Recensie

De uitvinders - Helpt begrijpen hoe technologische revoluties verlopen

Welke management- en ICT-boeken blijven je bij, ook jaren nadat je ze voor het eerst las? Bertrand Weegenaar herleest boeken die hem gedurende zestig leesjaren hebben gevormd. In deze tweede aflevering keert hij terug naar De uitvinders van Walter Isaacson: een geschiedenis van de digitale revolutie die laat zien hoe innovatie ontstaat uit samenwerking, toeval, doorzettingsvermogen en heel veel puzzelstukjes die uiteindelijk samenkomen.

Bertrand Weegenaar | 29 september 2026 | 5-7 minuten leestijd

In 2004 kreeg journalist en historicus Walter Isaacson (1952) het bijzondere verzoek van Steve Jobs om zijn biografie te schrijven. Isaacson was toen al bekend als biograaf van creatieve geesten. Hij schreef onder meer over Benjamin Franklin (2003) en Albert Einstein (2007); later zou Leonardo da Vinci (2017) volgen.

Over een levende beroemdheid als Jobs had Isaacson nog niet geschreven. Jobs wist echter dat hij ernstig ziek was en bewonderde creatieve geesten als geen ander. Isaacson kreeg grote vrijheid voor zijn onderzoek en sprak niet alleen uitvoerig met Jobs, maar ook met familieleden, vrienden, collega’s en rivalen. Steve Jobs – De biografie verscheen in 2011, kort na Jobs’ overlijden.

In 2014 verscheen De uitvinders. Tijdens zijn onderzoek naar Jobs had Isaacson opnieuw gezien hoe de wereld van ICT, hardware, infrastructuur en software zich in enkele decennia had ontwikkeld tot een wereldwijde bedrijfstak. En met Jobs zeg je Apple en Pixar, hardware en software, Macintosh en iPhone. Iemand die zich bijna veertig jaar op het snijvlak van al die gebieden bewoog en daar visie en vorm aan gaf.

Innoveren gaat met vallen en opstaan

De uitvinders beschrijft de ontwikkeling van de informatietechnologie, van Ada Lovelace en George Boole in de negentiende eeuw tot de opkomst van internet, het web en zoekmachines als Google. Het boek laat vooral zien hoe weerbarstig innovatie is. Hoe individuen invloed kunnen hebben, maar ook hoe belangrijk samenwerking is. En hoe uiteindelijk ook het grote geld, in de vorm van onder meer venture capital, zijn intrede deed.

Bijna alle lijnen – hardware, software en infrastructuur – laten vergelijkbare trajecten zien. Er wordt jarenlang onderzoek gedaan en gepionierd. Losse puzzelstukjes komen bij elkaar. Technologie wordt toegankelijker, er ontstaan bruikbare producten, de prijs daalt en uiteindelijk wordt massale commerciële toepassing mogelijk.

De Apple I was nog vooral een computer voor hobbyisten. De Macintosh werd een product voor een veel groter publiek, omdat hardware en software als één gebruiksvriendelijk geheel werden aangeboden. Ook internet is niet één uitvinding. Het bestaat uit netwerken, kabels, servers en vooral heel veel protocollen. Voor het grote publiek werd het pas echt bruikbaar toen daar toepassingen bovenop kwamen, zoals het World Wide Web en de browser.

baanbrekend werk

Isaacson vertelt over mensen die korte tijd groot waren en daarna uit beeld verdwenen, en over stille wetenschappers die baanbrekend werk verrichtten zonder ooit brede erkenning te krijgen.

Een van die grote namen is Alan Kay (1940). Zijn beroemde uitspraak ‘The best way to predict the future is to invent it’ vat veel van de mentaliteit van Silicon Valley samen. Kay speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van objectgeoriënteerd programmeren en grafische gebruikersinterfaces en bedacht met zijn Dynabook een vroege visie op de draagbare personal computer.

Van baanbrekende technologie tot toevallige ontmoetingen die ontwikkelingen opeens versnellen: De uitvinders staat er vol mee.

Wat bij herlezing vooral opvalt, is hoeveel deze wereld te danken heeft aan open en brede samenwerking. Tussen wetenschappers, bedrijven en niet zelden clubjes enthousiaste amateurs. Denk aan ontwikkelingen rond open software en Linux. Tegelijkertijd waren voor veel fundamentele innovaties enorme investeringen nodig. Daarbij speelden niet alleen bedrijven en durfkapitalisten, maar ook overheden een belangrijke rol.

oprichters, CEO’s, wetenschappers, programmeurs en ondernemers

En naast alle techniek gaat het voortdurend over mensen: oprichters, CEO’s, wetenschappers, programmeurs en ondernemers. De groei van bedrijven in Silicon Valley heeft bovendien invloed gehad op hoe we zijn gaan denken over organisaties die zich ontwikkelen van startup naar scale-up en uiteindelijk tot multinational. Inmiddels zijn hele boekenkasten volgeschreven over hoe je zo’n groei organiseert.

