Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Generatie Z

Begin van het college. Van de dertig studenten voor me zijn er vijf niét bezig met hun telefoon: die starten juist hun laptop op. De moderne jeugd, denk ik. Wat hen beweegt en wat ze vinden van het leven, politiek, marketing, seks, moraal en dood staat te lezen in 'Generatie Z' van Jos Ahlers en René Boender.

Bert Thiel | 1 maart 2012

'Wie niet nadenkt over de toekomst, is veroordeeld tot het verleden' schrijven Jos Ahlers en René Boender in 'Generatie Z', waarin ze de belevingswereld van de generatie die geboren werd tussen 1992 en 2010 onder de loep nemen. Die generatie heeft één alverbindend kenmerk en dat is dat ze zich geen wereld zonder computers, internet en onlinecommunicatie kunnen herinneren. Wie van ons heeft zich in het café nog nooit verbaasd over die vier tienermeisjes aan dat tafeltje verderop, die gezellig samen zitten te sms'en? Ooit wel eens een puber gezien, die niet verdiept was in zijn telefoon? Ahlers en Boender willen weten hoe de wereld zal veranderen onder invloed van de digitaal opgroeiende jeugd. Daartoe deden ze een omvangrijk literatuuronderzoek en spraken ze met Z'ers, zoals zij ze noemen, in één-op-één-gesprekken, in groepsdiscussies en via de sociale media. Allerlei theoretische onderzoeksresultaten werden op die manier getoetst. Zo vormden zij zich stapje voor stapje en onderwerpsgewijs een beeld van Nederland in 2020. Natuurlijk blijft zo'n toekomstbeeld altijd iets luchtfietserigs houden, maar de richting waarin we ons zullen bewegen krijgt zo wel contouren. De Z'ers zullen zelf de wereld die al sterk aan het veranderen is in rap tempo veranderen – daar komt het op neer. Laat ik eens een van die veranderingen noemen. Vroeger stond het onderwijs in het teken van aanbrengen van kennis. Noodzakelijke kennis om door te kunnen leren of een beroep mee te kunnen uitoefenen: hoofdrekenen bijvoorbeeld of de eerste stoomwet. Nuttige kennis om je weg in het leven te kunnen vinden: lag Hoogezand nu voor of na Stadskanaal en heeft een eikenblad drie of vier vingers? Kennis, die werd aangebracht in rijtjes en regels en die je paraat moest hebben, want je had niet overal een atlas, een stuk papier of een leerboek ter beschikking. Hoe anders is dat nu! Vrijwel ieder kind is de hele dag verbonden met internet en heeft dus continu toegang tot een onvoorstelbare hoeveelheid feiten en gegevens. Rijtjes en regels zijn binnen handbereik, hoeven dus niet meer paraat te zijn. Van veel groter belang is daarom het managen van de informatiestroom: waar vind ik wat, wat is die informatie waard, is dit de waarheid? Tegelijk wordt ook steeds duidelijker wat je niet weet. Vroeger dacht je dat je alles wist als je het boek uit had, tegenwoordig zie je nog 435 andere pagina's die je zou kunnen bekijken… Het beeld dat oprijst uit dit boek is dat van een generatie, die autonomie hoog in het vaandel heeft staan. Die zich goed bewust is van zijn rechten en plichten. Die werken aan een carrière in de traditionele zin niet meer vanzelfsprekend vindt, omdat werk en privé volledig uitwisselbaar zijn. Die anders omgaat met macht en hiërarchie. Die zelfbewust beweert de wereld te kunnen en zullen veranderen. Die eerst de plek om te leven kiest en daarna de baan. Die gaat voor de unieke belevenis. Voor wie 3D normaal is. Het zijn netwerkers met een andere visie op alles wat wij, ouderen, als normaal zijn gaan beschouwen. Moeten we dit alles als een bedreiging beschouwen? Ik denk het niet. We moeten immers niet zo ijdel zijn om te denken, dat wat wij denken, vinden en voelen alleen zaligmakend is. We hebben de wereld en het leven slechts in bruikleen en enige bescheidenheid is dus op zijn plaats. Maar dat is een nogal normatieve redenering. Veel plezieriger is wat mijn collega handvaardigheid vroeger 'het ruifje' noemde. Wat ik vertel, placht hij te zeggen, is een ruifje: je neemt er maar uit wat je hebben wilt. En zo moeten wij het ook doen, denk ik. Veel dingen van Z'ers zijn boeiend, inspirerend en zeker navolgenswaardig – neem de hierboven omschreven omgang met feitenkennis of hun volstrekte natuurlijke vertrouwdheid met apparaatjes. Omdat ik meer van judo (gebruikmaken van de kracht van je tegenstander) houd dan van karate (sla hem in een klap neer), maak ik in dit college maar eens dankbaar gebruik van de nieuwe tijd. 'Goedemorgen, dames en heren. Ik zie dat jullie allemaal de beschikking hebben over internet. Jullie hebben een uur de tijd om in groepjes van vier de spellingsregels voor het voornaamwoordelijk bijwoord op te zoeken en te verwerken tot een PowerPointpresentatie.' Zo, dat geeft mij de tijd mijn eindoordeel over 'Generatie Z' te formuleren. Ik heb namelijk weinig met toekomstvoorspellingen. Op de een of andere manier zie ik dan altijd de puntige oren van dr. Spock uit Star Trek voor me en aan het heden heb ik meer dan genoeg. Maar Ahlers en Boenders slagen erin het beeld dat zij van het toekomstige Nederland creëren te aarden, duidelijk te stoelen op onderzoek. Twee dingen vind ik wat bezwaarlijk aan het boek: dat de uitspraken van de pubers wel heel erg voor waar worden gehouden en dat de auteurs een wat krampachtige, ongeoefende schrijfstijl hebben. Daarom, zoals dr. Spock het zei: 'Fascinating is a word I use for the unexpected. In this case, I should think 'interesting' would suffice.'

Over Bert Thiel

Bert Thiel (1961) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij doceert Nederlands op het Norbertuscollege in Roosendaal.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden