Recensie

Informatieautonomie - Maakt zichtbaar wat we al jaren verkeerd doen

In Informatieautonomie maakt Martijn Aslander zichtbaar wat we volgens recensent Hendrike Willemse Vreugdenhil al jaren verkeerd doen met onze digitale informatie. We slaan steeds meer op, maar kunnen er steeds minder onafhankelijk bij. Een scherp, toegankelijk en urgent boek dat je anders laat kijken naar digitalisering, AI en digitale soevereiniteit.

Hendrika Willemse-Vreugdenhil | 16 september 2026 | 4-6 minuten leestijd

Sommige boeken geven je nieuwe kennis. Andere boeken zorgen ervoor dat je na het lezen niet meer op dezelfde manier naar de wereld kunt kijken. Informatieautonomie van Martijn Aslander hoort voor mij absoluut bij die tweede categorie.

Mijn gevoel na dit boek? Once you see it, you cannot unsee it.

Aslander maakt een probleem zichtbaar dat overal om ons heen zit, maar waar we nauwelijks over praten. We digitaliseren ons suf, slaan gigantische hoeveelheden informatie op en praten ondertussen volop over digitale soevereiniteit. Maar zijn we eigenlijk nog wel de baas over onze eigen informatie? Het antwoord is behoorlijk confronterend.

Wat ik ontzettend sterk vind, is dat dit boek géén klaagzang is. Aslander is kritisch, scherp en soms behoorlijk uitgesproken, maar laat tegelijkertijd zien dat de oplossing verrassend dichtbij ligt. En juist dát vond ik mindblowing. Het probleem lijkt gigantisch, terwijl een fundamenteel andere manier van kijken naar informatie al enorm veel kan veranderen.

Van digitaliseren naar informatieautonomie

De eerste hoofdstukken leggen genadeloos bloot waar het mis is gegaan. In Een kostbaar misverstand en We zijn niet aan het automatiseren, maar aan het digitaliseren laat Aslander zien dat we informatie wel digitaal hebben gemaakt, maar daarmee nog lang niet automatisch slimmer toegankelijk hebben gemaakt.

Bestandsformaten spelen daarin een veel grotere rol dan je waarschijnlijk denkt. We stoppen informatie in documenten en systemen die voor mensen misschien leesbaar lijken, maar voor computers veel minder bruikbaar zijn. Vervolgens blijven we nieuwe technologie bouwen boven op datzelfde fundament.

Aslander maakt het concreet met voorbeelden die blijven hangen. Van een Woo-verzoek over ratten tot dossiers die ergens diep onder de motorkap van Word verstopt zitten. Het klinkt soms bijna absurd. Totdat je beseft: dit gebeurt dus overal.

De olifant in zeven verschillende vergaderzalen

Dit vond ik een van de sterkste delen van het boek. Organisaties beschikken over enorme hoeveelheden informatie, maar die informatie zit verspreid over documenten, systemen, afdelingen en leveranciers.

Aslander beschrijft onder andere het Stockholmsyndroom, de afhankelijkheid van softwareleveranciers en de enorme hoeveelheid tijd die professionals kwijt zijn aan zoeken. We hebben volgens hem vaak goede opslag georganiseerd, maar ontzettend dure ontsluiting.

In de hoofdstukken Informatieautonomie versus datasoevereiniteit en Wat een computer wel en niet kan lezen maakt Aslander duidelijk waarom eigenaarschap over data alleen niet genoeg is. Je kunt formeel eigenaar zijn van informatie, maar als je die informatie niet onafhankelijk kunt lezen, gebruiken, doorzoeken en verplaatsen, hoeveel autonomie heb je dan werkelijk? Zeker in het huidige AI-tijdperk is dat een ontzettend relevante vraag.

Informatieautonomie werkt in de praktijk

Vanaf hoofdstuk zes verschuift het boek steeds meer van probleem naar mogelijkheid. Aslander onderzoekt waarom een oplossing die eigenlijk zo logisch lijkt zo lang buiten beeld is gebleven. Waarom wordt zij niet gehoord? Waar komt weerstand vandaan? En vooral: hoe verschuiven we gezamenlijk dat paradigma?

Ook Organisaties die er al hun voordeel mee doen vond ik belangrijk. Want een nieuwe visie is leuk, maar uiteindelijk wil je weten: werkt dit ook echt?

Van inkomensvoorzieningen in de vier grote steden tot de Pilot Informatieautonomie en een bibliotheek die alles overleefde: Aslander laat zien dat het geen futuristisch ideaalbeeld is. Het gereedschap is er. De mogelijkheden zijn er.

Wie zijn informatie kan lezen, kan AI laten denken, schrijft Aslander. Wat mij betreft een van de belangrijkste zinnen uithet boek. In een wereld waarin organisaties massaal met AI aan de slag willen, maar hun eigen informatiehuishouding vaak nog niet op orde hebben, is dat nogal een boodschap.

Informatieautonomie, governance en vendor lock-in

In hoofdstuk negen komt ook de governance nadrukkelijk aan bod. Wie is eigenlijk verantwoordelijk? Wat is de rol van metadata? Hoe voorkomen we vendor lock-in? En waarom betalen we uiteindelijk keer op keer de rekening voor iets waarvan niemand echt eigenaar lijkt te zijn?

Aslander trekt het onderwerp daarmee terecht uit de technische hoek. Informatieautonomie is geen IT-feestje. Het raakt bestuur, aanbestedingen, beleid, technologie én de dagelijkse praktijk van vrijwel iedere kenniswerker.

En uiteindelijk komt alles samen in Het formaat is de boodschap: de manier waarop we informatie vastleggen, bepaalt uiteindelijk wat we ermee kunnen.

Wat vond ik van Informatieautonomie?

Informatieautonomie steekt supergoed in elkaar. De structuur klopt, de argumentatie is stevig onderbouwd en de vele praktijkvoorbeelden maken een onderwerp dat behoorlijk technisch had kunnen worden verrassend tastbaar.

Het boek leest daarnaast supergoed weg. Geen onnodige 400 pagina’s om een punt te maken dat ook in 150 kan. Aslander is scherp, kritisch en duidelijk, zonder dat het een klaagzang wordt. Maar het allersterkste vind ik wat het boek met je blik doet.

Je gaat anders kijken naar documenten. Naar systemen. Naar digitalisering. Naar vendor lock-in. Naar AI. Naar digitale soevereiniteit. Ineens zie je hoeveel afhankelijkheden we als normaal zijn gaan beschouwen. En dan kun je ze dus niet meer níét zien.

Waarom Informatieautonomie juist nu urgent is

Informatieautonomie is wat mij betreft verplichte kost voor CIO’s, IT-leiders, bestuurders, beleidsmakers, informatiemanagers en eigenlijk iedereen die zich bezighoudt met digitalisering, AI of digitale soevereiniteit.

Want we praten momenteel volop over de vraag van wie onze technologie en data zijn. Aslander stelt daar een minstens zo belangrijke vraag vóór: kunnen we eigenlijk nog zelfstandig bij onze eigen informatie?

Dit boek maakt een onzichtbaar probleem zichtbaar. Het maakt iets ingewikkelds begrijpelijk. En misschien nog belangrijker: het laat zien dat de oplossing veel dichterbij is dan we denken.

Over Hendrika Willemse-Vreugdenhil
Hendrika Willemse-Vreugdenhil is spreker, performance strategist en voormalig topsporter. Ze werkte ruim 20 jaar in de techsector. Ze heeft haar eigen IT-bedrijf opgebouwd en met succes verkocht en bekleedde daarna directie- en managementfuncties bij verschillende techbedrijven. 

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

    Personen

      Trefwoorden

        Artikelen