‘Robot zoekt mens ter ondersteuning van klus’… Is dat onze toekomst? Nee, het gebeurt al. Via marktplaats rentahuman.ai huren AI-agents mensen in om simpele klusjes te doen die ze zelf niet kunnen, onder het motto ‘Robots need your body’. Denk aan een pakketje oppikken, iets repareren, een document fysiek ondertekenen. Voor de rest kunnen de AI-agents het prima zelf af.
Maar AI zou toch vooral de eenvoudige taken van het werk overnemen, zodat werknemers meer tijd krijgen voor creatiever en uitdagender werk? Deze opvatting is op dit moment dominant als we focussen op de opkomst van AI en de gevolgen daarvan voor werknemers. Werknemers krijgen dus meer tijd voor denkwerk, maar dat maakt dat werk dan automatisch complexer, is de verwachting. Die toenemende complexiteit van werk blijkt ook uit een TNO-onderzoek dit voorjaar onder ongeveer 60.000 ondervraagde werknemers: een derde verwacht dat hun baan door AI mentaal zwaarder wordt, juist omdat de simpele klusjes van hun werk worden overgenomen door AI.
Tegelijk biedt dit onderzoek ter relativering ook goed nieuws. TNO-onderzoeker Wouter van der Torre rapporteerde dat iets meer dan 40% van de ondervraagde werknemers verwacht dat hun werk in de toekomst makkelijker wordt, omdat ze dankzij technologie meer werk kunnen doen binnen dezelfde tijd. Wordt werk per saldo complexer of juist makkelijker? Dat hangt vooral af van de opstelling van de werkgever. Gaat de organisatie bijvoorbeeld, met dank aan AI, terug naar een werkweek van vier dagen, zoals softwarebedrijf AFAS? Of gaat de werkgever, in de woorden van Van der Torre, ‘de targets omhoog bijstellen, omdat werknemers dankzij AI en automatisering meer werk kunnen verzetten’?
Feit is, volgens TNO, dat veel organisaties zich bij automatisering van taken vooral blindstaren op productiviteitsverbetering en veel minder stilstaan bij de impact van die veranderingen op hun werknemers. Het onderzoeksbureau concludeert dat die veranderingen niet gering zijn: werknemers ervaren dat hun baan door de inzet van AI complexer en meestal gevarieerder wordt en dat aspecten als autonomie en mentale belasting óók veranderen, meestal in hun nadeel.
Pas op voor te hoge verwachtingen
Organisaties mogen dan hopen dat ze door AI hun productiviteit verbeteren, maar dat valt in de praktijk nog vies tegen, signaleert Henk Volberda, hoogleraar Strategie en Innovatie aan de UvA: ‘Uit cijfers van onze jaarlijkse Nederlandse Innovatie Monitor blijkt dat al 40% van de ondervraagde bedrijven AI gebruikt. De adoptiesnelheid van AI neemt snel toe. Maar dat zien we nog niet terug in stijgende productiviteit.’
Hoe kan dat? ‘Van nieuwe technologie hebben we in het begin altijd veel te hoge verwachtingen. Denk maar aan de beloftes rond blockchain een aantal jaar geleden. Zo zouden tussenpersonen als banken door blockchain verdwijnen. Nou, die beloftes zijn dus niet ingelost. Als je met AI gaat werken, kost dat in het begin veel extra tijd. Ik werk zelf met ChatGPT, Claude en Perplexity. Als ik een paar keer dezelfde prompt invoer, krijg ik steeds andere antwoorden. Dus welke AI kies ik dan voor welke taak? Dat kost tijd en energie.’
Op organisatieniveau geeft Volberda een ander voorbeeld: ‘Een klassiek probleem van grotere organisaties is de verkokering, afdelingen die slecht met elkaar samenwerken. AI zou die silovorming kunnen oplossen, door processen tussen afdelingen te integreren. Maar dan heb je wel gestandaardiseerde data nodig, en werknemers die daar goed mee kunnen werken. In de praktijk komt daar nog maar weinig van terecht.’
Volberda lanceerde ooit de Schijf van Vijf voor Innovatie. Innovatiesucces wordt volgens dit model niet alleen bepaald door technologie, maar ook door vier andere taartpunten: zelforganisatie, dienend leiderschap, slimmer werken en co-creatie. Dit kwartet, door Volberda samengevat onder de term sociale innovatie, bepaalt voor maar liefst 75% het succes van innovaties als AI; slechts 25% van het succes komt dus door technologie. ‘De meeste leiders en managers denken dat het andersom is. Waardoor 75% van alle digitale transformaties mislukt. Organisaties die zowel technologische, maar vooral ook sociale innovatie serieus nemen, doen het op tal van prestatiemaatstaven beter dan organisaties die nauwelijks aan sociale innovatie doen.’
Mismatch op de arbeidsmarkt
Slimmer werken is dus een van de pijlers van innovatiesucces. Maar dat kan dankzij AI steeds meer zonder starters. Zo kan generatieve AI steeds beter documenten doorzoeken, agenda’s beheren, notuleren, coderen, et cetera; taken die vaak worden toebedeeld aan werknemers met weinig werkervaring en aan starters op de arbeidsmarkt, constateerde het UWV vorig jaar. Het aantal startersfuncties neemt dan ook flink af, vooral waar het gaat om rollen waarbij taal, beeld en data centraal staan.
De werkloosheid in Nederland is onder vakgeschoolden inmiddels lager dan die van hogeropgeleiden in de jongere leeftijdsgroepen. Hoe en bij welke organisatie kunnen hoogopgeleide junioren de fijne kneepjes van een vak dan nog leren? En áls je als starter de mazzel hebt dat je wordt aangenomen, is die eerste baan meteen complexer dan vroeger, omdat je al die standaardtaken niet meer hoeft te doen, waarschuwde hoogleraar arbeidseconomie Anna Salomons vorig jaar in het FD.
Maar het zijn niet alleen startersfuncties die ten prooi vallen aan het saneermes. Zo is het beeld in de Europese banksector tamelijk dramatisch: daar dreigen meer dan 200.000 banen te verdwijnen vanwege AI, volgens een rapport van Morgan Stanley. En dan gaat het om 10% van álle banen. Maar tegelijk zien we op andere fronten - de zorg, de bouw en de ICT - juist enorme personeelstekorten. Die mismatch lijkt alleen maar toe te nemen. Er verschijnen volop alarmerende berichten over een ‘historisch krappe arbeidsmarkt’. Zo waarschuwde advieskantoor McKinsey vorig jaar dat we in Nederland, als we niks doen, in 2030 1,4 miljoen mensen tekort zullen komen.
CPB-directeur Pieter Hasekamp relativeert deze naderende rampspoed. Eind vorig jaar schreef hij in het FD dat het probleem bij deze ramingen is dat ze gebaseerd zijn op het doortrekken van bestaande trends over de groei van arbeidsvraag en -aanbod. We extrapoleren ons suf. ‘En dat gaat voorbij aan het feit dat de arbeidsmarkt zich in de praktijk altijd aanpast.’ Kortom, volgens Hasekamp zijn geruchten over toenemende structurele arbeidstekorten zwaar overtrokken, want de arbeidsmarkt is flexibeler dan we denken; ook als het gaat om het omgaan met AI en de gevolgen daarvan. Met een kanttekening: organisaties moeten wel blijven investeren in digitale technologie. En werknemers moeten hun werkzame leven lang blijven doorleren.
Wees nooit bang voor AI
Talent-expert Lidewey van der Sluis, hoogleraar Strategisch Talent Management aan Nyenrode, deelt het optimisme van Hasekamp: ‘Zoals computers allang onderdeel van onze wereld zijn, zo zal het ook gaan met AI. Dat wordt een integraal onderdeel van leiderschap, van bedrijfskunde, van talentmanagement. Mensen reageren soms te emotioneel, zijn angstig voor mogelijke bedreigingen vanuit AI. Maar dat hoeft helemaal niet. AI is gewoon de zoveelste ontwikkeling, zoals we ook ooit paard en wagen vervingen door de auto.’
Sommige mensen kruipen wat haar betreft te snel in de slachtofferrol: ‘Dan vragen ze zich bezorgd af of ze AI nog wel kunnen bijbenen, of AI geen werk van ze overneemt. Je kunt het positief zien: waar er krapte is op de arbeidsmarkt, kan AI voor oplossingen zorgen. AI zal nooit kunnen wedijveren met onze menselijke creativiteit en verbeeldingskracht.’
Werknemers hoeven niet te vrezen dat ze worden vervangen door AI? ‘Nee, zeker niet. Ik vind dat sowieso een ongepaste, niet-ethische vraag. Want mensen zijn niet te vervangen, door wie of wat dan ook. De mens is zoveel meer dan een vat met kennis en vaardigheden. Bovendien bepaalt de mens uiteindelijk hoe AI wordt toegepast. Als het goed is, houden mensen de regie over AI-agents,’ zegt Van der Sluis.
Organisatiepsycholoog Aukje Nauta is minder optimistisch, zij ziet door de opkomst van AI meer nadruk op kwantiteit, die ten koste gaat van creativiteit. ‘Door de enorme aandacht voor AI komt de aandacht voor de menselijke factor binnen organisaties in de verdrukking. Starters worden nauwelijks meer aangenomen, oudere werknemers kunnen hun tacit knowledge aan niemand meer overdragen. Op termijn verdwijnt al die menselijke ervaring en kennis dan uit de organisatie.’
Ook in de wetenschap ziet de HR-wetenschapper verschraling: ‘Dankzij AI kunnen we veel sneller wetenschappelijke artikelen publiceren. Gevolg: er verschijnt steeds meer bagger. Omdat wetenschappers op kwantiteit worden afgerekend en veel minder op kwaliteit, originaliteit en creativiteit. Ik denk dat we nu in een overgangsfase zitten wat betreft de gevolgen van AI; we varen met z’n allen in de mist.’
Maak omslag naar hybride leren
Hasekamp wees er al op, een leven lang leren, dus ook op het gebied van AI, is onontkoombaar. Schrijver Barend Last, leerkracht basisonderwijs en specialist op het gebied van onder andere blended learning en AI, wijst daarbij op de kracht van hybride leervormen: ‘Het hoger onderwijs heeft in de huidige vorm geen bestaansrecht meer. Studenten moeten direct in de beroepspraktijk aan de slag kunnen. Waarbij leren, werken en innoveren samenvallen.’
Gevraagd naar praktijkvoorbeelden noemt Last de opleiding Open-ICT van de Hogeschool Utrecht: ‘Die hebben klassikaal onderwijs vervangen door projectgestuurd werken. Deze hbo-opleiding is sterk hybride ingericht, waarbij studenten in zelfsturende teams direct aan IT-opdrachten uit het bedrijfsleven werken. Dan doe en leer je alles vanuit de praktijk. Dat vereist wel een omslag in denken en ook in de wijze van toetsen, en ook in de mate van aansturing. Die benodigde zelfregulatie gaat namelijk niet vanzelf.’
Hij denkt terug aan zijn matrozenopleiding, ruim twintig jaar geleden: ‘Dat was een sterk voorbeeld van hybride opleiden. We begonnen in het theorielokaal en gingen daarna meteen door naar een praktijksimulatie in het lokaal ernaast. Zo ging dat telkens om-en-om. Eenmaal op het marineschip ging het ook weer zo, praktijk en theorie werden continu afgewisseld; met een toenemende complexiteit, zoveel mogelijk vanuit meester-gezelprincipes. Zo’n onderwijsvorm hebben we ook nodig voor AI-ready onderwijs en opleiden, willen studenten en werknemers goed bijblijven.’
Dat is belangrijker dan ooit, beaamt Van der Sluis: ‘Bedrijven moeten hun werknemers wakker schudden, meer dan ooit bijspijkeren op het gebied van AI. Zorgen dat de werknemers openstaan voor nieuwe ontwikkelingen, niet vanuit angst voor AI maar vanuit nieuwsgierigheid en het verlangen naar de mogelijkheden ervan. Hoe we de dingen anders en beter doen? Daar kan je niet vroeg genoeg mee beginnen. Dat begint al op de middelbare school. Laat kinderen kennismaken met de mogelijkheden van AI. Laat ze ermee spelen en leer ze er verantwoord mee omgaan. Kortom, maak ze AI-wise.’
Investeer in AI-geletterdheid
Dat wakker schudden is cruciaal, als je bedenkt dat door AI en andere vormen van automatisering in 2030 nog maar een derde van alle taken door mensen zal worden uitgevoerd. Dat was een van de conclusies uit het Future of Jobs Report 2025, van het World Economic Forum. Volberda nam voor dit onderzoek de Nederlandse dataverzameling voor zijn rekening. ‘De arbeidsmarkt gaat tot 2030 enorm veranderen. Naar schatting 8% van alle banen verdwijnt door AI; maar tegelijk komt er 14% banen bij. Dat is goed nieuws, alleen kunnen lang niet alle mensen die hun baan kwijtraken, omscholen richting die nieuwe AI-banen. Ze missen simpelweg de vaardigheden en competenties. Dus dat gaat voor grote frictie op de arbeidsmarkt zorgen.’ Daarbij gaat Volberda ervan uit dat werknemers, van hoog tot laag, de komende vijf jaar gemiddeld zo’n 40% van hun vaardigheden opnieuw moeten ontwikkelen. ‘Daarom moeten bedrijven zo snel mogelijk gaan investeren in de AI-geletterdheid van hun werknemers, voordat zij AI inzetten op de werkvloer.’
Barend Last schreef, met Ilona Boomsma en Jean-Luc Laval, in Beter, leuker, sneller 2.0 over de criteria van AI-geletterdheid: die gaan om het kunnen werken met AI-tools, het kritisch kunnen beoordelen van de resultaten van AI-systemen, het bijslijpen van communicatieve vaardigheden maar ook weten waar de ethische grenzen liggen. Last: ‘Bedrijven zijn echt wel bezig om AI te integreren in hun workflows. Met als nadeel dat dat vaak nog beperkt blijft tot het individuele niveau van werknemers, in plaats van op team- of afdelingsniveau.’
De opkomst van AI heeft in ieder geval bijgedragen aan een opmerkelijke carrièreswitch van Nauta: ‘Ik heb een aantal non-fictieboeken geschreven. Zoals Nooit meer doen alsof, waarin ik beschrijf hoe je van schaamte je kracht maakt. Ik wilde nog een boek over dit onderwerp schrijven, maar ja, wat is de toegevoegde waarde daarvan als je alles aan AI kunt vragen? Daarom ben ik begonnen met het geven van theatercolleges. Zo kom ik als mens van vlees en bloed in verbinding met andere mensen. Dat werkt heel goed. Over kwetsbare zaken als schaamte praat je in mijn ogen niet met een chatbot. AI biedt enorm veel kansen, maar we moeten niet vergeten dat we altijd zullen blijven hunkeren naar het gewone, menselijke contact.’