Tegenwoordig kom je de termen digitale soevereiniteit, datasoevereiniteit, digitale transformatie en digitale autonomie overal tegen. In het coalitieakkoord van januari 2026 is digitale autonomie zelfs uitgeroepen tot leidend principe en wordt open source het uitgangspunt voor IT-inkoopprocessen. Ook binnen de uitvoeringsorganisatie waar ik werk is digitale soevereiniteit een hot topic. We willen onze afhankelijkheid van buitenlandse Big Tech verminderen. Nederlandse overheden slaan veel data op bij Amerikaanse bedrijven en dat maakt ons, gezien de geopolitieke spanningen, kwetsbaar.
Recent las ik het boek Digitale soevereiniteit van Michiel de van der Schueren. Een aanrader voor wie hierover meer wil lezen. In mijn onwetendheid dacht ik dat informatieautonomie ook zo’n containerbegrip is om aan dit rijtje toe te voegen. Maar niets is minder waar!
informatieautonomie
In Informatieautonomie pleit Martijn Aslander voor gebruik van een beter bestandsformaat om informatie op te slaan zodat je je informatie kunt bewaren, overzien, terugvinden en delen. En dat is een verandering die morgen kan beginnen. Toegang hebben en houden tot je eigen informatie is essentieel.
In zijn nawoord pleit Aslander ervoor de volgende drie woorden aan het dagelijks taalgebruik van informatiewerkers wil toevoegen: informatieautonomie, parsen en het verschil tussen digitaliseren en informatiseren. Laten we die drie onderwerpen eens wat nader bekijken.
Een organisatie is informatieautonoom als ze haar informatie opslaat in formaten die zonder software van een specifieke leverancier kunnen worden gelezen. Zolang dat niet het geval is, is digitale soevereiniteit een illusie. Je servers staan in eigen land, maar je bent afhankelijk van de leverancier om bij je informatie te kunnen: een vendor lock-in, met een Europees adres. Soevereiniteit over de technologie is dus niet hetzelfde als autonomie over de informatie die erin zit.
Parsen
En weet jij wat parsen is? Ik wist het niet. Parsen is ontcijferen zodat een computer de data kan gebruiken. Bij een zin in platte tekst, een bestand zonder opmaak, is dat voor een computer eenvoudig. Wat er staat is wat hij ziet. Bij Word of PDF is dat anders omdat er vormgevingsregels en opmaakinstructies zijn. De computer moet die eerst ontleden voordat hij bij de woorden kan. En dat gaat niet altijd goed: er is een zekere raadkans. Het programma dat dat ontledingswerk doet heet een parser.
Informatiseren
Aslander legt verder uit dat we vooral aan het digitaliseren zijn in plaats van informatiseren. In de jaren tachtig begonnen we papieren documenten om te zetten naar digitale schermen. Maar die informatie bleef opgesloten in afzonderlijke bestanden. Dat heeft geleid tot een aantal grote problemen bij overheidsorganisaties. Denk aan de Toeslagenaffaire, waar ambtenaren de benodigde gegevens om dossiers te reconstrueren wel hadden, maar deze zo versnipperd en verspreid waren dat het opsporen ervan een enorme inspanning vergt. Of de constatering dat in 2024 slechts 17 procent van de Woo-verzoeken aan ministeries binnen de wettelijke termijn van 42 dagen werd afgehandeld.
goedkope opslag, maar dure ontsluiting
Het probleem is dat de informatie niet machinaal doorzoekbaar is. We hebben goedkope opslag, maar hele dure ontsluiting. De oplossing zit in een betere informatie-architectuur, in het scheiden van vorm en inhoud. Een document mag aan de buitenkant zijn wat het altijd was. De informatie aan de binnenkant sla je op in open, machinaal leesbare formaten (zoals Markdown of HTML). Het formaat bepaalt of computers data goed en eenvoudig kunnen uitlezen. En niet alleen onze computers, ook AI-systemen hebben hier veel baat bij.
Dat klinkt eenvoudig. Met je eigen mensen kun je hiermee morgen beginnen. Er is alleen een beslissing nodig over de manier van informatie opslaan. En iets met entiteiten. Want het is slim om deze eerst in kaart te brengen als je platte tekst wil bewaren op een manier die later bruikbaar is. Volgens Aslander is ook dat niet moeilijk.
Drempels
Maar mijn ervaring als rijksambtenaar is dat alles rondom IT moeilijk is. Hoe zou ik zelf mijn informatie kunnen opslaan in Markdown of HTML? Mijn gevoel van ongemak is voor Aslander geen verrassing. De technische drempel is misschien laag, maar het is wel een grote verandering. Het gaat over de manier waarop een hele beroepsgroep al dertig jaar haar werk vastlegt in documenten. Wie wil horen dat zijn inspanningen het resultaat zijn van een systeem dat anders had gekund? In de psychologie heet dat de sunk cost fallacy, doormodderen op het verkeerde pad omdat je er al tijd en geld in hebt gestoken.
Bewustwording
Maar stel je voor dat onze uitvoeringsorganisatie alle WOO-verzoeken eenvoudig kan afhandelen en dat alle informatie snel doorzoekbaar is. We willen datagedreven werken, maar onze data zit verspreid over zeven uitvoeringsplatformen, talloze applicaties en databases, en klanten leveren vereiste documentatie vaak aan in PDF’s. Diverse (langlopende) initiatieven moeten helpen: datadomeinen in kaart te brengen, datamodellen uitwerken, definitie-afspraken maken. Is het gebruik van een simpel, ander bestandsformaat de oplossing? Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn.
Het begint allemaal bij bewustwording. Ik zou Informatieautonomie verplichte kost willen maken voor alle informatiewerkers bij de rijksoverheid. Om zo het belang van informatieautonomie breder onder de aandacht te brengen, deze kennis en inzichten te delen en hiermee samen aan de slag te gaan.
Over Annemarie Smits
Annemarie Smits werkt als projectleider duurzaamheid bij een uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid. Daarvoor was ze IT projectmanager en consultant bij onder andere een grote bank en een internationaal adviesbureau. Daarnaast helpt ze auteurs met het schrijven van hun roman, non-fictie boek of managementboek.