Het zijn soms jongensboekverhalen over een industrie die zich met vallen en opstaan heeft ontwikkeld. Tegelijkertijd is het nadrukkelijk een Amerikaans verhaal. Ook elders werden belangrijke ontdekkingen gedaan, maar in Isaacsons geschiedenis ligt het zwaartepunt in de Verenigde Staten.

Niet iedereen zag in de jaren zeventig de potentie van deze industrie. Zelfs na de dotcombubbel rond de eeuwwisseling was allerminst duidelijk hoe dominant digitale technologie zou worden. Technologieën waaraan soms al tientallen jaren werd gewerkt, groeiden opeens uit tot miljardenindustrieën.

Waar zien we dat nu ook alweer?

Wie De uitvinders in 2026 herleest, krijgt regelmatig een déjà vu.

De uitvinders 2.0

Isaacson sluit zijn verhaal af met een terugblik op de digitale revolutie. De smartphone speelt daarin nauwelijks een rol. De introductie van de iPhone in 2007 en de mobiele revolutie die daarop volgde, kwamen veel uitvoeriger aan bod in zijn biografie van Steve Jobs.

Inmiddels zou je gemakkelijk een De uitvinders 2.0 kunnen schrijven. Daarin zouden bijvoorbeeld hoofdstukken passen over:

  • de mobiele revolutie;
  • platformbedrijven als Airbnb, YouTube en Uber;
  • streaming en sociale media;
  • cloudcomputing;
  • de explosieve groei van chips en rekenkracht;
  • generatieve AI vanaf 2022

Ook daar zien we weer hetzelfde patroon: jarenlang onderzoek, talloze afzonderlijke innovaties en uiteindelijk puzzelstukjes die op het juiste moment bij elkaar komen.

Tegelijkertijd is er iets veranderd. De grootste technologiebedrijven zijn niet alleen technische en economische grootmachten geworden. Door hun omvang, infrastructuur, platforms en toegang tot data oefenen ze ook maatschappelijke en politieke invloed uit.

Dat maakt de geschiedenis die Isaacson beschrijft extra interessant. De uitvinders gaat namelijk niet alleen over het verleden van ICT. Het helpt ook begrijpen hoe technologische revoluties verlopen: langzaam en versnipperd, totdat ontwikkelingen opeens samenkomen en alles heel snel lijkt te gaan.

Meer lezen

Natuurlijk valt er veel meer te lezen. Wie dieper wil graven in het ontstaan van Silicon Valley, de bedrijven en de mensen erachter, kan bijvoorbeeld verder met deze boeken.

Palo Alto van historicus Malcolm Harris beschrijft uitvoerig waarom juist deze streek in Californië kon uitgroeien tot het centrum van de mondiale technologie-industrie.

The Intel Trinity van Michael S. Malone vertelt het verhaal van Robert Noyce, Gordon Moore en Andy Grove en de opkomst van Intel. Het laat zien hoe belangrijk de halfgeleiderindustrie is geweest voor Silicon Valley – technologisch, organisatorisch én financieel.

The Rulers van Cecilia Rikap bevat juist een waarschuwing voor waar die ontwikkeling inmiddels toe heeft geleid. Bedrijven als Amazon, Google en Microsoft zijn volgens Rikap veel meer geworden dan grote technologiebedrijven: door hun positie in digitale infrastructuren kunnen ze mede de spelregels bepalen.

Wie De uitvinders nu opnieuw leest, leest daarom twee verhalen tegelijk. Het eerste is de geschiedenis van de digitale revolutie. Het tweede gaat over onze eigen tijd. Want de technologie verandert, maar het patroon is opvallend herkenbaar: experimenteren, mislukken, samenwerken, investeren – en dan ineens die doorbraak.

Eerder in deze serie

In de eerste aflevering herlas Bertrand Weegenaar Sixty van Tom Peters. Geen klassiek managementboek vol modellen, maar een persoonlijk boek over dromen, doen, nieuwsgierig blijven en werk maken van wat je belangrijk vindt. Weegenaar onderzoekt waarom het boek hem ook twintig jaar later nog steeds bijblijft.

Lees: Sixty van Tom Peters – Dromen, doen en een beetje Wow!

Over Bertrand Weegenaar
Bertrand Weegenaar is als hogeschooldocent ICT werkzaam op Windesheim te Zwolle. Zijn voorliefde ligt bij de onderwerpen strategie, marketing, geschiedenis en duurzaamheid. Op toegepast ICT-vlak is dat AI en humanoide robotica voor de zorg. Hij is initiatiefnemer voor het Slim Zorg Lab en kwartiermaker voor het Slim Zorg Centrum.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

    Personen

      Trefwoorden

        Artikelen