Recensie

De oplossingenmachine - ‘Herkenbaar en praktisch toepasbaar’

In De oplossingenmachine – Van moeten naar willen onderzoeken Wouter Hart en Thom Verheggen waarom we bij lastige vraagstukken vaak te snel in actie komen. Zodra zich een probleem voordoet, zetten we volgens de auteurs als vanzelf de ‘oplossingenmachine’ aan: er gaat een spannend vraagstuk in en er komt een kant-en-klare oplossing uit.

Henny Portman | 29 september 2026 | 7-10 minuten leestijd

Dat lijkt efficiënt, maar pakt in de praktijk regelmatig averechts uit. Hart en Verheggen laten zien hoe we de machine kunnen herkennen, afremmen en soms zelfs helemaal kunnen uitschakelen.

Een snelle oplossing oefent een grote aantrekkingskracht uit. Ze maakt een einde aan onzekerheid en geeft het gevoel dat we daadkrachtig optreden. Toch kan zo’n oplossing vier ongewenste effecten hebben.

Ten eerste verandert willen in moeten. Wie van buitenaf een oplossing krijgt opgelegd, voelt vaak minder motivatie om zelf in beweging te komen. De auteurs vatten dat treffend samen: als we beginnen bij moeten, willen we minder; als we beginnen bij willen, hoeven we minder op te leggen.

Ten tweede schakelt een opgelegde oplossing het eigen kompas uit. Mensen die vooral instructies uitvoeren, hoeven zelf niet meer na te denken over wat een situatie vraagt. Als een organisatie voortdurend oplossingen voorschrijft, vermindert daardoor juist het verantwoordelijkheidsgevoel van medewerkers. Vervolgens ziet de organisatie die afnemende verantwoordelijkheid als bewijs dat nog meer sturing nodig is. Zo houdt het systeem zichzelf in stand. De auteurs verwijzen in dit verband naar No Rules Rules van Reed Hastings en Erin Meyer, over de bedrijfscultuur van Netflix. Vrijheid hoeft de lat niet lager te leggen; ze kan de lat juist verhogen doordat ze meer verantwoordelijkheid vraagt.

Ten derde kunnen tegengestelde belangen ontstaan. Zodra iemand een oplossing als verplichting ervaart, stelt diegene zich gemakkelijker tegenover de bedenker ervan op. Hart en Verheggen adviseren daarom om uit te zoomen en te zoeken naar het gedeelde belang. Verschillende rollen betekenen immers niet automatisch dat mensen verschillende belangen hebben. Wie eerst oog heeft voor het belang van de ander, vergroot bovendien de kans dat de ander zich ook voor zijn belang openstelt.

Het vierde effect is misschien wel het gevaarlijkst: de snelle oplossing verdringt het werkelijke vraagstuk. Zodra we een spannend probleem hebben vertaald naar een heldere maatregel, kunnen we onszelf wijsmaken dat we het probleem hebben aangepakt. Ondertussen verdwijnt de oorspronkelijke kwestie langzaam uit beeld.

Vier rollen rond de oplossingenmachine

De auteurs beschrijven vier herkenbare rollen die de oplossingenmachine activeren of in stand houden: de afpakker, Brave Hendrik, Calimero en de oppakker.

De afpakker neemt een vraagstuk van iemand anders over zonder dat diegene daarom heeft gevraagd. Hij geeft ongevraagd advies en ruimt mogelijke obstakels alvast uit de weg. Brave Hendrik volgt vervolgens, al dan niet onder stil protest, de aangereikte oplossing. Daardoor hoeft hij niet zelf op te staan en zijn eigen aanpak te ontwikkelen.

Calimero wacht niet eens op de oplossing van een ander, maar geeft zijn probleem bij voorbaat uit handen. De oppakker neemt dat ‘aapje’ vervolgens op zijn schouders. Daarmee neemt hij niet alleen het probleem, maar ook de verantwoordelijkheid over. De rollen versterken elkaar: de ene persoon geeft of neemt verantwoordelijkheid weg, de andere laat dat gebeuren.

Iedere rol kent een eigen uitweg. Brave Hendrik moet zich minder volgzaam laten leiden en opnieuw positie kiezen ten opzichte van het achterliggende vraagstuk. Calimero moet zijn aapje zelf vasthouden, het ongemak verdragen en alleen hulp vragen wanneer dat werkelijk nodig is. De oppakker helpt de ander juist door diens leerproces niet over te nemen. De afpakker kan het patroon doorbreken door niet onmiddellijk de oplossing te geven, maar het probleem zichtbaar te maken.

Daarmee stelt het boek een belangrijke vraag: werk je aan de oplossing van dit ene probleem, of versterk je het lerend vermogen waarmee iemand ook toekomstige problemen kan aanpakken?

Geef niet de oplossing, geef het probleem

Hart en Verheggen pleiten ervoor eerst vast te stellen van wie een vraagstuk werkelijk is. Wie ervaart het probleem en wie draagt de verantwoordelijkheid om ermee aan de slag te gaan? Dat betekent niet dat iemand alles alleen moet uitvoeren. Het betekent wel dat de regie op de juiste plek blijft.

De auteurs stellen daarom voor om het ongemak niet onmiddellijk weg te nemen. Juist wanneer het even schuurt, wordt zichtbaar wie zich verantwoordelijk voelt en hoe iemand tegenover het vraagstuk staat. Dat vormt een waardevol vertrekpunt voor een goed gesprek. Wie diep van binnen iets wil veranderen, neemt daarvoor eerder verantwoordelijkheid. De verbinding met het echte vraagstuk kan dat willen opnieuw vrijmaken, zeker wanneer het aansluit bij iemands eigen verlangens of wanneer de gevolgen van nietsdoen duidelijk worden.

Het principe ‘geef niet de oplossing, geef het probleem’ geldt overigens niet altijd. Bij grote urgentie, acute risico’s of situaties waarin iemand snel moet handelen, kan een directe oplossing juist verstandig zijn. Het boek wijst kant-en-klare oplossingen dus niet categorisch af. Het vraagt vooral om bewuster te bepalen wanneer een oplossing helpt en wanneer ze de verantwoordelijkheid van de ander ondermijnt.

Ook de voorspelbaarheid van de situatie speelt daarbij een rol. Hoe minder voorspelbaar de praktijk is, hoe minder houvast een vaste instructie biedt. In zulke omstandigheden hebben mensen meer aan een intern kompas en gedeelde werkprincipes. Die helpen hen om bij onverwachte gebeurtenissen zelfstandig af te wegen wat het juiste is om te doen.

Bij oplossingen voor grote groepen ligt een vergelijkbare uitdaging. Een algemene maatregel ontstaat vaak op afstand van de praktijk, terwijl een specifieke oplossing juist dicht bij die praktijk tot stand komt. Goede kaders laten daarom voldoende ruimte voor een eigen invulling. Ze maken duidelijk wat belangrijk is, maar schrijven niet iedere handeling voor.

Van antwoorden geven naar vragen stellen

De oplossingenmachine kent meer standen dan alleen aan of uit. De auteurs onderscheiden een schaal die loopt van niets doen tot de oplossing volledig overnemen. Daartussen liggen mogelijkheden als samen terugkijken, patronen benoemen, het probleem voorleggen, een deel van de oplossing aanreiken en een volledige oplossing geven.

Een vraag stellen vormt vaak een bruikbaar alternatief voor direct advies. Met een open vraag ontdek je hoe de ander naar de situatie kijkt en wat diegene werkelijk nodig heeft. Hoe opener de vraag, hoe minder sturing ze bevat en hoe meer ruimte ze laat voor een eigen aanpak. Vragen stellen helpt de adviseur, leidinggevende of collega bovendien om zichzelf te beheersen en niet alsnog de hele oplossing voor te schrijven.

De auteurs geven verschillende aanwijzingen om voorbij de reflex van de snelle oplossing te komen. Benoem wat je werkelijk bedoelt of wilt bereiken. Maak het probleem niet vrijblijvend, maar laat de ander wel een eigen oplossing ontwikkelen. Durf toe te laten dat iets misgaat wanneer de gevolgen daarvan te overzien zijn. Verhoog zo nodig de drempel, zodat iemand bewust moet kiezen en voldoende motivatie nodig heeft om verder te gaan. Sluit een bestaande standaardoplossing eens uit om het werkelijke vraagstuk opnieuw zichtbaar te maken. En misschien wel het belangrijkste: luister voorbij je eigen waarheid.

Minder corrigeren, meer richting geven

Organisaties sturen volgens Hart en Verheggen vaak te veel op afzonderlijke handelingen. Ze corrigeren ieder klein moment en verliezen daardoor de grotere patronen uit het oog. Wie uitzoomt, hoeft niet overal direct op in te grijpen. Soms helpt het meer om een terugkerend patroon stevig te benoemen. Zo ontstaat een gezond ecosysteem waarin mensen en teams hun eigen oplossend vermogen ontwikkelen.

Een gedeelde visie speelt daarbij een belangrijke rol. De auteurs noemen zo’n visie het sterkste controlemechanisme dat een organisatie kan hebben. Een helder verhaal geeft richting zonder iedere stap voor te schrijven. Soms kan één zin, één woord of zelfs één letter een ander perspectief openen. Het gaat er uiteindelijk niet alleen om welke resultaten een organisatie behaalt, maar ook om de manier waarop mensen samen willen werken en handelen wanneer het spannend wordt.

Conclusie

De oplossingenmachine biedt een herkenbare en praktisch toepasbare kijk op onze neiging om problemen van anderen snel op te lossen. Hart en Verheggen maken overtuigend duidelijk dat goedbedoelde hulp initiatief, motivatie en verantwoordelijkheid kan verzwakken. De vier rollen geven lezers een bruikbare taal om terugkerende patronen in organisaties en relaties te herkennen. Ook het onderscheid tussen de verschillende standen van de oplossingenmachine voorkomt dat hun boodschap te zwart-wit wordt.

Hart put regelmatig uit zijn eigen ervaringen en aanvaringen met zijn kinderen. Deze persoonlijke verhalen verduidelijken de principes en laten zien hoe de oplossingenmachine in alledaagse situaties werkt. Verheggen vult de tekst aan met tekeningen die de beschreven mechanismen toegankelijk verbeelden. Ze maken het boek visueel aantrekkelijk en helpen de lezer de belangrijkste inzichten te onthouden.

De voorbeelden blijven echter vaak simplistisch. Ze illustreren de principes helder, maar laten onvoldoende zien hoe weerbarstig de praktijk kan zijn. In organisaties spelen meestal meerdere belangen, afhankelijkheden en machtsverhoudingen tegelijk. Daardoor valt de oplossingenmachine niet altijd zo gemakkelijk te herkennen of stil te zetten als het boek soms suggereert. Meer aandacht voor complexe praktijksituaties en mislukkingen had het betoog overtuigender en evenwichtiger gemaakt.

De centrale gedachte in De oplossingenmachine blijft desondanks eenvoudig en krachtig: neem een vraagstuk niet automatisch over, maar help de eigenaar ervan zelf positie te kiezen. Dat vraagt geduld, vertrouwen en de bereidheid om ongemak even te laten bestaan. Wie daarin slaagt, lost misschien niet ieder probleem onmiddellijk op, maar bouwt wel aan iets duurzamers: mensen en organisaties die beter in staat zijn hun eigen problemen op te lossen.

Over Henny Portman
Henny Portman is eigenaar van Portman PM(O) Consultancy en biedt begeleiding bij het invoeren en verbeteren van project-, programma- en portfoliomanagement, inclusief het opzetten en verder ontwikkelen van PMO’s. Hij is auteur van een aantal managementboeken, waaronder 'Agile portfoliomanagement', 'De kunst van goed opdrachtgeverschap’, Scaling agile in organisaties' en 'Agile with a smile'. 

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

    Personen

      Trefwoorden

        Artikelen