Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

Harvest maart 2015

Wat leest Amerika en wat waait waarschijnlijk over naar Nederland? ‘Onze man in de VS’ Jeroen Ansink doet maandelijks een rondje boekwinkels in New York.

Jeroen Ansink | 26 maart 2015 | 4-5 minuten leestijd

Geen megalomane klootzak, maar een toegewijde mentor en behendig manager die het beste uit zijn team wist te halen. Becoming Steve Jobs van technologiejournalisten Brent Schlender en Rick Tetzeli schetst een totaal ander beeld van de legendarische Apple-oprichter dan de biografie van Walter Isaacson. Net als Steve Jobs de biografie is het deze week verschenen Becoming Steve Jobs deels gebaseerd op dieptegesprekken met de man zelf.

 

Schlender, die Jobs vijfentwintig jaar lang volgde voor onder meer The Wall Street Journal en Fortune, put uit enkele tientallen vergeten interviewbanden, die hij enige jaren geleden bij toeval in zijn rommelschuur ontdekte. De tapes zijn afkomstig uit wat Schlender omschrijft als de ‘wildernis-jaren’: de tijd waarin Jobs aan het roer stond van computerbedrijf NeXT en animatiestudio Pixar, trouwde, en een gezin stichtte. Het was in die middenperiode dat hij zich ontwikkelde tot de leider die Apple later tot ongekende hoogten zou opstuwen.

De portrettering van Jobs als een aimabele en geduldige man krijgt enhousiast bijval van Apple-bestuurders. Eddy Cue, de topman voor software en internetservices noemde het boek op Twitter het ‘eerste dat het bij het juiste eind heeft’. CEO Timothy Cook nam de gelegenheid te berde om de biografie van Isaacson af te stempelen als een ‘enorm slechte dienst’ aan het adres van Jobs. ‘De persoon waarover ik in dat boek lees, is iemand met wie ik nooit zo lang zou willen hebben samenwerken.’

De komende dagen zal blijken of de steunbetuigingen van Apple hebben geholpen om het boek op te stuwen naar de eerste plaats in de Amerikaanse bestsellerlijsten. Daar staat momenteel Being Mortal van chirurg en New Yorker-journalist Atul Gawande. Het boek, dat volgende maand in het Nederlands verschijnt als Sterfelijk zijn, is een persoonlijk relaas over hoe we als samenleving omgaan met ouderdomskwalen. Mensen die zwaar ziek zijn, hebben andere prioriteiten dan het simpelweg rekken van hun levens, aldus Gawande, die bekendheid verwierf met de bestseller Het checklist-manifest.

Dat vereist van zowel de maatschappij als van de zorg een mentaliteitsverandering. In plaats het verhogen van overlevingskansen zouden artsen zich moeten richten op het welzijn van hun patiënten. Moeten chronisch zieken tegen elke prijs behandeld worden, ook als dit ten koste gaat van de kwaliteit van het leven?

Gawande erkent dat hij zich met dit soort gedachten op glad ijs begeeft. Het schrikbeeld doemt op van een vergrijzende samenleving die haar bejaarden uit financiële overwegingen aan de kant schuift. Maar, zo schrijft Gawande, ‘wat als de zieken en de ouden van dagen nu al worden opgeofferd - slachtoffers van onze weigering om de onverbiddelijkheid van onze levenscyclus te accepteren?’

Gawandes afwijzing van de gedachte dat de kwantiteit van leven boven de kwaliteit gaat, had gemakkelijk een bijdrage kunnen zijn aan This idea must die (verschijnt binnenkort in het Nederlands als Dit idee moet dood). Deze essay-bundel vloeit voort uit een initiatief van ‘online salon’ Edge.org die vorig jaar geleden 175 van ‘s werelds meest toonaangevende denkers benaderde met de vraag: welk wetenschappelijk idee is rijp voor pensioen? Intellectuele vooruitgang, zo betoogt Edge.org-uitgever John Brockman, is niet alleen een kwestie van zoeken naar briljante nieuwe inzichten, maar ook van het omverwerpen van heilige huisjes. Sterker nog, in een wereld die sneller verandert dan ooit lijkt slechts één adagium de tand des tijds te weerstaan: twijfel aan alles, behalve aan twijfel zelf.

Zo maakt Nassim Nicholas Taleb korte metten met de standaarddeviatie, haalt Nicholas Carr de ‘oppervlakkige’ anekdote uit het verdomhoekje, en stelt Nobelprijswinnaar Frank Wilczek vragen bij de scheiding tussen geest en materie. En wat kunnen we nu echt verwachten van kunstmatige intelligentie?

Waar Brockman inzet op de vergankelijkheid van conventionele wijsheid, daar gokt Guy Kawasaki op de tijdloosheid van zijn eigen gedachtengoed. Meer dan tien jaar na Art of the Start brengt de internetondernemer een nieuwe versie van zijn klassieke handleiding voor ondernemerschap. Hoewel Kawasaki's uitgever in eerste instantie slechts een update voor ogen stond, biedt The Art of the Start 2.0 geen oude wijn in nieuwe zakken. Er blijkt in tien jaar te veel veranderd: kapitaalbehoeftige startups hoeven niet meer per se door een ballotagecommissie van durfkapitalisten, maar kunnen hun ideeën ook via crowdfunding financieren, dankzij cloud computing kan zelfs het kleinste team zich een technologische infrastructuur veroorloven, en sociale media hebben als promotiemiddel de plaats ingenomen van PR en marketing.

Wat onveranderd is gebleven is Kawasaki's optimisme en beminnelijkheid. De voormalig chief evangelist van Apple streeft boven alles harmonie na. Zo adviseert hij om de onvermijdelijke mopperkonten op sociale media slechts één keer van repliek te dienen, en de boel vervolgens de boel te laten. De klant heeft altijd het laatste woord, ook in de digitale wereld.

Over Jeroen Ansink
Jeroen Ansink (Utrecht, 1970) is financieel-economisch journalist. Sinds 1998 woont en werkt hij in New York, aanvankelijk als correspondent voor FEM Business, later ook voor bladen als HP/De Tijd, Management Team, Forum en Fortune.com. Voor Managementboek schrijft hij interviews, recensies, en summaries. Ansink voltooide een vrij doctoraal in de Letteren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (adoptierichting geschiedenis) en behaalde het certificaat Business Journalism aan de Wharton Business School aan de Universiteit van Pennsylvania.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden