In De kunst van het relateren werkt Ruigewaard zijn eigen conceptual framework als begeleider en therapeut uit. Niet als wetenschappelijk kader, maar als een in de ontwikkeling als practitioner gegroeid referentiekader.
Ik kan me voorstellen hoe zoiets ontstaat. Menig ervaren professional in begeleidingswerk zal zich achter de oren krabben bij de vraag: ‘Hoe werk je eigenlijk, kun je dat eens uitleggen?’ Het eerste antwoord zal vaak iets zijn van een resultaat van ervaring en kennis, van vallen en opstaan, van schitterend succes en glansrijk falen, van bevraagd worden en dan weer iets nieuws ontdekken.
Patronen die zijn te bundelen tot vijf Bouwstenen
De kunst van het relateren is als antwoord op een dergelijke vraag ontstaan. Ik zie hem als het ware door zijn aantekeningen van sessies gaan, herinneringen ophalen, nog eens een boek opslaan en in dat alles patronen onderkennen die zijn te bundelen tot vijf aspecten. Bouwstenen noemt hij ze.
Als je die vervolgens uitwerkt tot een e-book, wat de oorspronkelijke bedoeling was, dan realiseer je je weer dat daar een veelheid aan concepten en theorieën onder zit, die eigenlijk ook de moeite waard zijn om te delen. En dan wordt het een boek van bijna 300 bladzijden.
Hij zegt het zelf: ‘Ik kon simpelweg niet meer stoppen.’ Dat herken ik, ik ken Pieter een beetje.
De vijf bouwstenen van gezonde relaties
In De kunst van het relateren vind je een brede kijk op menselijke relaties. Ruigewaard benadert een relatie niet als iets wat vanzelf goed gaat wanneer mensen maar voldoende van elkaar houden of goed leren communiceren.
Hij nodigt de lezer uit om dieper te kijken: naar de manier waarop we ons verbinden, hoe we omgaan met verschillen en kwetsbaarheid, en hoe onze eigen patronen de kwaliteit van het contact beïnvloeden.
De vijf bouwstenen - gezonde autonomie, mildheid, authentieke interesse, herstelwerk en intimiteit en seksualiteit - vormen samen een herkenbaar en bruikbaar kader om naar relaties te kijken. Zowel voor de lezer als relatiepartner als voor de lezer als professional in begeleidingswerk.
Gezonde autonomie betekent dat je je eigen behoeften en grenzen serieus neemt, zonder de verbinding te verliezen. Mildheid helpt om met meer begrip te reageren, juist wanneer de ander iets anders denkt, voelt of nodig heeft. Authentieke interesse houdt de nieuwsgierigheid levend en voorkomt dat we onze partner gaan zien als iemand die we inmiddels volledig kennen.
Met de aandacht voor intimiteit en seksualiteit benadrukt Ruigewaard dat een relatie niet uitsluitend een verstandelijke of praktische samenwerking is, maar ook een plek waar verlangen, lichamelijkheid en kwetsbaarheid een rol spelen.
Herstelwerk: omgaan met fouten en opnieuw verbinding maken
Een bijzondere en wat andere bouwsteen is ‘herstelwerk’. Waar de eerdergenoemde vier bouwstenen als het ware input zijn om een relatie goed te maken en te houden, is herstelwerk wat anders van aard.
Dit soort boeken wil nog wel eens een benadering van maakbaarheid hebben: als je nu maar zus en zo bent en dit en dat doet, dan komt het goed.
Ruigewaard erkent dat er ondanks alle nobele pogingen toch dingen misgaan en dat herstel daarvan essentieel is. Een fout goed herstellen heeft vaak meer effect dan alles steeds goed doen.
Een mooie praktijktheorie over relaties en relatietherapie
Het gedachtegoed sluit aan bij verschillende invloedrijke stromingen in de psychologie en relatietherapie: hechtingstheorie, systeemtherapie, Emotionally Focused Therapy (EFT) en zelfdeterminatietheorie.
De meerwaarde van Ruigewaards benadering ligt vooral in het samenbrengen van dergelijke inzichten in een praktisch kader. Hij richt de aandacht niet alleen op wat mensen begrijpen, maar ook op wat ze ervaren en daadwerkelijk doen in contact met een ander.
Zijn lichaamsgerichte invalshoek zal daarbij zeker een interessante aanvulling zijn. Gevoelens en automatische reacties worden immers niet altijd direct herkend of in woorden uitgedrukt. Door ook stil te staan bij lichamelijke signalen en ervaren emoties, kunnen nieuwe ingangen ontstaan voor zelfinzicht en verandering.
De wetenschappelijke onderbouwing verschilt overigens per theoretische stroming en interventie. De afzonderlijke ideeën hebben op uiteenlopende manieren steun gevonden in onderzoek; dat betekent niet automatisch dat de combinatie van de vijf bouwstenen als geheel al is gevalideerd.
Voor wie is De kunst van het relateren interessant?
De kunst van het relateren biedt aanknopingspunten voor stellen die hun relatie willen verdiepen, voor mensen die terugkerende patronen in hun relaties willen begrijpen en voor professionals die zoeken naar manieren om autonomie, verbinding en herstel met elkaar te verbinden.
Ook wanneer er op het eerste gezicht weinig problemen zijn, kan de benadering waardevol zijn. Een relatie hoeft immers niet vast te lopen voordat er ruimte ontstaat om bewuster met elkaar om te gaan.
Een inspirerend kader voor bewuster relateren
Door de vijf bouwstenen, die op de een of andere manier samenhangen, geeft het boek veel praktische aanknopingspunten om aan relaties te werken.
De kracht ligt naar mijn oordeel vooral in die uitnodiging tot bewuster relateren. De wetenschappelijke waarde van het geheel vraagt zo nodig om een afzonderlijke beoordeling, maar zo is dit boek niet bedoeld.
De veelheid aan noten, citaten en verwijzingen roept hier en daar de gedachte op dat er iets gevalideerd of gelegitimeerd moet worden, maar dat is niet nodig. Het boek leest als het relaas van een ervaren professional, en dat geeft meer dan voldoende aanknopingspunten.
Het meer theoretische deel, dat ruim de helft van het boek beslaat, beschouw ik als kers op de taart, een mooi naslagwerk.
De kunst van het relateren biedt een inspirerend kader voor iedereen die relaties niet als vanzelfsprekend wil beschouwen, maar als iets waarin je kunt blijven leren, groeien en opnieuw verbinding kunt maken.