen zich helemaal niet zo rationeel of kosten-efficiënt te gedragen als de modellen uit de economische wetenschap ons willen doen laten geloven. Arbeid moet niet geminimaliseerd worden, kennis en creativiteit moet worden gemaximaliseerd. Arbeid is het nieuwe kapitaal geworden voor succesvolle ondernemingen. Ondernemers zoeken nieuwe collega's Eigenlijk is het hele werk van Cornelis één lang pleidooi voor zelfsturing. Creativiteit laat zich nu eenmaal niet hiërarchisch, van boven naar onder, aansturen. Zelfsturing betekent dat je de schuld niet meer kunt geven aan de baas. Zolang je de schuld geeft aan een ander dan leer je niet. Zelf sturen is zelf verantwoordelijkheid nemen voor je eigen daden. Zelf sturen is met een visie of een droom in je hoofd je eigen werkelijkheid maken. Iemand die zelf stuurt is meer geïnteresseerd in de dingen van morgen die er nog niet zijn dan in de feiten van vandaag. Voor een zelfstuurder is het belangrijk dat hij geen ander gedrag vertoont vanaf het moment dat hij zelf ondernemer wordt, want dat zou betekenen dat hij vandaag niet zelf stuurt. En dat betekent dan meteen het einde van het begrip 'werknemer'. Niemand 'neemt' nog werk van een ander, iedereen creëert zijn eigen werk. Elke werknemer is dan feitelijk ondernemer geworden. De eeuwenoude strijd tussen kapitaal en arbeid is daarmee tot een einde gekomen. Omdat klagen geen zin meer heeft, tegen wie moet je immers klagen als je zelf verantwoordelijk bent, zijn de laatste jaren voor de vakbonden en de ondernemingsraden oude stijl onherroepelijk aangebroken. Dan nu weer terug naar de kernvraag. Werknemers bestaan niet meer dus hoe krijgt een ondernemer goede nieuwe collega-ondernemers in huis? Simpel gezegd door het scheppen van een inspirerende omgeving waarin de nieuwe medewerkers maximaal hun ondernemerstalenten kunnen botvieren. Dat betekent veel vrijheid bieden en het afschaffen van de meeste regels. Bedrijven die op deze wijze opereren onderscheiden zich volgens Ed Bolk in zijn 'Relatie als nieuwe waarde' alleen nog door hun specifieke cultuur, een systeem van gedeelde normen en waarden dat zorgt voor hogere doelen en zingeving. In ons onderzoeks- en adviesbureau hebben we een nieuw mentor-model ingevoerd waarbij een senior-adviseur vier minder ervaren collega's begeleidt. De senior of mentor krijgt in dit model de verantwoordelijkheid voor het zo snel mogelijk afleveren van nieuwe mentoren die op hun beurt weer nieuwe mensen gaan begeleiden. Hierdoor ontstaat een autonoom groeimodel dat mensen maximaal aanzet tot vernieuwing en groei. Bij dat model hoort dat elke werknemer binnen het bedrijf de gelegenheid krijgt om aandeelhouder te worden. Wij hebben daardoor een financiële structuur waarbij geen geld naar buiten kan lekken. Het is meteen helder of we hogere lonen kunnen betalen, dividend moeten uitkeren of het verdiende geld moeten aanwenden voor nieuw ondernemersschap van buiten. Na invoering van dit model groeit onze omzet na jarenlange stilstand nu met meer dan 30% per jaar bij een meer dan voortreffelijk rendement. Ondertussen kan bij ons iedereen in goed overleg parttime werken, thuiswerken en sabbatsverlof opnemen, waardoor de balans tussen werk en privé optimaal kan blijven. We kennen al jaren een percentage voor ziekteverzuim dat beneden de twee procent ligt. Krijgen we nu een betere wereld? Nee, we krijgen niet per se een betere wereld voor iedereen. Zo simpel zit de wereld helaas niet in elkaar. Zelfsturing biedt heel veel kansen aan iedereen. Maar zelfsturing heeft ook harde kanten. De tegenstelling is niet langer meer arbeid versus kapitaal. Er ontstaan ongetwijfeld nieuwe tegenstellingen. De organisatie wordt transparanter waardoor anoniem verschuilgedrag sneller boven tafel komt. Verouderde machtsposities die gebaseerd zijn op achterhaalde rituelen komen onder druk te staan. Het concept zelfsturing leidt tot meer dynamiek en tot een gezonde chaos. Het geloof in absolute vooruitgang en het streven naar beheersing van bedrijfsprocessen hoort bij het industrietijdperk dat voorbij is. Daarvoor in de plaats komt het loslaten en het genieten dat hoort bij het postmoderne gedachtegoed. Het postmodernisme biedt weer plaats aan ouderwetse en knotsgekke passie die geen enkel doel lijken te dienen.

Over Rudy van Stratum
Dr. Rudy van Stratum is directeur van Stratum Strategie, www.stratumstrategie.nl. Hij is auteur van 'Nix is wat het lijkt' (Eburon 2001) en 'Alles mag als het maar kwaliteit heeft' (Etin Adviseurs 2000).

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden