Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

De zaak Organon - 'Een welkome bijdrage aan de discussie'

In Oss en wijde omstreken is de teloorgang van het farmaceutische bedrijf Organon voor velen nog steeds een open wond. Hoe kon dit succesvolle bedrijf, opgericht in 1923, na bijna een eeuw te gronde gaan?

Wardy Poelstra | 22 mei 2018 | 3-5 minuten leestijd

Wie waren verantwoordelijk voor de ondergang? En hoe zou in de toekomst een casus als deze voorkomen kunnen worden? De Rotterdamse sociologen Jack Burgers en Johan Heilbron zochten het, samen met een aantal van hun studenten, uit in hun boek De zaak Organon.

De ondertitel van het boek van Burgers en Heilbron, ‘Geneesmiddelen in de greep van bedrijvenpoker’, duidt al aan waar volgens de auteurs de schoen wringt. Organon, in 1969 opgegaan in het fusiebedrijf Akzo (later AkzoNobel), werd in 2007 door toenmalig CEO Hans Wijers verkocht aan branchegenoot Schering-Plough, die op zijn beurt in 2009 werd ingelijfd door farmareus Merck. Deze kondigde een jaar later een wereldwijde reorganisatie aan, waarbij in Oss de R&D-afdeling gesloten zou worden en 2175 mensen zouden worden ontslagen. De gevolgen van dit staaltje ‘bedrijvenpoker’ met hoge inzet pakten uiteindelijk gelukkig iets minder dramatisch uit, in elk geval qua werkgelegenheid, maar feit is dat het bedrijf Organon niet meer bestaat en dat het spel, zeker vanuit ons land bezien, vrijwel alleen verliezers kende.

Onder meer aan de hand van interviews met een aantal hoofdrolspelers in dit drama beschrijven de auteurs minutieus de Werdegang van het ‘mirakel van Oss’ en de nasleep daarvan. Ze verklaren de gebeurtenissen uiteindelijk met een beroep op twee dominante trends in het bedrijfsleven, waar ook de politiek onvoldoende weerwoord op had. De eerste is de volgens hen doorgeschoten invloed van de ‘economie van de financiële wereld op de economie van de reële productie’. Ze doelen dan op het kortetermijndenken en de focus op aandeelhouderswaarde die kenmerkend zijn voor een ‘Angelsaksische’ visie op zakendoen, in contrast met het ‘Rijnlandse’ model, dat meer op continuïteit, langetermijndoelen en de belangen van alle stakeholders (dus niet alleen die van aandeelhouders) gericht is.

Een tweede trend betreft een bepaalde normatieve managementopvatting, die ervan uitgaat dat bedrijven zich vooral moeten richten op hun kernactiviteiten en -producten (bij AkzoNobel: verf) en alles wat daar niet in past, af moeten stoten. De auteurs citeren met instemming oud-AkzoNobel-topman Kees van Lede, die stelt dat het risico van zo’n opvatting is dat ‘you focus yourself into insignificance’. Anders gezegd: er is, in weerwil van deze populaire managementopvatting, geen principiële reden waarom het voor een bedrijf verkeerd zou zijn om een brede portfolio te voeren, zolang alle verschillende divisies maar zelf hun eigen broek op kunnen houden.

De auteurs steken niet onder stoelen of banken dat ze weinig op hebben met de manier waarop sinds 2007 verschillende Amerikaanse eigenaren met Organon om zijn gesprongen, en het bedrijf uiteindelijk hebben ontmanteld. Ondanks hier en daar wat nuanceringen doemt in hun boek het bekende beeld op van gehaaide jongens die voor het snelle geld gaan en daarvoor de langetermijnbelangen van een eerbiedwaardig bedrijf en uiteindelijk ook van de samenleving terzijde schuiven. Niet alleen deze opportunistische, door aandeelhouderswaarde gedreven aanpak krijgt onder uit de zak, ook de economie als wetenschap, die uitsluitend uit zou gaan van abstracte modellen en geen voeling (meer) heeft met de echte wereld, moet het in dit boek ontgelden. (Hier wreekt zich misschien dat het is geschreven door twee beoefenaars van een concurrerende, tegenwoordig wat minder prominente sociale wetenschap: de sociologie.) Daar schieten de auteurs naar mijn smaak af en toe in door; zowel van ‘aandeelhoudersdenken’ als van de economische wetenschap schetsen ze soms een karikaturaal beeld, waarop het vervolgens gemakkelijk prijsschieten is.

Dat doet niets af aan het feit dat Burgers en Heilbron terecht ook harde noten kraken en bijvoorbeeld laten zien dat de (rijks)overheid indertijd, om ideologische redenen, te weinig heeft gedaan om Organon, en met name de onderzoeks- en ontwikkelingspoot daarvan, te behouden voor ons land. De ‘uitwassen van het marktfundamentalisme’ moeten wat de auteurs betreft krachtiger bestreden worden, en op dat punt worden ze op hun wenken bediend: bij recente pogingen vanuit het buitenland om Unilever en (jawel) AkzoNobel over te nemen, was vrijwel de hele landelijke politiek er als de kippen bij om voor dit soort gevallen meer regulering te bepleiten. De vraag is natuurlijk waar de grens ligt tussen gezonde bescherming van assets van nationaal belang, en fout protectionisme à la Trump. De zaak Organon is in elk geval een welkome bijdrage aan de discussie over dit onderwerp, waarvan het belang in onze geglobaliseerde economie nauwelijks overschat kan worden.

Wardy Poelstra adviseert en begeleidt personen, bedrijven en instellingen bij het realiseren van (boek)uitgaven: www.wardypoelstra.com

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Jack Burgers, Johan Heilbron
De zaak Organon

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden