Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Stop. - Stopstrategie voor organisaties - 'Vult een leemte. En hoe!'
6 november 2020 | Martin van Staveren

Soms kom je een boek tegen over een onderwerp waarvan je denkt ‘had ik dat zelf maar bedacht'. Zo'n boek is Stop. Met een punt. Het gaat over een sterk verwaarloosd mechanisme in veel organisaties, namelijk stoppen met dat wat niet meer werkt.

Doorgaan en volhouden is in veel organisaties het ingesleten credo. In tijden van overvolle agenda's is durven stoppen én dat daadwerkelijk doen een onderschatte manier van veranderen voor succesvolle organisaties.

Marije van den Berg noemt zichzelf stopstrateeg. Als onderzoeker en adviseur ziet ze in talloze organisaties ‘veel overbodige ellende'. Dergelijke ellende, zoals gewoonte-vergaderingen, manisch monitoren en eindeloze reorganisaties vraagt om een helder en dapper besluit: ermee stoppen. Hoe vanzelfsprekend dit ook klinkt, over het verantwoord en tegelijkertijd definitief stoppen met dergelijke activiteiten in organisaties bestond nog geen managementboek. Stop. Stopstrategie voor organisaties vult deze leemte. En hoe!

Het boek bestaat uit twee delen: een deel over beginnen met stoppen en een deel over de daarvoor benodigde stopstrategie. Beginnen met stoppen start met het leren waarnemen van stoptekens. Belangrijk hierbij is het serieus nemen van de mensen die deze stoptekens geven, het menstype dat niet automatisch meegaat met de comfortabele consensus in het team. Zoals ‘de Dappere', die vanuit een onderbouwde overtuiging tegen de stroom in gaat. Of ‘het Kind', dat ontmaskert, zoals in het sprookje De nieuwe kleren van de keizer. Vervolgens geeft de auteur vier herkenbare vormen van niet of slecht stoppen, waaronder het dode paard en de botte bijl.

Nu zijn we klaargestoomd voor het ontwikkelen en uitvoeren van de stopstrategie. Die bestaat uit de vijf opeenvolgende stappen: afremmen, achteromkijken, afscheid nemen, afleren en afronden. Deze vijf stappen zijn in detail uitgewerkt in het tweede deel van het boek, met lekker veel praktijkvoorbeelden. Hierbij benut Marije van den Berg onder andere kennis uit de antropologie en veranderkunde, waarbij dé Nederlandse experts op dit gebied aan het woord komen. Denk aan een Danielle Braun, Jitske kramer en Hans Vermaak.

Al snel wordt duidelijk waarom stoppen in de praktijk zo lastig is. Dit begint met het erkennen van de realiteit, prachtig verwoord met een quote van science fiction-auteur Philip K. Dick: ‘Reality is that which, when you stop believing in it, doesn't go away'. Stoppen vraagt daarbij om de mentale ruimte om het nog niet te weten. Om het leren omgaan met de bijbehorende onzekerheden. Om zo activiteit A achter je te kunnen laten, zonder precies te weten hoe dat uitpakt richting activiteit B. Om de zogenoemde liminale fase binnen te gaan, zonder de vertrouwde helderheid van bestaande routines. Dit vraagt om vertrouwen in jezelf en in de mensen om je heen, prachtig geïllustreerd door het voorbeeld van de sleutel voor de kolfruimte. Lees dit zelf maar.

Naarmate ik verder las werd me steeds duidelijker dat stoppen een vorm van omgekeerd starten is, maar dan lastiger. Het gaat namelijk in essentie om het afleren van gedrag door gewoontes en overtuigingen. Iets wat nog meer van ons vraagt dan het aanleren van iets nieuws. Waarom is stoppen desondanks van levensbelang voor organisaties? Omdat we zo vaak de neiging hebben enthousiast met (weer) iets nieuws te starten, zonder daarbij tegelijkertijd met iets anders te stoppen. Terwijl een etmaal echt 24 uur blijft bevatten... We gaan dan prioriteren, zonder bewust afscheid te nemen van wat geen prioriteit meer heeft, van wat overbodig is geworden. Dit blijft dan afleiden, fysieke of mentale ruimte innemen, onze waardevolle energie gebruiken.

