Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
5 december 2018 | Jan Boerstra

In tijden van crisis gaan organisatieadviseurs en veranderaars nog wel eens te rade bij filosofen en geschiedkundigen. Dat kan inspirerende en soms verrassende inzichten en uitkomsten opleveren.

De Jong en Kessels halen hun inspiratie uit de periode van de Verlichting en houden een gloedvol pleidooi voor de geestelijke bevrijding van de autonome en creatieve professional. Daarmee doen ze een filosofisch appèl tot persoonlijk leiderschap in de transformatie naar duurzame organisaties.

Vooraanstaande denkers uit het verleden doen het nogal eens goed bij moderne managementauteurs. Plato, Sun Tzu, Machiavelli en Einstein, om maar een paar hoogbegaafden te noemen, verschijnen regelmatig op het toneel als het roer drastisch om moet en het tijd is voor radicale oplossingen.

Tjip de Jong en Joseph Kessels gaan een spade dieper en zoeken hun heil bij een hele generatie van denkers en filosofen uit de periode van de Verlichting. Dan hebben we het over illustere mannen en vrouwen als Voltaire, Anna Louise De Stael, Emanuel Kant en Belle van Zuylen. In de 17e en 18e eeuw predikten ze het bevrijdende evangelie van de Verlichting, waardoor de westerse mens zich kon ontworstelen aan de knellende banden van religie, moraal, hiërarchie en feodalisme. Het zorgde voor grote maatschappelijke omwentelingen als de Amerikaanse en Franse revoluties en de daaruit voortvloeiende emancipatie van de moderne mens.

De auteurs zetten in hun manifest meteen hoog in: het is tijd dat we ons weer opnieuw laten inspireren door het filosofisch gedachtengoed van de Verlichting. Ze zien een haperend economisch systeem dat in stand blijft door traditionele, beklemmende denkbeelden over geld, inkomen en werk. Een economisch systeem dat schadelijke effecten heeft op het ecosysteem en waarin winst en efficiency prevaleren boven de kwaliteit van leven en werken. Volgens de auteurs is het tijd om anders te denken over vooruitgang en groei in organisaties. In plaats van kostenreductie, schaalvergroting en efficiency moeten we het hebben over duurzaamheid, innovatie, gemeenschapszin en het hanteren van de menselijke maat.

Daarvoor presenteren De Jong en Kessel een aantal lichtbakens dat ons de weg wijst naar een nieuw tijdperk waarin mens en natuur zich harmonieus ontwikkelen. In de geest van de Verlichting zien ze een nieuw type organisatie voor zich dat volop ruimte geeft aan de autonome, onderzoekende, kritische, zelfsturende professional. Een organisatie waarin moraal, ethiek en milieubewustzijn minstens zo belangrijk zijn bij het nemen van bedrijfseconomische beslissingen als de belangen van aandeelhouders en het vergroten van marktaandeel.

Denken in organisaties van Kessels en De Jong plaatst niet alleen scherpe kanttekeningen bij een doorgedraaid economisch systeem dat negatieve effecten heeft op mens en milieu. Met prikkelende vragen en stellingen sporen ze de lezer ook aan tot nadenken en zelfreflectie over hoe die zelf kan bijdragen aan het realiseren van een betere en duurzame wereld. In dat licht lijkt de titel van het boek vreemd gekozen. Denken in organisaties gebeurt al genoeg, eerder te veel dan te weinig. Het is tijd voor actie en concrete verandering. 

 

Denken in organisaties - 'Een uitstekend perspectief'
2 juli 2018 | Peter de Roode

We zijn toe aan een nieuwe Verlichting. Het economisch denken heeft ons veel gebracht maar brengt ons niet meer verder. Hoe kunnen organisaties en hun mensen veranderen zonder zich ‘gevangene van een systeem’ te voelen?

In Denken in organisaties komen de auteurs met een denkrichting, die weliswaar niet nieuw is maar wel uitstekend is onderbouwd.

De auteurs constateren dat het economisch denken in organisaties en de overheid een enorme vlucht heeft genomen. We lijken het allemaal erg normaal te vinden dat we het hebben over KPI’s, SMART-doelen, kosten, efficiency, resultaten en winst. Dat hebben we te ‘danken’ aan de inzichten die de mens heeft opgedaan tijdens de Verlichting. De mens maakte zich toen vrij van de kerk en van god. Maar we zijn doorgeslagen, zo luidt de observatie van de auteurs. Zij vragen zich namelijk meerdere malen af in het boek of het gedachtegoed van de Verlichting niet ten dele is doorgedrongen in organisaties. Thema’s als zelfstandigheid, eigenaarschap, vrijheid en autonomie lijken vandaag de dag meer te gelden voor directeuren en managers dan voor medewerkers, aldus Kessels en De Jong.

In plaats van de Verlichting de schuld te geven van al deze ellende, komen de auteurs met een pleidooi voor een nieuwe Verlichting. Een opmerkelijk en verrassend gezichtspunt. Maar ze leggen dat prima uit in hun boek. Ze geven een helder overzicht van de Verlichting zonder de lezer te verliezen in allerlei filosofische details. Met prettige kaders van grote filosofen krijgt de lezer een goed inzicht wat het gebruikelijke gedachtegoed was - of waar de filosoof zich tegen af zette - van die tijd. Na enkele hoofdstukken heb je als lezer een goed beeld van de Verlichting.

Zoals filosofen kritische kanttekeningen plaatsten bij de rol van de koning en de kerk, doen de auteurs dat nu bij de huidige organisaties en hun leiders die vooral uit zijn op eigenbelang en winstmaximalisatie. Terwijl ik deze recensie schrijf, wordt net bekend dat Shell een deal heeft gesloten met de Belastingdienst waardoor de Nederlandse Staat 7,5 miljard euro aan inkomsten miste. We lijken murw geslagen te worden met dit soort nieuws, elke dag of elke week is er weer een dergelijk schandaal. Het is de optimistische en positieve levenshouding van Kessels en De Jong dat er wel degelijk alternatieven zijn voor alles te accepteren en de ‘handdoek in de ring te gooien’. Zij hebben zich vooral laten inspireren door econoom Sedlacek naar aanleiding van diens boek De economie van goed en kwaad. ‘Waarom zijn wij zo afhankelijk van dat onophoudelijke groeien?’, was de rode draad van dit boek. Sedlacek stelde dat we vandaag de dag lijken te zijn doorgeschoten: te sterk gericht op de materiële wereld en te weinig op de innerlijke, spirituele wereld. Hij laat zien dat de mens door de eeuwen heen steeds minder moreel is geworden met de Wolf of Wallstreet als ultiem schrikbeeld. Sedlacek stelde zich de vraag hoe het zo ver is gekomen dat de mens de moraliteit uit het oog is verloren. Een abstracte vraag natuurlijk waar ook geen concreet antwoord op gegeven kan worden, al is het alleen maar om het feit dat elk perspectief dat mensen innemen, tot verschillende antwoorden leidt.

Maar waar Sedlacek stopt, gaan De Jong en Kessels verder. Ze pleiten ervoor om mensen o.a. meer invloed te geven, vakmanschap te bevorderen, eigenaarschap, empathie. Weg dus bij die winstmaximalisatie. Maar de vraag is natuurlijk: hoe zien de auteurs dat voor zich? Ze pleiten ervoor dat medewerkers zich kunnen verbinden aan een hoger doel van de organisatie. Dus ook de top is aan zet. Wat betreft de medewerkers: zij zouden hogere denkvaardigheden moeten ontwikkelen. Natuurlijk zullen critici kunnen inbrengen: ‘Hoe maakbaar is dat?’ Maar het lijkt me niet de goede vraag. Waar het om gaat is of organisaties dat willen. Of in termen van Harari: ‘Wat willen we willen?’ Ik denk dat de auteurs een uitstekend perspectief aanreiken waarbij elk individu wordt aangesproken.

Drs. Peter de Roode is zelfstandig adviseur en trainer. Hij ondersteunt organisaties bij het invoeren van grootschalige veranderingen waarbij gedragsverandering centraal staat. Hij is auteur van de boeken Meegaan of dwarsliggen, Werkvormen voor managers en Leidinggeven kun je zelf. Samen met meerdere auteurs schreef hij onder red. van Rob van Es het boek Praktijkboek Veranderdiagnose en samen met Peter van den Boom schreef hij Theatervoorstellingen in organisaties. Naast zijn schrijfactiviteiten is hij spreker en organiseert hij trainingen en seminars over actuele managementthema's.

Denken in organisaties - 'Zet aan het denken'
14 juni 2018 | Pleunie Warnink

Denken in organisaties doet precies dat, het zet je aan het denken. De auteurs koppelen het economisch denken en handelen aan filosofische stromingen. Hoewel het boek goed geschreven is, leest het niet altijd even makkelijk weg. Waarschijnlijk omdat je om de zoveel bladzijdes de boel even moet laten bezinken.

Een basiskennis van en interesse in de westerse filosofie helpt bij het plaatsen van de ideeën van de schrijvers. Zij lopen handig door de eeuwen heen en laten ons zien hoe het morele kompas van de westerse mens zich ontwikkelt. De schrijvers stellen zich (onder andere) de vraag hoe het komt dat ondernemingen blijven sturen op winst, controle en leiderschap vanuit een klassieke hiërarchie. Juist omdat de wereld om ons heen verandert en ondernemers hierin mee moeten.

Volgens de schrijvers kan men anders over vooruitgang en groei denken, door andere vragen te stellen en te leren van ons verleden. Het revolutionaire denken waar de Verlichting uit de 17e en 18e eeuw voor stond, kan ook hier uitkomst bieden volgens de schrijvers. Zij interpreteren de kennis van het verlichte denken in het licht van deze eeuw en geven aan dat dit ook nu nog relevant is.

Dit boek geeft deze inzichten en leest als een onderzoek, waardoor ik vaker stil bleef staan bij de vragen die de schrijvers zich stelden. Vind ik dat ook? Ben ik het daarmee eens? Klopt dit wel? Aan het eind van het boek stellen de schrijvers zichzelf enkele kritische vragen, die zij meteen weerleggen, wellicht omdat zij geloven in hun eigen zienswijze.

Of je het nu eens bent of niet met dit pleidooi voor een nieuwe verlichte economie, je denkt toch al lezende na over de economie waarin je je bevindt. Niet alleen over hoe je tegen deze nieuwe economie aankijkt, het zet ook de huidige cultuur binnen ondernemingen in de schijnwerpers en laat je met andere ogen kijken naar het waarom achter het gedrag binnen ondernemingen.

Kortom, zoek je naar een meer praktische schrijven over het gedrag en denken binnen organisaties, dan zou ik dit boek waarschijnlijk bewaren voor later. Maar wil je eens een stap terug nemen en kijken naar ‘the bigger picture’ dan is Denken in organisaties een aanrader.

Pleunie Warnink is Communicatie-adviseur Duurzaamheid & Techniek bij Groene peper communicatie.

Denken in organisaties - 'Een belangrijk boek'
11 mei 2018 | Paul Misdorp

Denken in organisaties van Tjip de Jong en Joseph Kessels is een belangrijk boek dat past in deze tijd van elkaar opvolgende crises op tal van gebieden en niet in de laatste plaats in organisaties. De auteurs zien het boek als een traktaat.

Denken in organisaties is niet alleen een verhandeling of betoog over betekenisvol werk als menselijk grondrecht, maar heeft ook iets weg van de tweede betekenis van ‘traktaat’ als overeenkomst. Het boek doet een beroep op organisaties om anders te leren denken, anders te leren kijken om van daaruit anders te leren handelen.

Een groot deel van het boek gaat over de halve opbrengst van de Verlichting, die in de 17e en 18e zo’n grote invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de mensheid. Eerst in het Westen, maar later – en nog steeds – in de rest van de wereld. Vanuit een kritisch en onafhankelijk denken hebben wetenschap en techniek ons voorspoed gebracht. Het onderliggende mensbeeld is dat van een rationeel wezen dat hongert naar kennis en via experimenten veel te weten komt over de natuur, die hij zich vervolgens toe-eigent en exploiteert. De natuurwetenschappen en economie gaan een verbond aan en ontworstelen zich overtuigend aan hoger gelegen machten. De mens komt op die manier in het universum centraal te staan en die positie wil hij behouden, coûte que coûte, tegen elke prijs, zo lijkt het. Maar het verbond tussen wetten genererende natuurwetenschappen en economie begint gaten te vertonen: de natuur blijkt ingewikkelder in elkaar te zitten, van eenvoudige causale relaties is geen sprake en de mens is meer dan een economisch handelend wezen dat alleen aan zichzelf denkt om zijn behoeften te optimaliseren. Hij wordt niet alleen geleid door individuele overlevingsdrang, maar ook door altruïstische principes van ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Het langzaam ontluikende besef dat wij als mensen deel zijn van een groter geheel en dat wat wij tot dusverre geproduceerd hebben negatieve externe effecten heeft, waar wij nu weer mee geconfronteerd worden, vormen aanleiding voor De Jong en Kessels om op zoek te gaan naar, wat zij, een nieuwe Verlichting noemen. Zij pleiten voor een nieuwe onbevangen blik voorbij de vanzelfsprekendheid van alledag. Het succes heeft ons blind gemaakt en ons kritische denken en oordeelsvermogen bedwelmd met de geur van gemak en gemakzucht (zgn. consumptieverslaving). Dat is althans de conclusie die ik trek. Maar de auteurs geven ook aan dat ons economische denken in termen van kortetermijnwinsten over de ruggen van velen ons afwendt van de complexiteit van de vraagstukken waar we mee te dealen hebben. Doodeenvoudig, omdat wij ze zelf gecreëerd hebben en die verantwoordelijkheid ook moeten leren dragen.

De diagnose van de auteurs over wat de Verlichting (te weeg) heeft gebracht komt erop neer dat vooral een elite van managers, eigenaren en aandeelhouders heeft geprofiteerd van de vruchten van de Verlichting: zelfstandigheid, eigenaarschap, vrijheid en autonomie. Hiërarchische aansturing en ver doorgevoerd efficiencydenken vanuit een eenzijdige aandacht voor cijfermatige groei in termen van output heeft de economie gemaakt tot harde wetenschap, die onszelf ook verhard heeft en leidt tot allerlei vormen van uitbuiting en slavernij, zo verzekeren de auteurs ons. Er is behoefte aan een sociaal civilisatieproces in organisaties dat gericht is op minder management en samen werken aan een duurzame ontwikkeling van de organisatie. In de praktijk zien zij een 7-tal lichtbakens, die voor organisaties kunnen dienen om op te navigeren: durf zelf te denken, de natuur als vangrail voor ons denken, zoek een hoger doel, hiërarchie maakt doel dom (lang leve de autonome professional), gebruik techniek voor transparantie, feedback en slimme stuurinformatie, empathie en altruïsme zijn verrijkende nieuwe valuta, omarm en waardeer vakmanschap, autonomie en verbondenheid. Door aan te sluiten bij deze lichtbakens kunnen organisaties de kernparadox van deze tijd overstijgen. Om de ontwikkeling van een kennisintensieve economie te kunnen realiseren zijn aspecten als leren, zelfsturing, autonomie en gedeelde verantwoordelijkheid hard nodig en is inzet van het potentiële talent van mensen onmisbaar. Maar, in de praktijk spreken organisaties hun professionals steeds meer aan op prestaties, resultaten en efficiency. Dat levert, volgens de auteurs, een vervreemdende spanning op die vaak uitmondt in vertrek van vrije geesten, in apathie, cynisme en burn-out. De overheid zou volgens hen een regisseursrol van een nieuwe, duurzame economie op zich moeten nemen. Met name, ook, om de moraal weer te koppelen aan de economie.

Wat maakt Denken in organisaties waardevol en leesbaar? De Jong en Kessels laten zien dat het gedachtengoed van de Verlichting slechts ten dele is gerealiseerd, dat welvaart en welzijn zijn gegroeid, maar dat de revenuen ongelijk verdeeld zijn en dat dat botst met de werkelijke behoeften van mensen om gewaardeerd te worden voor wat ze zijn en niet voor wat ze hebben. Door het stellen van reflectievragen bij elk hoofdstuk, gebruik te maken van iconen en afbeeldingen èn te verwijzen naar de website www.denkeninorganisaties.nl , waarin ondersteunende afbeeldingen van kunstwerken en film- en muziekfragmenten zijn opgenomen, wordt de lezer meegenomen in een betoog dat de lezer bewust maakt van de traditie waarin wij als mens en organisatie staan en van waaruit wij verantwoordelijk zijn voor de tweede helft van de Verlichting. Deze komt erop neer dat elke mens met z’n vele kwaliteiten actief betrokken is op en nauw verbonden is met anderen om bij te dragen aan een betere wereld.

Paul Misdorp is Directeur van VinNDT (Veranderen in Nieuw Denken Toepassen) en kennispartner van Zeelenberg, adviseurs voor Mens en Organisatie en van de Van Gemertgroep.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden