En daar wringt meteen de schoen. Want tegelijkertijd schrijft Van der Fluit dat uit de gesprekken die zij voerde met opdrachtgevers blijkt dat die vooral inspiratie zoeken. De drie vertrouwensfactoren vinden zij eigenlijk een onmisbare voorwaarde, iets dat er zeker moet zijn, maar niet iets waarmee de dienstverlener zich nou per se onderscheidt. Zij zoeken in een dienstverlener vooral inspiratie, passie, nieuwe inzichten. Maar aan dat aspect besteedt Van der Fluit in haar boek weinig aandacht, wellicht omdat het moeilijk in handzame modellen is te stoppen of te leren is.
Los daarvan hinkt dit boek helaas op meerdere gedachten. Het is geschreven voor eenpitters die zich willen onderscheiden op de markt waar de opdrachten worden verdeeld, maar ook voor de directie van grote kantoren die zich willen onderscheiden op de arbeidsmarkt van zakelijke dienstverleners (die massaal voor zichzelf beginnen). En stiekem richt Van der Fluit zich ook nog op opdrachtgevers die de professionals moeten inhuren. Dat gebrek aan een duidelijke doelgroep maakt het boek wat warrig.
Is het dan ook een slecht boek? Nee, dat nou ook weer niet. Een professional die serieus bezig is met zijn vak, kan er heel wat uithalen om zich te verbeteren en om zijn toegevoegde waarde te vinden. Want modellen bieden dan wellicht geen passie en inspiratie, ze kunnen wel helpen om het eigen denken scherper te krijgen.