Na het lezen van dit geweldige boek kreeg ik enorme zin om ook zelf met een aantal zaken te gaan stoppen. Ofwel, gepast afscheid nemen van wat dode paarden en pony's die de afgelopen jaren mijn eigen business zijn binnengewandeld, inclusief de bijbehorende opvattingen, dossiers en digitale bestanden. Om zo meer tijd en ruimte te creëren voor wat er de komende tijd echt toe doet, waar ik echt aan wil bijdragen, zowel zakelijk als privé. De stopstrategie gaat me hierbij helpen. Temeer omdat die naadloos aansluit bij een van de tijdloze principes voor effectief leiderschap van Stephen Covey: Begin met het einde voor ogen. Ofwel, begin voor de verandering eens met stoppen.   

Martin van Staveren adviseert, doceert en schrijft over realistisch(er) omgaan met onzekerheden, risico’s én kansen. Hij schreef verschillende boeken, en Iedereen risicoleider: Waarde realiseren én behouden in een onzekere wereld is zijn nieuwste boek.

Stop. - Stopstrategie voor organisaties - 'Vol confronterende voorbeelden'
2 november 2020 | Nico Jong

We houden niet van stoppen. Dat hebben we tijdens de coronacrisis allemaal herhaaldelijk aan den lijve kunnen ervaren. Maar ook voor die tijd wisten we niet van stoppen.

Zeker in grote organisaties zijn er veel dingen waarvan we weten dat we er beter mee kunnen ophouden, maar we doen het niet. Doorgaan vinden we makkelijker dan stoppen. En dat kost heel veel geld, energie en lol. Blijkbaar weten we niet goed hoe we moeten stoppen. Marije van den Berg onderzocht dit fenomeen en schreef er een boek over.

Signalen dat we zouden moeten stoppen zijn er genoeg, maar we reageren er niet op, of pas veel te laat. Er zijn maar weinig mensen die hardop zeggen dat ze ergens mee gaan stoppen, omdat we comfort, veiligheid en stabiliteit belangrijker vinden. Er zijn veel stoptekens, maar we moeten ze beter leren onderkennen. Enkele voorbeelden zijn sabotagegedrag, stilte als er geen inhoudelijke reactie komt, als workarounds meer tijd kosten dan het werk zelf, werk blijven stapelen omdat je geen nee kunt verkopen.

We stoppen niet omdat er vaak al zoveel in geïnvesteerd is dat we maar doorgaan. Veel organisaties hebben eerst een crisis nodig voordat ze proberen te stoppen. Voor die tijd is het niet erg genoeg, dus stoppen we niet. Veel projecten zijn groot, met veel spelers en diep verweven in de organisatie. De stopper moet dan veel aanvoelen en onderzoeken tot de tijd rijp is om te stoppen.

Van den Berg biedt hulp om te stoppen. Stoppen is een organisatieactiviteit waar je een plan voor kunt maken, de stopstrategie. Die bestaat uit vijf stappen. Als iets niet meer werkt hebben we de neiging harder te gaan werken. Je moet echter afremmen om te kunnen reflecteren op wat er aan de hand is en welke stoptekens er zijn. Achteromkijken is nodig om te kunnen zien wat we wel en wat we niet achterlaten. Dat is nodig om goed te stoppen. Daarvoor is het nodig om met elkaar afscheid te nemen van wat er was. Dan pas kun je wat er komt, verwelkomen. Stoppen betekent ook afleren om niet terug te vallen in oud gedrag. Als laatste stap moeten we afronden, stoppen met stoppen, zodat het nieuwe gewoon kan worden. Iedere stap heeft een eigen hoofdstuk met inzichten, voorbeelden en werkvormen die stoppen mogelijk maken.

Stop. is een heerlijk boek vol met confronterende voorbeelden die iedereen herkent. Deze voorbeelden dragen het pleidooi om vooral te stoppen met slepende of slopende zaken. Het boek is vlot geschreven met een forse dosis onderkoelde humor.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

STOP - 'Zo'n boek waarvan je denkt, waarom is dat er nu pas?'
19 oktober 2020 | Sjors van Leeuwen

We klagen maar al te vaak over bureaucratische regeltjes, oeverloze vergaderingen en projecten die maar doormodderen. Dingen die niets opleveren en wel veel energie en geld kosten. We moeten leren stoppen en het ‘dode paard feestelijk begraven'. Hoe? Dat lees je in het boek STOP.

STOP is zo'n boek waarvan je na het lezen denkt, waarom is dat er nu pas? Ik moest al snel denken aan allerlei situaties bij bedrijven waarbij ik dacht, was daar de stekker maar veel eerder uitgetrokken. Over het starten en uitvoeren van beleid, veranderingen, procedures en projecten zijn boekenkasten vol geschreven. Over het succesvol stoppen daarvan niet.

Vreemd, vond Marije van den Berg. Als onderzoeker en adviseur zag ze in talloze organisaties overbodige ellende waar maar geen einde aan kwam. Sleuren aan dode paarden, tegen beter weten in. Nu is ze ‘stopstrateeg' en helpt ze organisaties om te leren stoppen met alles wat zonde van de energie, tijd en geld is. Want zegt ze, zou het niet heerlijk zijn als we in onze organisaties goed zijn in stoppen? Dat het ook eens minder wordt, en niet altijd meer. Helemaal mee eens. Of zoals Jaap van ‘t Hek in het boek zegt: ‘Iedere gek kan nieuwe dingen bedenken, dat is niet strategisch! Weten waar je mee gaat stoppen, dat is pas moeilijk.'

Maar, zo schrijft de auteur, we willen wel vaak stoppen, maar weten niet hoe. Als een van de vele voorbeelden noemt ze de ‘schrapweken' in de zorg tegen de bureaucratie. Ondanks dat de overheid al twee keer heeft bepaald dat tijdschrijven in de zorg niet hoeft, blijven veel organisaties en teams er stug mee doorgaan. Er zijn allerlei redenen waarom stoppen lastig is. Bijvoorbeeld omdat niemand de stopvraag op tafel durft te gooien. Dat is volgens de auteur namelijk zoiets als midden in een film opstaan, de lichten aandoen en roepen: ‘Vinden jullie het ook zo'n óngelooflijke prútfilm?'

Kortom, tijd voor een stopstrategie. In STOP beschrijft de auteur haar stopstrategie in 5 heldere stappen: (1) Afremmen, (2) Achterom kijken, (3) Afscheid, (4) Afleren en (5) Afronden. Stapsgewijs komen in een lekker tempo onderwerpen aan bod als: het herkennen van stoptekens (waar je aan merkt dat het tijd is om te stoppen), allerlei redenen waarom we niet of slecht stoppen, twaalf mechanismen waarom het zo moeilijk is om goed te stoppen, het schrappen van regels en projecten met behulp van het R.I.P.-model, aandacht hebben voor wat achterblijft en leren van het verleden, de kracht van stoprituelen, het verschil tussen afschaffen en afleren (want anders stoppen we wel, maar gaan we toch gewoon door) en waarom je ‘dode paarden feestelijk moet begraven'.

Door de tekst heen staan verschillende praktijkvoorbeelden van goed én slecht stoppen. Ook geeft de auteur enkele creatieve werkvormen mee voor het identificeren van zaken op het gebied van relatie, inhoud en proces die het verdienen om gestopt te worden. Stoppen is het nieuwe beginnen. Dus krijgen we naast startnotities nu ook stopnotities. Waarbij het slim is om regelmatig deze toverspreuk de groep in te gooien: ‘Wat gaat er straks verbeteren als we door blijven gaan met dit project?' of als variant hierop ‘Wie wordt hier nog blij van?'.

In een wereld die voortdurend verandert moet je wendbaar zijn. Dat betekent dat je niet alleen snel en goed nieuwe kansen moet kunnen benutten, maar ook dat je als organisatie, afdeling of team snel en goed moet kunnen stoppen met dingen niet meer relevant zijn. Snel en goed stoppen als kritieke succesfactor. Het onderwerp ‘stoppen' zou een standaard agendapunt moet zijn en verplichte kost in opleidingen voor leidinggevenden, projectmanagers en stafadviseurs.

STOP is zo'n boek dat je aan het denken zet en stimuleert om er mee aan de slag te gaan. Compact, vlot geschreven en herkenbaar. STOP is een aanrader als je concrete handvatten zoekt om te kunnen stoppen met al die bureaucratische rompslomp, nutteloze vergaderingen en doorsudderende projecten. Het is zoals de in het boek geciteerde managementgoeroe Michael Porter jaren terug al zei: ‘The essence of strategy is choosing what not to do.' Veel stopsucces!

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver's seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people, Hoe agile is jouw strategie?, Wendbare strategie op een A4, Online marketing in de zorg en Sterk merk in de zorg . Sjors van Leeuwen is verder initiatiefnemer van Zorgmarketingplatform, hét kennisplatform voor marketing in de zorg.

Stop. - Stopstrategie voor organisaties - 'Een essentiele bijdrage'
13 oktober 2020 | Paul Misdorp

Marije van den Berg heeft met Stop. - Stopstrategie voor organisaties een waardevol en goed leesbaar boek geschreven over hoe moeilijk, maar ook hoe noodzakelijk het is te stoppen met waar mensen in organisaties mee bezig zijn.

Marije van den Berg doet met haar boek Stop. - Stopstrategie voor organisaties een essentiële bijdrage aan de veranderings- en leertheorieën van Chris Argyris, Ed Schein, Peter Senge, Otto Scharmer en te onzent bijvoorbeeld Hans Vermaak. Want om te kunnen veranderen, iets toevoegen, moet er volgens haar ook altijd iets af. Stoppen dus met wat vanzelfsprekend leek en waarmee we vergroeid waren. Stoppen, omdat doorgaan schadelijk is voor mens en organisatie.

De kracht van het boek zit ‘m niet alleen in de uitgebreide aandacht die zij besteedt aan het hele fasegewijze (sociaal)psychologische proces van stoppen, maar ook - en nauwelijks minder - in haar taalgebruik, de metaforen die zij gebruikt en de constante verwijzing naar wat stoppen in ons dagelijkse leven inhoudt. Als dat goed tot de lezer van het boek doordringt worden stoppen en veranderen in organisaties niet iets metafysisch, van een hogere orde, van managementgoeroes, maar iets dat bij het leven hoort. Het boek laat ons zien dat bewust en in samenhang stoppen in organisaties zelden gebeurt. Hoe komt dat? En hoe bouw je een ‘stopstrategie' op die effect sorteert en door de belanghebbenden ook als zodanig beleefd worden?

Stoppen is om een reeks van redenen moeilijk. Bijvoorbeeld omdat we weten wat we hebben en niet weten wat we krijgen Omdat op de achtergrond altijd iets speelt van falen dat we niet willen toegeven (schaamte, verliesaversie). Omdat ‘doen' hoger gewaardeerd wordt dan ‘niet doen' (action bias). Maar ook omdat we in staat zijn de werkelijkheid anders voor te stellen dan deze feitelijk is. En natuurlijk speelt heel vaak mee dat het zo weldadig en vertrouwd aanvoelt op de ooit ingeslagen weg door te gaan. Daar komt bij dat hoe langer je met iets bezig bent, hoe meer je je betrokken voelt en hoe moeilijker stoppen is (escalatie van commitment; sunk cost fallacy). Dat verklaart waarom we meesters zijn in het negeren van stoptekens en waarom we kritische stoppers liever afserveren dan naar hen te luisteren. Heel vaak is stoppen slechts half stoppen. Dat heeft te maken met slecht leiderschap. Er worden dingen beloofd, soms visies ontvouwd, maar er worden geen keuzes gemaakt, omdat dan bijvoorbeeld pijnlijke effecten op de korte termijn zichtbaar worden. Wat ook met slecht leiderschap te maken heeft is de ambities hoog opschroeven, maar de omstandigheden niet creëren om de doelen te kunnen realiseren. Die discrepantie laten voortbestaan leidt tot halfslachtig redderen.

De STOP-strategie van Marije van den Berg bestaat uit vijf stappen: van afremmen - via achterom kijken en afscheid nemen - naar afleren en afronden. Stoppen begint bij het minderen van vaart. Juist dan kun je je de vraag stellen wat je nodig hebt en wat niet meer, je ziet en herkent de stoptekens. Het vraagt van ons alerte aanwezigheid en een vol bewustzijn, maar ook het besef dat je het oude achterlaat, zonder het nieuwe nog te kennen (waardering van groundlessness). Achterom kijken is nodig om precies te weten waarmee je stopt, wat de effecten ervan zijn en waarmee het samenhangt (mechanismen). Je wilt weten op welke vraag je een antwoord wilt hebben om uiteindelijk te kunnen stoppen. Dat kan te maken hebben met Relatie, Inhoud of Proces (RIP), dan wel een combinatie hiervan.

Daarna komt de fase van afscheid nemen in beeld. Hierbij is de kracht van rituelen essentieel, die de liminaliteit - het overgangsgebied tussen oud en nieuw - markeren. Het oude moet netjes worden afgehecht. Misschien wel het moeilijkste komt daarna: het afleren van oud gedrag. Hier stuit je op ingesleten overtuigingen, die je dieper gaat beschouwen (double loop leren) en je denken raakt en die daardoor als pijnlijk ervaren kan worden.

Afleren betekent, volgens Van den Berg, dat je het paradigma, het sterke verhaal afleert en uiteindelijk beseft dat je intentionele gedrag (espoused theory) haaks heeft gestaan op je feitelijk getoond gedrag (theory-in-use). In de laatste fase van afronding gaat het om de re-integratie van het nieuwe. We moeten ons weer senang voelen bij de nieuwe realiteit en tegelijkertijd beseffen dat ook deze realiteit eindig is. Dat besef van eindigheid zou je eigenlijk al bij de start van het nieuwe project, programma, beleid willen vastleggen. Onder welke omstandigheden zijn we bereid te stoppen? Regelmatig checken hoort daar bij.

Het boek van Marije van den Berg is qua taal en thematiek heel toegankelijk en daarom een absolute aanrader voor mensen en organisaties die zich al wel of juist nog niet bewust zijn van een potentiële veranderopgave. En wie is dat nu niet? Kortom: een specifieke doelgroep om dit boek te lezen is er niet. Het betreft ons allemaal. Zeker in een tijd van crisis waarin we nu leven en oude recepten niet meer werken. Niet op het strategische niveau en daardoor ook niet op het tactische en operationele niveau.

Hoewel Marije van den Berg het niet met zo veel woorden zegt, houdt zij ons wel de spiegel van verandering voor: durven we te stoppen, zijn we bereid ‘dode paarden feestelijk te begraven'? En durven we op een andere manier te sturen? Minder alomvattend en top down en meer vanuit kernwaarden en resultaatkaders?

Met Stop. - Stopstrategie voor organisaties levert Marije van den Berg een essentiële bijdrage aan de veranderings- en leertheorie, en praktijk.

Paul Misdorp is Directeur van VinNDT (Veranderen in Nieuw Denken Toepassen) en kennispartner van Zeelenberg, adviseurs voor Mens en Organisatie en van de Van Gemertgroep.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden