Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Bold

Waar historici en filosofen na de val van de Berlijnse muur in 1989 met grote stelligheid over het einde van de geschiedenis spraken, heeft men het tegenwoordig steeds vaker over een stijl omhoog lopende knik in de geschiedenis. Het tijdperk van het lineaire denken (1, 2, 3, 4…) is definitief voorbij, zo wordt gezegd. Het moment van exponentiële groeicurves (1, 2, 4, 8) is aangebroken. Hierbij wordt met name gewezen op de orkanen van technologische versnellingen die zich momenteel manifesteren en die het businesslandschap ingrijpend veranderen.

Hans van der Loo | 20 juli 2015 | 5-7 minuten leestijd

De boodschap luidt steevast dat bestuurders, managers en ondernemers er goed aan doen om deze omslag, deze knik in de groeicurve, bij te benen en voor te blijven. In hun afgelopen jaar verschenen boek ´Exponentiële Organisaties´ zetten Salim Ismail, Michael Malone en Yuri van der Geest uiteen hoe je exponentieel kunt groeien.

Hoe fascinerend en goed gedocumenteerd hun boek ook was, er ontbrak een belangrijke component: de menselijke factor. Het accent werd vooral op technologie en ´harde´ bedrijfsmatige aspecten (systemen, processen, businessmodellen) gelegd. Over de kenmerkende stijl van leiderschap en de manier van werken binnen exponentiële organisaties werd je als lezer niet veel wijzer.

De verwachtingen om de verborgen menselijke krachten achter exponentiële groei beter te leren kennen, waren hooggespannen toen ´Bold´ van Peter Diamandis en Steven Kotler op de markt verscheen.

Diamandis is niet alleen oprichter van de spraakmakende Singularity University, maar ook een van de gangmakers achter diverse exponentiële groeipraktijken.

Zijn co-auteur Steven Kotler, is ondernemer, schrijver en zelfbenoemd expert in de ´flow-wetenschap´.

De opbouw van het boek ziet er veelbelovend uit: een van de drie delen gaat over de mindset van exponentiële groeiers. Daarnaast wordt ons ook een praktische handleiding in gedurfd denken en doen beloofd.

Helaas worden de gestelde verwachtingen niet waar gemaakt. De auteurs hebben zich er te makkelijk vanaf gemaakt en zijn te veel in goede bedoelingen blijven steken. Maar daarover later meer.

Het boek begint met een uitvoerige uiteenzetting van eigentijdse technologische trends: de groei van sensoren en netwerken (internet of everything), de oneindige rekenkracht van computers, de spectaculaire opmars van kunstmatige intelligentie, de komst van robots als nieuwe werkkrachten en de vorderingen op het gebied van genomica en stamceltherapie.

Tal van actuele problemen (ondervoeding, welvaartsverschillen) kunnen met behulp van de genoemde technologieën worden opgelost. Bovendien stellen zij ons in staat om eeuwenoude menselijke dromen, zoals die van een eeuwig leven, te verwezenlijken. Om het technologisch pad te plaveien, moeten we volgens de auteurs niet alleen afrekenen met bestaande en belemmerende instituties, maar moeten we ons ook mentaal verbeteren.

Wat er gebeurt wanneer bestaande instituties en organisaties de technologische vooruitgang niet kunnen bijbenen, wordt duidelijk gemaakt aan de hand van Kodak. Dit bedrijf was, zoals bekend, de uitvinder van de digitale fotografie. In 1975 ontwikkelde het de eerste digitale camera, een ruim 4 kilo wegend apparaat met de grootte van een broodrooster. Hiermee kon je plaatjes van 0,01 megapixel schieten. Het bedrijf lag bepaald niet wakker van de nieuwe vinding. Ingenieurs en managers hadden geen antwoord op de vraag waarom klanten hun foto´s op elektronische schermen zouden willen zien. Bovendien zou het bij de veronderstelde lineaire groei van het aantal megapixels nog vele tientallen jaren duren voordat digitale foto´s met een bruikbare resolutie gemaakt konden worden.

Dat dit een achterhaalde manier van redeneren was, werd pas later duidelijk. De groei van het aantal megapixels verliep immers niet lineair, maar exponentieel. Het moment dat digitale foto’s van een goede kwaliteit gemaakt konden worden, werd veel sneller bereikt dan een lineair denkend mens voor mogelijk had gehouden.

Inspelen op exponentiële groeicurves veronderstelt een exponentiële geest. Zo´n geest wordt gevoed door een omgeving waarin innoveren, experimenteren en op eigen kracht presteren centraal staan. Vrijwaring van bureaucratische processen, het beschikken over een gedeeld hoger doel, het delen van kennis en vaardigheden en de focus op kort-cyclische processen waarin voortdurend feedback wordt gegeven op de gerealiseerde vooruitgang zijn kenmerken van zo’n omgeving.

De exponentiële geest is niet alleen gebaat bij een stimulerende omgeving, maar ook bij intrinsieke motivatie. De auteurs spreken in dit verband van ´flow´, een opperste staat van aandacht waarin mensen op hun best presteren. Wat je kunt doen om in zo´n toestand te geraken, wordt er helaas niet bij verteld. We moeten het doen met wat overbekende en anekdotische beschrijvingen van ´exponentiële leiders´ als Larry Page (Google), Elon Musk (Tesla), Jeff Bezos (Amazon) en Richard Branson (Virgin). Daarnaast krijgen een nogal plichtmatige opsomming voorgeschoteld van 17 factoren die tot flow zouden moeten leiden.

Het boek gaat als een nachtkaars uit met een aantal praktisch bedoelde, maar weinig inspirerende hoofdstukken over crowdsourcing, crowdfunding en het bouwen van communities.

Valt er dan helemaal niets te genieten? Best wel. Zo is het raamwerk van exponentiële groei aan de hand van zes D´s – ´digitalisering´ als start van het proces, ´deceptie´ wanneer de hoge verwachtingen niet meteen blijken uit te komen, ´disruptie´ als de technologie eenmaal geland is en tenslotte ´demonetarisatie´, ´dematerialisatie´ en ´democratie´ als voornaamste effecten van de nieuwe technologie – een bruikbaar middel om de vaak chaotische en tegenstrijdige ontwikkelingen in kaart te brengen.

Waarschijnlijk onbedoeld, ligt de grootste waarde van het boek in het beeld dat zij creëert van de mentaliteit van eigentijdse high tech-goeroes. Die mentaliteit is, net als de technologie, waarover ze praten, digitaal van aard. Er is geen ruimte voor twijfels, vragen en grijze gebieden.

Het is een zekerheid dat we op de drempel van een nieuw tijdperk staan. Kritische vragen over mogelijk onaangename maatschappelijke effecten van de nieuwe technologie (werkloosheid, privacy) zijn niet nodig, want technologie leidt juist tot een toestand van ´overvloed´, waarin alle wereldproblemen in één klap zijn opgelost. Voor regulerende overheden en autoriteiten is in de toekomst geen plaats, want zij fungeren alleen maar als stoorzender in het proces van exponentiële groei.

Niet alleen de actualiteit en de nabije toekomst worden vanuit een digitale zienswijze beschouwd, hetzelfde gebeurt ook als het om het verre verleden gaat. Het boek begint met een gebeurtenis die 66 miljoen jaar geleden plaatsvond: de inslag van een asteroïde op aarde. Dit veroorzaakte niet alleen een krater van zo´n 200 kilometer, maar zorgde er ook voor dat de zon een decennium achter een stofwolk verdween. De klimatologische gevolgen hiervan waren zo groot dat hele diersoorten – met name de gigantische en weinig wendbare dinosaurussen – uitstierven.

De impact van de exponentiële technologie is minstens zo groot als de meteoorinslag vele miljoenen jaren geleden, zo betogen de auteurs met grote stelligheid. Je moet het maar durven. Maar durf is dan ook de titel van het boek…

Over Hans van der Loo

Hans van der Loo richt zich op zelfmotivatie en psychologische veiligheid in teams. Hij is onderzoeker, facilitator en auteur van meerdere bestsellers, zoals het in 2020 verschenen boek 'Psychologische veiligheid' met de bijbehorende veldgids. Zijn nieuwste boek 'Teaming: de nieuwe realiteit van samenwerken' schreef hij samen met Patrick Davidson. 

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Shaun Smith, Andy Milligan
Bold

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden