Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Plezier beleven aan taaie vraagstukken

Hans Vermaak heeft een dik proefschrift geschreven over de kunst van het interveniëren in complexe organisatieomgevingen. Hij baseert zijn onderzoek op zijn ervaringen in 30 trajecten waarin de medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het (internationale) werkveld aan de slag gingen met complexe veranderopgaven. Tja, zo uitgeschreven in één lange zin klinkt het nogal eenduidig. Dat is toch het werk en de expertise van organisatieadviseurs: begeleiden van veranderingen? In 'Plezier beleven aan taaie vraagstukken' van Hans Vermaak wordt duidelijk dat het om de dooie dood niet eenduidig is om een rol te spelen bij de aanpak van taaie vraagstukken. Nou wist ik dat al – u waarschijnlijk ook wel – het bijzondere is dat Hans Vermaak erin slaagt om scherp uit te leggen hoe het in elkaar steekt en wat je daarin kunt doen.

Carolien de Monchy | 17 november 2011

De verwijzing naar het bekende was het eerste wat mij trof toen ik in 'Plezier beleven aan taaie vraagstukken' begon. 'Natuurlijk', riep ik de hele tijd in gedachten, 'hè hè, dat wisten we toch al? Die en die heeft het al beschreven.' Klopt, want het is en blijft een proefschrift, dus er staat een ongelooflijke hoeveelheid literatuur in. Allemaal denkers die al eerder stukken van de legpuzzel beschreven en verwoordden. Alleen al het begrip 'taai vraagstuk': de auteur haalt bijna achteloos 15 auteurs aan die allemaal vraagstukken typeerden als: taai, complex, sociale warboel, verknoopte situaties, wicked problems, etc. Het is geruststellend dat de auteur hier de haarkloverijen vermijdt en in plaats daarvan het concept overdraagt, zodat de lezer een gevoel krijgt voor het type vraagstuk waar het over gaat. Om meer greep te krijgen op het interveniëren in taaie vraagstukken beschouwt de auteur een organisatie als een sociaal systeem, waaraan de deelnemers een actieve bijdrage leveren. Deze zienswijze heeft als voordeel dat je niet naar oorzaak- en gevolgrelaties zoekt, dan blijf je hangen in vaste rolomschrijvingen zoals 'daders' en 'slachtoffers' en eenduidige verklaringen: factor a veroorzaakt effect b. In een systemische visie kijk je naar de het krachtenveld en de manier waarop de actoren daar een rol in spelen. Daarbij is Hans Vermaak consequent: hij geeft zichzelf ook geen vaste rol als 'externe veranderaar', maar beschouwt zichzelf als een actor in het geheel. Het praktijkonderzoek resulteert in vier thema's waarin Vermaak zijn inzichten ordent: de manier waarop de samenwerking georganiseerd is (interacties); de vigerende opvattingen en visies van de betrokkenen (cognities); de manieren om een veranderproces te ontwerpen (procesontwerp) en de verankering van het vernieuwde in de organisatie (procesankering). Hij gaat spelen met patronen of werkingsmechanismen die de bestaande praktijk fixeren – en patronen die de bestaande praktijk losmaken. Het is een bekende wet: als meer van hetzelfde niet helpt, hou er dan mee op. Klinkt eenvoudig, maar dat is het uiteraard niet. We weten immers dat je vaak juist door moet gaan als iets nog niet lukt, hoe kun je anders leren zwemmen, skiën, rekenen of stukjes schrijven? En als je aanpak bij andere vraagstukken prima werkt... De clou is dus om een gevoel te ontwikkelen of er sprake is van vastzitten en hoe je het vastzittende los kan krijgen. Daarvoor biedt dit boek een gedegen analyse en ook een gedegen werkwijze om aan de gang te gaan. De auteur slaat een brug tussen twee vakgebieden die mij zeer na aan het hart liggen: dat van de organisatieadviseur en dat van de facilitator. Met de ogen van een organisatieadviseur kijkt Hans Vermaak naar het organiseren en analyseert hij de werkingsmechanismen die de situatie bestendigen. Daaruit concludeert hij – naar mijn ervaring terecht – dat je een werkingsmechanisme niet doorbreekt door een willekeurig gevolg aan te pakken met een recht toe recht aan interventie, zoals het uitrollen van een training cultuurverandering of een stappenplan om de nieuwe werkwijze te implementeren. Hans Vermaak is een pleitbezorger van het benutten van werkingsmechanismen voor vernieuwing en daarvoor hanteert hij een doortimmerd uitgangspunt: werk met de betrokkenen bij het vraagstuk – daar zit de kracht en de wijsheid om aan de slag te gaan. Met de ogen van een facilitator bedenkt en begeleidt hij sessies en trajecten waarin de deelnemers met elkaar aan de slag gaan om uit te vinden waar ze staan, nieuwe ideeën te onderzoeken en gezamenlijk acties te bedenken. Het organiseren van betrokkenheid gaat over het laten ontstaan van meerduidigheid en diversiteit zodat er ruimte ontstaat voor vernieuwing. Dat is voor de deelnemers ook nieuw. Hans Vermaak concludeert dan ook – in mijn ogen wederom terecht – dat interveniëren in taaie vraagstukken gepaard gaat met ontwikkelen en leren van betrokkenen. Voor mij is precies dit het vernieuwende in van dit boek: verhalen over verandertrajecten waarin er nadrukkelijk oog is voor de kunst en kunde van organiseren én van faciliteren. Je begrijpt hoe de twee vakgebieden elkaar aanvullen en elkaar ook nodig hebben, ieder apart geeft een veel te beperkte blik. Dit boek geeft de praktijkmensen de woorden en concepten om hun ervaring te conceptualiseren. Het is enorm bevrijdend om onder woorden te kunnen brengen wat je altijd al wist – maar zelf niet helder kon uitleggen. De denkers krijgen handvatten voorgeschoteld om aan de slag te gaan en te interveniëren, een uitnodiging om je creativiteit in werkvormen te ontwikkelen. Is er nog een kanttekening? Natuurlijk. Het boek gaat over taaie vraagstukken en dat dreunt door: het is een taai boek geworden. Dat komt ook door de prachtige structuur die erin zit: er zijn vier veranderaspecten, ieder aspect heeft drie thema's, dat maakt 12 thema's. Ieder thema krijgt een dialectische aanpak: als these een begrijpelijke koers van handelen en als antithese de reactie die deze koers oproept en daarmee versterkt. De dynamiek tussen deze twee noemt Hans Vermaak een weerbarstig werkingsmechanisme. Hij doorbreekt het verlammende patroon tussen these en antithese door de gezamenlijke waarheden in beide te verzoenen, synthese dus en komt zo tot een subtiel vernieuwingsmechanisme. Jawel, 4 x 3 x 2, het ziet er uit als een mooi ordelijk schema, een soort periodiek systeem voor veranderingen. Ondanks de heldere structuur was ik na het zoveelste patroon regelmatig de weg kwijt: wat voor mechanisme is dit nu weer? Waarom hoort dat bij dit thema? Dan roept de structuur in zichzelf ook weer vragen op: is de sociale werkelijkheid inderdaad in dit schema te vangen? Enfin, alles overziende zijn dit toch kleine kanttekeningen bij een mooi onderzoek en overheersen de uitermate boeiende inzichten. Een absolute aanrader als je aan de slag wilt met 'taaie vraagstukken', een gebied waar zowel faciliators als organisatieadviseurs hun tanden op stuk kunnen bijten.

Over Carolien de Monchy

Drs. Carolien de Monchy, organisatieadviseur, ondersteunt professionals en teams bij het verbeteren van de kwaliteit van hun resultaten en hun werk. Speciale expertise in het begeleiden van organisatieveranderingen als strategieontwikkeling, professionalisering en arboconsultancy; zowel in profit als in not-for-profit organisaties. www.kennisfabriek.nl.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden