De afgelopen jaren gaat het in de wereld van digitalisering en informatievoorziening veel over datasoevereiniteit: waar data staat, wie er eigenaar van is, welke cloud wordt gebruikt en onder welke wetgeving die data valt. Dat zijn belangrijke vraagstukken, maar Martijn Aslander laat in Informatieautonomie zien dat daarmee nog niet het grootste probleem is opgelost.
Het boek maakt een helder onderscheid tussen datasoevereiniteit en informatieautonomie. Datasoevereiniteit gaat over de controle over data: waar deze is opgeslagen, wie toegang heeft en onder welke juridische voorwaarden. Informatieautonomie gaat een stap verder. Het draait om de vraag of je als individu of organisatie daadwerkelijk in staat bent om je eigen informatie terug te vinden, te begrijpen, te combineren en opnieuw te gebruiken. Met andere woorden: data bezitten is iets anders dan informatie kunnen benutten.
Van digitaliseren naar informatiseren
Dat onderscheid vind ik bijzonder sterk. In veel organisaties wordt volop gedigitaliseerd, maar niet geïnformatiseerd. Documenten worden simpelweg van papier naar pdf omgezet of opgeslagen in steeds meer systemen. Het gevolg kennen we allemaal: informatie terugvinden wordt een dagelijkse frustratie. We besteden steeds meer tijd aan het zoeken naar informatie die we ooit zelf hebben gemaakt. En dan hebben we het nog niet eens over de overheid, met dossiers als de Toeslagenaffaire, de hersteloperatie voor de aardbevingen in Groningen en andere ICT-projecten of parlementaire onderzoeken.
Volgens Aslander zit de oplossing niet in nóg een applicatie of nóg een zoekmachine, maar in de manier waarop we informatie vastleggen. Het gekozen formaat bepaalt of informatie later nog bruikbaar, vindbaar en combineerbaar is. Door informatie op een andere manier op te slaan, ontstaat veel meer grip op kennis en wordt hergebruik vanzelfsprekend. Dat vraagt om een fundamenteel andere manier van werken dan we nu gewend zijn.
De praktijk bewijst de theorie
Interessant is ook de pilot Informatieautonomie die in het boek wordt beschreven. Daarin wordt de theorie niet alleen uitgelegd, maar ook in de praktijk gebracht. Dat maakt zichtbaar dat informatieautonomie geen abstract ideaal is, maar een werkbare aanpak waarmee organisaties daadwerkelijk anders kunnen omgaan met kennis en informatie.
De uitkomsten van de pilot zijn steeds weer dezelfde. Zodra informatie leesbaar is voor computers, zonder dat daarvoor speciale software nodig is, worden dingen die voorheen moeilijk, tijdrovend of duur waren ineens eenvoudig en razendsnel. Die praktijkcomponent maakt de boodschap geloofwaardig.
Een duidelijke oproep aan bestuurders
Wat ik vooral waardeer, is dat het boek een probleem benoemt dat vrijwel iedere kenniswerker dagelijks ervaart, maar waar nog verrassend weinig aandacht voor is. We investeren miljoenen in software, AI en digitale transformatie, terwijl de kwaliteit en structuur van de onderliggende informatie vaak achterblijven. Daarmee is dit boek wat mij betreft een schot in de roos. Het biedt niet alleen een analyse van het probleem, maar zet ook een duidelijke denkrichting neer voor een structurele oplossing.
Eigenlijk hoeven bestuurders of aanbestedende organisaties tijdens een aanbesteding maar één vraag te stellen: ‘Kan een computer dit lezen zonder de software van de leverancier?’ Anders betaal je als organisatie twee keer: eerst om de informatie erin te zetten en daarna om haar er weer uit te halen.
Een kleine kanttekening
Wel had het boek op sommige punten iets compacter gemogen. De centrale boodschap wordt regelmatig vanuit verschillende invalshoeken herhaald. Hoewel dat de kern versterkt, haalt het af en toe het tempo uit het verhaal.
Informatieautonomie is een aanrader voor iedereen die zich bezighoudt met digitalisering, informatiebeheer, kennismanagement of AI. Uiteindelijk geldt: hoe slimmer onze technologie wordt, hoe belangrijker het wordt dat onze informatie op orde is. Het boek maakt de ondertitel wat mij betreft dan ook volledig waar: de ontbrekende voorwaarde voor datasoevereiniteit in een tijdperk van vendor lock-in en AI.